Uitspraak Nº 19/130 WIA. Centrale Raad van Beroep, 2020-07-31

Datum uitspraak:31 juli 2020
 
GRATIS UITTREKSEL
19 130 WIA

Datum uitspraak: 31 juli 2020

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 27 november 2018, 18/3810 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (Marokko) (appellant)

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellant heeft mr. B.F. Desloover, advocaat, hoger beroep ingesteld.

Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.

Geen van de partijen heeft binnen de gestelde termijn verklaard gebruik te willen maken van het recht (nader) ter zitting te worden gehoord, waarna de Raad het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht heeft gesloten.

OVERWEGINGEN
1.1.

Appellant is laatstelijk werkzaam geweest als tuinbouwmedewerker voor 38 uur per week. Op 27 augustus 2007 heeft appellant zich ziek gemeld met schouder, rug en hoofdpijnklachten. Op 12 oktober 2009 heeft appellant een aanvraag voor een WGA-uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) ingediend. Bij besluit van 7 januari 2010 heeft het Uwv deze aanvraag afgewezen, omdat er onvoldoende gegevens waren om vast te stellen of appellant arbeidsongeschikt was, aangezien appellant niet op het spreekuur van de verzekeringsarts was verschenen. Appellant heeft tegen dit besluit geen bezwaar gemaakt.

1.2.

Appellant heeft daarna meerdere WIA-aanvragen ingediend. Het Uwv heeft deze aanvragen niet in behandeling genomen, welke beslissingen in rechte vast staan.

1.3.

Op 27 juli 2015 heeft appellant nogmaals een aanvraag ingediend om toekenning van een WGA-uitkering op grond van de Wet WIA. Appellant is daarop onderzocht door artsen in Marokko. Een verzekeringsarts heeft kennisgenomen van de bevindingen van deze artsen en deze informatie betrokken bij zijn beoordeling, die hij heeft neergelegd in een rapport van 15 juni 2017. Deze verzekeringsarts heeft vastgesteld dat appellant op de datum in geding, 24 augustus 2009 (het einde van de wachttijd), belastbaar is met inachtneming van de beperkingen die hij heeft neergelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst van 14 juni 2017. Een arbeidsdeskundige heeft vastgesteld dat appellant niet meer geschikt is voor het laatstelijk verrichte werk. Hij heeft vervolgens functies geselecteerd en op basis van de drie functies met de hoogste...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT