Uitspraak Nº 20/01416. Hoge Raad, 2020-07-17

Datum uitspraak:17 juli 2020
 
GRATIS UITTREKSEL

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

CIVIELE KAMER

Nummer 20/01416

Datum 17 juli 2020

BESCHIKKING

In de zaak van

[betrokkene],
wonende te [woonplaats],

VERZOEKER tot cassatie,

hierna: betrokkene,

advocaat: G.E.M. Later,

tegen

DE OFFICIER VAN JUSTITIE IN HET ARRONDISSEMENT ROTTERDAM,

VERWEERDER in cassatie,

hierna: de officier van justitie,

advocaat: M.M. van Asperen.

1. Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar de beschikking in de zaak C/10/590327/FA RK 20-466 van de rechtbank Rotterdam van 29 januari 2020.

Betrokkene heeft tegen de beschikking van de rechtbank beroep in cassatie ingesteld. De beschikking van de rechtbank is aan deze beschikking gehecht.

De officier van justitie heeft verzocht het beroep te verwerpen.

De conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal strekt tot verwerping van het cassatieberoep.

De advocaten van partijen hebben schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2 Uitgangspunten en feiten
2.1

In deze zaak is aan de orde of een gebrek in de crisismaatregel als bedoeld in art. 7:1 lid 1 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (hierna: Wvggz) leidt tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie in een daaropvolgend verzoek voor een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel als bedoeld in art. 7:7 lid 1 Wvggz.

2.2

Op 26 januari 2020 heeft de burgemeester van de gemeente Rotterdam op grond van art. 7:1 lid 1 Wvggz een crisismaatregel genomen ten aanzien van betrokkene. Betrokkene, die zijn woonplaats had in [woonplaats], bevond zich op dat moment in Capelle aan den IJssel.

2.3

Op 27 januari 2020 heeft de officier van justitie op grond van art. 7:7 lid 1 Wvggz de rechtbank verzocht een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel voor betrokkene te verlenen.

2.4

Bij mondelinge beschikking van 29 januari 2020, die schriftelijk is uitgewerkt op 6 februari 2020, heeft de rechtbank machtiging verleend tot voortzetting van de crisismaatregel tot en met 19 februari 2020. Blijkens de bestreden beschikking is namens betrokkene het volgende verweer gevoerd:

“2.1.2 De advocaat van betrokkene voert primair ter zitting aan dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard op basis van artikel 7:1 Wvggz omdat de crisismaatregel door een onbevoegde burgemeester, te weten de burgemeester van Rotterdam, is afgegeven. De advocaat stelt dat uit de beschikking...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT