Uitspraak Nº 19/1480. College van Beroep voor het bedrijfsleven, 2020-07-28

Datum uitspraak:28 juli 2020
Uitgevende instantie::College van Beroep voor het bedrijfsleven
 
GRATIS UITTREKSEL

uitspraak

COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

zaaknummer: 19/1480

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 juli 2020 in de zaak tussen Vennootschap Onder Firma [naam 1] , te [plaats] , appellante

(gemachtigde: mr. J.L. Baar),

en

het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder

(gemachtigde: mr. S.O. Vos).

Procesverloop

Bij besluit van 26 februari 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder de aan appellante verleende ontheffing voor het buiten de openingstijden van de Winkeltijdenwet exploiteren van [naam 1] ingetrokken.

Bij besluit van 5 september 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van appellante ongegrond verklaard.

Appellante heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld en een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft dit verzoek bij uitspraak van 22 oktober 2019 (ECLI:NL:CBB:2019:524) afgewezen.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 juni 2020. Aanwezig waren de vennoten [naam 2] en [naam 3] , bijgestaan door hun gemachtigde en slechthorendentolk
[naam 4] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Tevens was namens verweerder aanwezig F.F. Raven.

Overwegingen

1. Voor de relevante toepasselijke regelgeving en de feiten en omstandigheden die in deze zaak zijn komen vast te staan, verwijst het College naar de voornoemde uitspraak van de voorzieningenrechter (ECLI:NL:CBB:2019:524).

2. Appellante voert ook in beroep aan dat er weliswaar overlast is in de omgeving van de avondwinkel maar dat deze niet aan de avondwinkel is te wijten, zoals blijkt uit de rapportages van haar beveiliger en zijn verklaring. De processen-verbaal die verweerder aan het bestreden besluit ten grondslag legt, acht appellante niet betrouwbaar. Appellante wijst hierbij op een e-mail van 4 juli 2019 waarin wijkagent [naam 5] aan een collega schrijft: ‘Uiteraard doen we alles om de avondwinkel aan te kunnen pakken, laat maar weten wat je precies wilt.’ Gelet hierop kan niet worden gesproken van een objectieve feitenvaststelling in de processen-verbaal. De besluitvorming is dan ook onzorgvuldig. Verweerder maakt misbruik van zijn bevoegdheid door te varen op rapportages die enkel tot doel hadden de avondwinkel aan te pakken. De intrekking dient aldus niet ter bescherming van de belangen van openbare orde en het woon- en leefklimaat. Het bestreden besluit is bovendien onevenredig. Verweerder heeft ten onrechte geen ruimte geboden voor lichtere maatregelen, terwijl de intrekking van de ontheffing voor appellante grote gevolgen heeft. Appellante was bereid te stoppen met het verkopen van lachgas en heeft de verkoop vanaf de zitting ter behandeling van de voorlopige voorziening ook daadwerkelijk gestaakt. De intrekking van de ontheffing voor de nacht betekent dat onvoldoende inkomsten kunnen worden gegenereerd voor de twee vennoten, zoals de boekhouder van appellante heeft bevestigd. Voor één van de vennoten zal het gezien zijn slechthorendheid moeilijk zijn andere inkomsten te...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT