Uitspraak Nº 19_4396. Rechtbank Noord-Holland, 2020-07-30

Datum uitspraak:2020/07/30
Uitgevende instantie::Rechtbank Noord-Holland
 
GRATIS UITTREKSEL

uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem

Bestuursrecht

zaaknummer: 19/4396

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 juli 2020 in de zaak tussen [eiseres] , te [woonplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. A.C. Mens),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlemmermeer, verweerder

(gemachtigde: [naam 1] ).

Procesverloop

Bij ongedateerd besluit (het primaire besluit 1) heeft verweerder het recht van eiseres op een bijstandsuitkering op grond van de Participatiewet (PW) opgeschort vanaf 15 januari 2019. Bij besluit van 25 februari 2019 (het primaire besluit 2) heeft verweerder het recht van eiseres op een bijstandsuitkering beëindigd per 25 februari 2019 en ingetrokken met ingang van 15 januari 2019.

Bij besluit van 16 augustus 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit 1 niet-ontvankelijk verklaard en het bezwaar tegen het primaire besluit 2 ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 juli 2020.

Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verder was [naam 2] als tolk aanwezig.

Overwegingen

1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten. Eiseres ontving sinds 10 juni 2016 een bijstandsuitkering. Verweerder heeft een tussentijdse controle verricht naar de rechtmatigheid van de uitkering. Tijdens het huisbezoek op 11 januari 2019, kwam onverwacht een man, genaamd [naam 3] , de woning van eiseres binnen met de sleutels van de woning. Hierop is het huisbezoek beëindigd. Eiseres is vervolgens bij brief, gedateerd 14 januari 2019 maar op 11 januari 2019 in haar brievenbus gedaan door een medewerker dienstverlening van de gemeente Haarlemmermeer, opgeroepen voor een gesprek op 15 januari 2019 om de situatie toe te lichten. Eiseres heeft geen gehoor gegeven aan de uitnodiging. Zij heeft verweerder bij brief van 15 januari 2019 laten weten dat zij de brief niet goed begrijpt en dat zij een vriendin om hulp hierbij zal vragen. Zij heeft verder kort aangegeven wie de man in haar woning was.

2. Verweerder heeft bij het primaire besluit 1 de uitkering van eiseres opgeschort vanaf 15 januari 2019, omdat eiseres niet aanwezig was bij het gesprek op 15 januari 2019. Daarnaast is eiseres opnieuw uitgenodigd voor een gesprek, op 24 januari 2019. In het besluit is vermeld dat het besluit op 17 januari 2019 om 16:15 persoonlijk op het woonadres van eiseres is bezorgd door de medewerker dienstverlening van de gemeente Haarlemmermeer.

Bij het primaire besluit 2 heeft verweerder de uitkering beëindigd en ingetrokken per 15 januari 2019, omdat eiseres ook niet is verschenen voor het gesprek op 24 januari 2019 en verweerder daardoor niet heeft kunnen vaststellen of eiseres nog recht op bijstand had.

Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar tegen het primaire besluit 1 niet‑ontvankelijk verklaard omdat het te laat is ingediend. Het bezwaar tegen het primaire besluit 2 heeft verweerder ongegrond verklaard.

Ten aanzien van de opschorting van de bijstand

3.1

Tussen partijen is niet in geschil dat eiseres op 12 maart 2019 bezwaar heeft ingesteld tegen het primaire besluit 1. De vraag is of eiseres het bezwaarschrift tijdig heeft ingediend. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt zes weken en vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. De bekendmaking van besluiten die tot een of meer belanghebbenden zijn gericht, geschiedt door toezending of uitreiking aan hen (artikel 3:41 van de Algemene wet bestuursrecht, Awb).

3.2

Eiseres voert in beroep aan dat het primaire besluit 1 niet op juiste wijze is...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT