Uitspraak Nº 20-000741-20. Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 2020-04-30

Datum uitspraak:30 april 2020
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Hertogenbosch
 
GRATIS UITTREKSEL
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling strafrecht

Parketnummer 1e aanleg : [parketnummer]

Parketnummer : 20-000741-20

Het gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft gezien de vordering van de advocaat-generaal van 28 april 2020 strekkende tot verlenging van de geldigheidsduur van het bevel tot gevangenhouding van

[naam verdachte]

geboren te [geboortedatum]

wonende te [adres]

thans gedetineerd te [detentieplaats]

Dit bevel is op grond van artikel 66, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, van kracht tot 14 mei 2020.

Het hof heeft gehoord de advocaat-generaal en verdachte, bijgestaan door zijn raadsman

mr. M.J. Crombach.

Het gerechtshof is na onderzoek gebleken dat de verdenking, bezwaren en gronden die tot het laatstelijk verleende bevel tot gevangenhouding van verdachte hebben geleid, ook thans nog bestaan. De vordering van de advocaat-generaal zal dus worden toegewezen, met dien verstande dat de voorlopige hechtenis ook komt te berusten op de grond dat in het bestreden vonnis van de [rechtbank] van 10 maart 2020 een vrijheidsbenemende maatregel is opgelegd namelijk plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren waarvan de tenuitvoerlegging langer duurt dan de periode van het op grond van artikel 66, tweede lid van het Wetboek van Strafvordering verlengde bevel tot gevangenhouding.

Namens verdachte is in raadkamer een mondeling verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis gedaan. Het hof overweegt als volgt.

Verdachte is door de rechtbank veroordeeld tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders. Bij het opleggen van deze maatregel is door de rechtbank geen aftrek toegepast van de tijd welke verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Verdachte bevindt zich sinds 8 mei 2019 in voorarrest. Onder meer vanwege de coronacrisis is er nog geen zicht op een inhoudelijke behandeling van de zaak in hoger beroep. Gelet op de aard en de ernst van de aan verdachte verweten feiten is er naar het oordeel van het hof sprake van een te grote disproportionaliteit wanneer de voorlopige hechtenis nog langer zou voortduren. Het hof zal daarom de voorlopige hechtenis schorsen onder na te melden voorwaarden tot aan de dag van de uitspraak in deze zaak in hoger beroep.

Het hof wijst toe het verzoek en schorst de voorlopige hechtenis met ingang van [datum] om 10.00 uur tot aan de dag van de uitspraak in deze zaak in hoger beroep, onder na te...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT