Uitspraak Nº 20/1120 WMO15-VV. Centrale Raad van Beroep, 2020-04-29

Datum uitspraak:29 april 2020
 
GRATIS UITTREKSEL

20/1120 WMO15-VV

Datum uitspraak: 29 april 2020

Centrale Raad van Beroep

Voorzieningenrechter

Uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening

Partijen:

[verzoekster] te [woonplaats] (verzoekster)

het college van burgemeester en wethouders van Groningen (college)

PROCESVERLOOP

Namens verzoekster heeft mr. F. Bakker, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 14 februari 2020, 19/3424 (aangevallen uitspraak) en een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend.

OVERWEGINGEN

1. De voorzieningenrechter gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1.

Verzoekster is bekend met psychische en fysieke beperkingen.

1.2.

Het college heeft aan verzoekster bij besluit van 1 maart 2019 op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 de maatwerkvoorziening middelzware begeleiding voor 12 uur per week voor de periode van 1 december 2018 tot en met 30 maart 2019 in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb) verstrekt.

1.3.

Bij besluit van 29 augustus 2019 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 1 maart 2019 ongegrond verklaard. Daaraan is onder andere ten grondslag gelegd dat de maatwerkvoorziening terecht op 30 maart 2019 afliep, omdat verzoekster niet wilde meewerken aan een door de gemeente-arts te verrichten medisch onderzoek.

1.4.

Tijdens de beroepsfase heeft verzoekster bij de rechtbank een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Ter zitting van de voorzieningenrechter van de rechtbank van 11 november 2019 heeft verzoekster toegezegd dat zij zal meewerken aan een onderzoek door de gemeente-arts. Namens het college is ter zitting toegezegd dat verzoekster als tijdelijke oplossing een pgb ontvangt voor 6 uur per week middelzware begeleiding tot 6 weken nadat op het beroep is beslist.

2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Daarbij heeft de rechtbank kort samengevat overwogen dat verzoekster door niet mee te werken aan een medisch onderzoek heeft gehandeld in strijd met de op haar rustende medewerkingsverplichting en dat dit voor haar rekening en risico moet komen.

3. Verzoekster heeft tegen de aangevallen uitspraak hoger beroep ingesteld en een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend. Aan dit verzoek heeft zij kort samengevat ten grondslag gelegd dat haar moeder al veel te lang te weinig...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT