Uitspraak Nº 20-003584-16. Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 2020-07-29

Datum uitspraak:29 juli 2020
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Hertogenbosch
 
GRATIS UITTREKSEL

Parketnummer : 20-003584-16

Uitspraak : 29 juli 2020

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof 's-Hertogenbosch

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Limburg van 17 november 2016, zittingsplaats Limburg, in de strafzaak met parketnummer 03-659498-15 tegen:

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1986,

thans verblijvende in [penitentiaire inrichting] .

Hoger beroep

Bij vonnis waarvan beroep is de verdachte vrijgesproken ter zake van de primair ten laste gelegde moord en veroordeeld ter zake van de subsidiair ten laste gelegde doodslag tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 jaren, met aftrek van voorarrest. De rechtbank heeft verder beslist dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] geheel toegewezen dient te worden tot een bedrag van € 2.917,68 aan materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 december 2015 tot aan de dag der algehele voldoening en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.

De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis van de rechtbank zal bevestigen met aanvulling en verbetering van de gronden, behoudens ten aanzien van de in dat vonnis opgelegde straf en, opnieuw rechtdoende, de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 jaar en 9 maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de advocaat-generaal zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] , conform de beslissing van de rechtbank, geheel toegewezen dient te worden, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De verdediging heeft primair vrijspraak bepleit van de ten laste gelegde moord en doodslag. Subsidiair heeft de verdediging – indien het hof tot een bewezenverklaring komt – bepleit dat de verdachte een beroep op noodweer(exces) toekomt. Meer subsidiair heeft de verdediging een strafmaatverweer gevoerd en verzocht om bij de strafoplegging rekening te houden met de schending van de redelijke termijn. Tot slot heeft de verdediging zich ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] gerefereerd aan het oordeel van het hof.

Vonnis waarvan beroep

Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.

Tenlastelegging

Aan de verdachte is tenlastegelegd dat:

zij op of omstreeks 4 december 2015 te [plaats] ,

[slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade van het leven heeft beroofd, door met een mes, althans een puntig en/of scherp voorwerp, in het lichaam van die

[slachtoffer] te steken en/of te duwen;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden, dat:


zij op of omstreeks 4 december 2015 te [plaats] ,

[slachtoffer] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door met een mes, althans een puntig en/of scherp voorwerp, in het lichaam van die [slachtoffer] te steken en/of te duwen.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak primair ten laste gelegde

Voor een bewezenverklaring van de primair ten laste gelegde moord op [slachtoffer] moet komen vast te staan dat de verdachte zich gedurende enige tijd heeft kunnen beraden op het te nemen of genomen besluit en zij niet heeft gehandeld in een ogenblikkelijke gemoedsopwelling, zodat zij de gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van haar voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.

Met de advocaat-generaal en de verdediging is het hof – evenals de rechtbank – van oordeel dat er geen wettig bewijs voorhanden is dat de verdachte met voorbedachten rade

[slachtoffer] van het leven heeft beroofd. De verdachte dient derhalve van het primair ten laste gelegde te worden vrijgesproken.

Bewezenverklaring

Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

zij op 4 december 2015 te [plaats] , [slachtoffer] opzettelijk van het leven heeft beroofd, door met een mes in het lichaam van die

[slachtoffer] te steken.

Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat zij daarvan zal worden vrijgesproken.

Bewijsmotivering 1

De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de

feiten en omstandigheden als vervat in de aangegeven bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.

Het hof stelt de volgende feiten en omstandigheden vast.

Op 4 december 2015 komt er om 19:47:35 uur een 112 melding binnen maar de verbinding wordt daarna verbroken. De ambulancedienst belt terug2 en om 19:49:12 uur wordt er een 112 melding gemaakt. De melding houdt in dat op het [adres] een man op de bank zou zitten die hevig zou bloeden.3

Op 4 december 2015 omstreeks 20.00 uur komen de verbalisanten ter plaatse. In de stacaravan die zich achter de woning gelegen aan [adres] bevindt, treffen de verbalisanten op de bank een blanke man met ontbloot bovenlijf aan. Aan de linkerzijde van de hals van de man, zit een witte doek geklemd met daarop een rode op bloed gelijkende substantie. Verder heeft de man een hoop schuimend bloed rondom zijn mond. De man draagt een broek die tot halverwege zijn benen zit en zijn geslachtsdeel is geheel ontbloot. De verbalisanten constateren dat de man niet meer beweegt en levenloos op de bank zit. Er wordt geprobeerd hem te reanimeren, maar de ambulanceverpleegkundige constateert dat de man is overleden. Hij heeft een steekwond in de borst. Het betreft een open en diepe wond in de linkerborst van ongeveer drie centimeter.4 Het slachtoffer is [naam 1] .5

In de stacaravan is tevens een vrouw aanwezig, genaamd [naam 2] (verdachte). Zij wordt aangehouden.6

Het stoffelijk overschot van [slachtoffer] is op 5 december 2015 inbeslaggenomen.7

Bij sectie op het lichaam van [slachtoffer] is onder meer het volgende gebleken:8

- aan de borstkas links was scherprandige huidperforatie (letsel A) met een lengte van circa 3,2 centimeter. Het voetwaarts gelegen uiteinde had een puntiger aspect dan het hoofdwaarts gelegen uiteinde. Dit letsel was gelegen op circa 144-146,5 centimeter van de voetzoolrand en circa 4-5 centimeter links van de middellijn;

- in relatie met letsel A was er een steekkanaal ter lengte van minimaal circa 5 centimeter, vrij recht voetwaarts en rugwaarts lopend. Er was een doorsteek tussen de spieren van de ribben aan de borstkas links met beschadiging van het kraakbenige deel van een rib, een doorsteek door de bovenkwab van de linkerlong met schamping van de onderkwab van de linkerlong, perforatie van een tak van de linkerlongslagader en perforatie van een tak van de linkerhoofdbronchus;

- letsel A was bij leven ontstaan door inwerking van uitwendig mechanisch scherprandig perforerend geweld, zoals opgeleverd kan worden door een scherprandig voorwerp. Gezien het aspect van de steekverwonding waarbij het ene uiteinde puntiger was dan het andere uiteinde kan het volgende worden aangegeven. Het is waarschijnlijker dat een dergelijk aspect wordt aangetroffen indien dit is opgeleverd met een eenzijdig scherprandig voorwerp dan dat dit is opgeleverd met een tweezijdig scherprandig voorwerp. In relatie met de steekverwoning (letsel A) was de linkerlong geraakt met perforatie van een aftakking van de linkerlongslagader en een aftakking van de linker hoofdbronchus. Hierdoor heeft zich bloed in de linkerborstholte opgehoopt met bloed in de luchtwegen ten teken van bloedinademing en was er bloed in de mond. Dit heeft geleid tot belemmering van de ademhaling en longfunctiestoornissen waarmee het overlijden kan worden verklaard.

De patholoog komt tot de conclusie dat het intreden van de dood van [slachtoffer] wordt verklaard door verwikkelingen ontstaan als gevolg van uitwendig mechanisch scherprandig perforerend geweld (1 steekverwonding aan de borstkas links).

Naar aanleiding van het radiologisch onderzoek9 zijn nadere vragen gesteld. De deskundigen hebben aangegeven: “ De lengte van het steekkanaal kan bepaald worden aan de hand van de radiologische beelden. Met behulp van de radiologische beelden is een minimale steekkanaallengte bepaald. Het betreft een totale minimale steekkanaallengte van ongeveer 13,8 centimeter (Steekopening tot en met de ribben +/- 4,4 centimeter, en perforatie van de long is +/- 9,4 centimeter).10

Op basis van de verschillende onderzoeksgegevens heeft de politie een tijdlijn opgesteld met betrekking tot de gebeurtenissen op 4 december 2015.11 Daaruit komt het volgende naar voren:

 uit de camerabeelden, getuigenverklaringen en informatie uit de telefoons volgt dat de verdachte en [slachtoffer] (het hof begrijpt dat met [naam 1] telkens wordt bedoeld [slachtoffer] ) rond 17:36:16 uur bij de stacaravan van [slachtoffer] , gelegen aan [adres] , zijn aangekomen;

 uit de camerabeelden volgt dat ze beiden in de woonwagen zijn (achter een raam zijn schimmen te zien) en dat [slachtoffer] om 17:51:11 uur de woonwagen verlaat en om 17:52:55 uur de Jumbo binnenloopt. Om 17:57:12 uur verlaat hij de Jumbo weer met iets wits in zijn handen en loopt weer terug naar de woonwagen waar hij om 18:01:32 uur aankomt;

 vanaf 18:01:32 uur...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT