Uitspraak Nº 19/4374 PW-V. Centrale Raad van Beroep, 2020-07-31

Datum uitspraak:31 juli 2020
 
GRATIS UITTREKSEL

Datum uitspraak: 31 juli 2020

19/4374 PW-V

Centrale Raad van Beroep

Enkelvoudige kamer

Uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:55, zevende lid, en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 12 september 2019, 19/2121 (aangevallen uitspraak)

Partijen:

[appellant] te [woonplaats] (appellant)

het dagelijks bestuur van de Regionale Dienst Werk en Inkomen Kromme Rijn Heuvelrug (dagelijks bestuur)

PROCESVERLOOP

Bij uitspraak als bedoeld in de artikelen 8:54 en 8:108, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht van 10 maart 2020 heeft de Raad het door appellant ingestelde hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak niet-ontvankelijk verklaard.

Namens appellant heeft mr. N.S. van der Vliet verzet gedaan.

Het verzet is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 19 juni 2020. Partijen zijn niet verschenen.

OVERWEGINGEN


De uitspraak van de Raad van 10 maart 2020 berust op de overwegingen dat het griffierecht niet (volledig) binnen de in de brief van 2 december 2019 gestelde termijn is betaald en dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat appellant niet in verzuim is geweest.

In verzet is gebleken dat appellant niet in verzuim is geweest. Door een ongelukkige samenloop van omstandigheden die in ieder geval deels niet aan appellant te wijten is, is er sprake van niet tijdige betaling van het griffierecht.

Dit betekent dat het verzet gegrond wordt verklaard, de uitspraak van de Raad van

10 maart 2020 vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond.

De Raad ziet aanleiding het dagelijks bestuur te veroordelen in de proceskosten van het verzet van appellant tot een bedrag van € 262,50 voor verleende rechtsbijstand.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep

  • -

    verklaart het verzet gegrond;

  • -

    veroordeelt het dagelijks bestuur in de proceskosten van het verzet van appellant tot een bedrag van € 262,50.

Deze uitspraak is gedaan door C.H. Bangma, in tegenwoordigheid van C.I. Heijkoop als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT