Uitspraak Nº 200.121.267/01. Gerechtshof Den Haag, 2016-02-02

Datum uitspraak: 2 februari 2016
Uitgevende instantie::Gerechtshof Den Haag
 
GRATIS UITTREKSEL
GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling civiel recht

Uitspraakdatum : 2 februari 2016

Zaaknummer : 200.121.267

Zaak-/rolnummer rechtbank : 352995 / HA ZA 10-1344

Arrest

in de zaak van:

GLOBAL PRODUCERS B.V.,

gevestigd te Venlo,

appellante, tevens geïntimeerde in incidenteel appel,

hierna te noemen: GP,

advocaat: mr. A. Al Mansouri (Utrecht),

tegen

COMPAÑĺA SUD AMERICANA DE VAPORES S.A.,

gevestigd te Valparaíso (Chili),

geïntimeerde, tevens appellante in incidenteel appel,

hierna te noemen: CSAV,

advocaat: mr. M. Wattel (Rotterdam).

Het geding

GP is bij exploot van 21 december 2012 in hoger beroep gekomen van het vonnis van 3 oktober 2012, door de Rechtbank Rotterdam tussen haar als eiseres en CSAV als gedaagde gewezen (hierna: het eindvonnis). Bij memorie van grieven (met producties), houdende een eisvermeerdering, heeft GP zeven (deels verkeerd genummerde) grieven tegen het tussenvonnis van 28 december 2011 en tegen het eindvonnis aangevoerd. Die grieven zijn door CSAV bij memorie van antwoord (met producties) bestreden. Tegelijk heeft CSAV onder aanvoering van vijf grieven incidenteel appel ingesteld. Daar heeft GP op gereageerd bij memorie van antwoord in incidenteel appel (met producties).Vervolgens heeft CSAV een akte uitlating productie ingediend en GP een antwoordakte. Daarna is arrest gevraagd.

De beoordeling van het hoger beroep inleiding

1. GP importeert en verhandelt fruit, waaronder meloenen, die gekweekt worden op (aan haar toebehorende/gelieerde) meloenenfarms in de republiek Costa Rica, waaronder PaFru International S.A. (hierna: PaFru). Voor het (zee)transport van dit, in koelcontainers geladen, fruit van Costa Rica naar Rotterdam heeft de door haar ingeschakelde expediteur [expediteur] (hierna: [expediteur]) op 11 januari 2008 een raamovereenkomst gesloten met CSAV. In die overeenkomst stelt CSAV containerruimte beschikbaar op twee van haar lijndiensten naar Rotterdam (‘space agreements’): op (de directe) lijn 1 vanaf Puerto Limón zouden drie koelcontainers met fruit kunnen worden vervoerd (drie containerplaatsen, mogelijk uitgebreid met twee), terwijl op lijn 2 vanaf Caldera, met een transhipment in Cartagena, Colombia, een onbeperkte hoeveelheid containerruimte ter beschikking zou staan (‘unlimited space available’). Stellende dat CSAV toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van deze aldus voor het meloenenseizoen van 2008 (dat duurde van week 3 t/m week 17) gesloten overeenkomst - doordat de afgesproken containerruimte keer op keer niet beschikbaar bleek, waardoor er volgens GP 33 containerladingen moesten worden vernietigd - vordert GP vergoeding van haar beweerdelijk daardoor geleden schade, door haar, voor zover thans nog van belang, gesteld op: (a) USD 230.300 (schade wegens het verlies van de 33 containerladingen meloenen: de kostprijs per doos vermenigvuldigd met het aantal dozen) en (b) € 192.654 (schade, bestaande uit de meerkosten van de dekkingskopen die volgens GP nodig waren om na het verloren gaan van de 33 containers met meloenen alsnog aan haar leveringsverplichtingen te kunnen voldoen), genoemde bedragen vermeerderd met wettelijke rente vanaf 15 mei 2008, zijnde het einde van het fruitseizoen 2008.

2. Ten aanzien van de vordering van het hiervoor sub b genoemde schadebedrag van € 192.654 heeft de rechtbank al meteen bij tussenvonnis van 28 december 2011 geoordeeld dat deze wegens een gebrek aan onderbouwing dient te worden afgewezen. Wat het sub a gevorderde bedrag van USD 230.300 betreft heeft de rechtbank GP eerst nog in de gelegenheid gesteld om te bewijzen dat GP tot dit bedrag, zijnde de waarde van 33 (vernietigde) containerladingen meloenen, schade heeft geleden als gevolg van het door CSAV niet voldoen aan haar vervoersverplichting. In het nadien gewezen eindvonnis heeft de rechtbank overwogen dat uit de nadere stellingen van GP volgt dat GP al wel de koopprijs van de 33 containerladingen aan PaFru heeft voldaan, maar niet de containerladingen geleverd heeft gekregen, zodat GP jegens PaFru nog een aanspraak heeft op levering van deze containerladingen, waardoor niet gezegd kan worden dat GP tot een bedrag van USD 230.300 schade heeft geleden. In het dictum van het eindvonnis zijn vervolgens beide vorderingen – sub a en sub b – afgewezen, met veroordeling van GP in de proceskosten. Tegen die afwijzingen en veroordeling richt zich het hoger beroep van GP. CSAV komt in incidenteel appel op tegen de verwerping van enkele door haar gevoerde verweren: o.a. betreffende de vorderingsgerechtigdheid van GP, de aan CSAV verweten tekortkoming en haar beroep op verjaring.

3. Hieronder worden de over en weer aangevoerde grieven beoordeeld. Vooraf wordt genoteerd dat partijen het erover eens zijn dat Nederlands recht dient te worden toegepast; vgl. wat GP betreft de inleidende dagvaarding punt 26, alsook haar ‘akte vermeerdering van eis tevens houdende akte overlegging producties’ punt 12 e.v. en t.a.v. CASV de ‘aantekening ter comparitie’ van 21 juni 2011 blz. 2 bovenaan en zo ook de ter comparitie van 21 juni 2011 gedane mededeling van de aan haar zijde optredende mr. C.W. van Putten (in reactie op het vonnis van 13 april 2011 rov. 2.6 eerste liggende streepje): ‘Ik heb geconstateerd dat Nederlands recht van toepassing is’. In overeenstemming hiermee wordt het geschil tussen partijen beoordeeld naar Nederlands recht.

de vorderingsgerechtigdheid van GP en het verjaringsverweer

4.1

De beide grieven 1 in het principaal en het incidenteel appel gaan over de vorderingsgerechtigdheid van GP. Deze grieven worden behandeld in combinatie met grief 6 (genummerd VIII) in het principaal en grief 5 in het incidenteel appel, die het (in de eerste aanleg onbesproken gebleven) beroep op verjaring aan de orde stellen.

4.2

In het principaal appel beklaagt GP zich er in de eerste plaats over dat zij niet is aangemerkt als wederpartij van CSAV bij de raamovereenkomst en daarmee als opdrachtgever tot het vervoer. Eerder in de procedure, te weten in het kader van het bevoegdheidsincident, werd die hoedanigheid van contractspartij/afzender (en dus opdrachtgever) van GP door CSAV nog onderschreven. Vergelijk de volgende citaten uit de processtukken zijdens CSAV:

- incidentele conclusie inzake exceptie...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT