Uitspraak Nº 20/620. Rechtbank Oost-Brabant, 2020-12-31

Docket Number20/620
ECLIECLI:NL:RBOBR:2020:6547
RECHTBANK OOST-BRABANT

Zittingsplaats 's-Hertogenbosch

Bestuursrecht

zaaknummer: SHE 20/620

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 december 2020 in de zaak tussen

[eiseres] , te [vestigingsplaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. A.P. van Knippenbergh),

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oirschot, verweerder

(gemachtigde: S. Sengers).

Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [bedrijf], te [vestigingsplaats] , gemachtigde [naam] .

Procesverloop

Bij besluit van 16 juli 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder een verzoek van eiseres om handhavend op te treden tegen derde-partij, afgewezen.

Bij besluit verzonden 23 januari 2020 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

De zaak is online behandeld op 16 december 2020. Namens eiseres hebben [naam] deelgenomen alsmede de gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Namens de derde-partij hebben [naam] en de gemachtigde deelgenomen.

Overwegingen

1. De rechtbank gaat uit van de volgende feiten.

 Op het perceel [adres] te [vestigingsplaats] is het bestemmingsplan “Centrum Oirschot” van toepassing. Op het perceel rust de bestemming ‘centrum’. In het pand op het perceel is een ruimte van ongeveer 3x 3,5 meter met een eigen toegang. In de ruimte kan een overledene worden opgebaard. Er is geen koelcel, wel een keukenblok en een toilet.

 Eiseres heeft een uitvaartonderneming in Oirschot.

 Bij brief van 25 april 2019 heeft eiseres bij verweerder een verzoek om handhaving ingediend. Daarin verzoekt eiseres verweerder om op te treden tegen illegale activiteiten van de derde-partij op het adres [adres] te [vestigingsplaats] in strijd met het bestemmingsplan.

 Op 14 mei 2019 heeft verweerder eiseres in eerste instantie niet als belanghebbende aangemerkt. Daar is verweerder op 11 juni 2019 op teruggekomen.

 Verweerder heeft op 16 mei 2019 een controle uitgevoerd. Aanvankelijk had verweerder het voornemen om tot handhaving over te gaan. De gemachtigde van de derde-partij heeft informatie verschaft. Daarna heeft verweerder het primaire besluit genomen.

2, In het bestreden besluit heeft verweerder gesteld dat het pand niet wordt gebruikt als mortuarium maar dat het gebruik meer past bij een familiekamer. Een familiekamer is volgens verweerder een maatschappelijke functie en past binnen de bestemming ‘centrum’.

3. Tijdens de zitting hebben de derde-partij en verweerder desgevraagd aangegeven dat de gemachtigde van de derde-partij degene is geweest die voor het primaire besluit informatie heeft verschaft aan verweerder. Hiermee zijn de vraagtekens bij eiseres over de voorfase weggenomen.

4.1

Volgens eiseres is het gebruik van de ruimte in strijd met de bestemming. Het is geen...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT