Uitspraak Nº 200.111.958. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 2015-10-13

Datum uitspraak:13 oktober 2015
Uitgevende instantie::Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
 
GRATIS UITTREKSEL
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Arnhem

afdeling civiel recht

zaaknummer gerechtshof 200.111.958

(zaaknummer rechtbank Utrecht, sector handel en kanton, kantonrechter, locatie Utrecht, 732179)

arrest van 13 oktober 2015

in de zaak van

de naamloze vennootschap

de Europese naamloze vennootschap (SE) Equens SE, mede handelend onder de naam Interpay,

gevestigd te Utrecht,

appellante,

hierna: Equens,

advocaat: mr. P.Th. Mantel,

tegen:

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats],

geïntimeerde,

hierna: [geïntimeerde],

advocaat: mr. R.A. Severijn.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep
1.1

Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 16 juni 2015 hier over.

1.2

Het verdere verloop blijkt uit:

- akte na tussenarrest van de zijde van Equens;

- antwoordakte na tussenarrest van de zijde van [geïntimeerde].

2 De verdere beoordeling van het geschil in hoger beroep
2.1

Zoals reeds overwogen betreft het geschil dat partijen verdeeld houdt, de vraag of [geïntimeerde] op grond van de tussen partijen geldende CAO’s recht heeft op compensatie van feestdagen voor ploegendienstmedewerkers.

2.2

[geïntimeerde] heeft vanaf datum indiensttreding (op 1 december 2000) jaarlijks 7 extra vrije dagen ontvangen, ter compensatie van de in de ploegendienst opgenomen feestdagen, die niet op een zondag vallen. Equens heeft in 2003/2004 besloten om met terugwerkende kracht per 1 april 2004 deze dagen niet langer toe te kennen. Bij brief van 20 september 2004 (productie 6 bij inleidende dagvaarding) heeft Equens onder meer het volgende aan [geïntimeerde] geschreven:

(…)

In de CAO is opgenomen dat, indien u in ploegendienst op een erkende feestdag werkt, die niet op een zondag valt, u de door u daadwerkelijk gewerkte uren in tijd op een ander tijdstip als vrij ingeroosterd krijgt. Valt deze erkende feestdag wel op een zondag, dan vindt geen compensatie in tijd plaats, aldus de CAO, U ontvangt wel een toeslag in geld.

De CAO is en wordt op dit punt niet altijd door een ieder correct uitgevoerd. (…).

1. Ploegendienst en feestdagen

Het is niet correct om aan het begin van elk jaar 50,4 uur op uw vakantiekaart bij te schrijven, zoals een aantal ploegendienstmedewerkers deden. Deze 50,4 uur voor 7 feestdagen is kennelijk tot stand gekomen door over vele jaren een gemiddelde te berekenen, waarbij rekening is gehouden met het fenomeen dat ook bijvoorbeeld een van de Kerstdagen op een zondag kan vallen.

Vanaf 2004 wordt de CAO correct uitgevoerd. Dit betekent, dat u alleen voor daadwerkelijk gewerkte uren in ploegendienst deze gewerkte uren op een ander moment kunt (laten) inroosteren, waarbij 1 gewerkt uur 1 vrij uur is. (…).

[geïntimeerde] heeft zich op het standpunt gesteld dat Equens de compensatieregeling in 2004 eenzijdig heeft veranderd/aangepast en de 7 extra dagen ten onrechte niet meer op zijn verlofsaldo heeft bijgeschreven. [geïntimeerde] vordert dan ook, kort gezegd, dat Equens wordt veroordeeld om de 7 compensatiedagen per jaar bij te schrijven over de periode 2004 tot heden.

2.3

De kantonrechter heeft de vordering van [geïntimeerde] toegewezen. Onder aanvoering van

19 grieven, die zich deels voor gezamenlijke behandeling lenen, komt Equens tegen het oordeel van de kantonrechter op.

Rechtsverwerking

2.4

Equens stelt zich op het standpunt dat zij er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat [geïntimeerde], na jarenlang te hebben gewacht met het instellen van zijn vordering en door niet meer te reageren op eerdere correspondentie, zijn aanspraak niet meer geldend kan maken. Hierdoor is het voor Equens ondoenlijk geworden om de toenmalige inroostering te achterhalen en wordt zij onredelijk benadeeld indien de vordering van [geïntimeerde] zou worden toegewezen.

2.5

Het hof verwerpt dit beroep op rechtsverwerking. Een beroep hierop kan immers slechts slagen indien de wederpartij zich heeft gedragen op een wijze die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onverenigbaar is met het vervolgens geldend maken van het betrokken recht. Uitgangspunt hierbij is dat het enkel tijdsverloop of enkele stilzitten van de wederpartij onvoldoende grond oplevert voor het aannemen van rechtsverwerking. Van rechtsverwerking kan pas sprake zijn indien bijzondere omstandigheden aanwezig zijn als gevolg waarvan bij de wederpartij het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat de gerechtigde zijn aanspraak niet meer geldend zal maken dan wel indien de positie van de wederpartij onredelijk zou worden benadeeld in geval de gerechtigde zijn aanspraak alsnog geldend zou maken. De door Equens in 2.4 genoemde omstandigheden zijn daartoe onvoldoende.

2.6

[geïntimeerde]...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT