Uitspraak Nº 200.148.404/01. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 2017-11-21

Datum uitspraak:2017/11/21
Uitgevende instantie::Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
 
GRATIS UITTREKSEL
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.148.404

(zaaknummer rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, 137695)

arrest van 21 november 2017

in de zaak van

1 [appellant]

2 [appellante] ,

beiden wonende te [plaatsnaam] ,

appellanten,

eisers in conventie, verweerders in reconventie,

hierna: [appellanten] ,

advocaat: mr. S.G. Volbeda,

tegen:

de stichting

[geïntimeerde] ,

statutair gevestigd te [plaatsnaam] ,

geïntimeerde,

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

hierna: [geïntimeerde] ,

advocaat: mr. A. Arslan.

1 Het geding in eerste aanleg

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar de inhoud van de vonnissen van 14 augustus 2013 (comparitievonnis) en van 5 februari 2014 (eindvonnis) die de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Zwolle, tussen partijen heeft gewezen. Het eindvonnis is gepubliceerd onder: ECLI:NL:RBOVE:2014:3326.

2 Het geding in hoger beroep
2.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding in hoger beroep d.d. 1 mei 2014, zoals gecorrigeerd bij herstelexploot van 28 mei 2014,

- de memorie van grieven met wijziging van eis (met producties),

- de memorie van antwoord.

2.2

Vervolgens heeft [geïntimeerde] de stukken voor het wijzen van arrest aan het hof overgelegd en heeft het hof arrest bepaald.

3 De vaststaande feiten
3.1

[geïntimeerde] exploiteert in [plaatsnaam] een particuliere, internationaal georiënteerde school waaraan een internaat is verbonden.

3.2

[appellanten] hebben hun zoon [zoon] (geboren [geboortedatum] ), die van een internationale school in [land] kwam, op 2 december 2006 als “7-dag boarder” aangemeld bij [geïntimeerde] voor verblijf (internaat) en het volgen van onderwijs. Partijen hebben daartoe toen een overeenkomst ondertekend (hierna: de studieovereenkomst; productie 3 bij conclusie van antwoord in conventie), waarbij [geïntimeerde] zich in artikel 1 heeft verplicht om in de opleiding van leerling [zoon] te voorzien, welke verplichting qua inhoud en omvang werd bepaald door het door de leerling met toestemming van partijen gekozen studieprogramma, de studieovereenkomst en de " [X] Code of Honour", welke [zoon] en zijn vader op 23 augustus 2009 hebben ondertekend (productie 4 bij conclusie van antwoord in conventie).

3.3

Een maand na zijn aanmelding, begin 2007, is [zoon] met instemming van [appellanten] een jaar lager in Primary 4, te weten in het laatste jaar van de basisschool, geplaatst.

3.4

Vanaf 19 mei 2008 heeft [geïntimeerde] in verband met [zoon] werkhouding een aantal malen afspraken vastgelegd met [zoon] over regels waaraan hij zich te houden had, vervolgd op 30 september 2011, 16 januari 2012 en 7 februari 2012 (producties 9 bij conclusie van antwoord in conventie). Zo werd op 19 mei 2008 met [zoon] afgesproken dat hij geen discussie zou aangaan met de leerkrachten, gewenst gedrag zou tonen tijdens de lessen, op zijn gedrag mocht worden aangesproken, zou luisteren naar de leerkrachten, niet zou rennen in de school en goed zijn best zou doen en zorgen dat zijn huiswerk op tijd af was en bij moeite met de lesstof om hulp zou vragen en zich, wanneer hij niet werd begeleid, goed zou inzetten om zijn taken af te krijgen.

3.5

Ouders en leerlingen kunnen inloggen op het door [geïntimeerde] onderhouden E-portal om de ontwikkelingen van en rond de desbetreffende leerling te volgen. Daaruit blijkt onder meer dat [zoon] op 18 november 2008 zijn natuurkunde- en andere huiswerk niet af had, op 25 november 2008 nergens naar luisterde en op 22 januari 2009 weigerde te luisteren en onbeleefde/onbeschofte taal gebruikte (productie 6 bij conclusie van antwoord in conventie). Viermaal per jaar verstrekte [geïntimeerde] aan de ouders (voortgangs-)rapporten (zie productie 7 bij conclusie van antwoord in conventie). Uit het rapport van 22 oktober 2010 bleek dat [zoon] zeer slecht scoorde op aardrijkskunde en wiskunde (naast Engels).

3.6

In 2010 is [zoon] voor psychologisch onderzoek aangemeld bij [Bedrijf X] . Reden voor aanmelding betrof door [geïntimeerde] ervaren problemen met [zoon] , zoals het zich niet aan regels houden, verbale agressie, opstandig gedrag en matige schoolprestaties. [appellanten] wilden graag een onafhankelijk onderzoek om te beoordelen of bij [zoon] sprake was van ADHD, hoogbegaafdheid of andere problemen.

3.7

Bij brief van 20 juli 2010 (productie 11 bij conclusie van antwoord in conventie) heeft [Bedrijf X] aan [appellanten] de uitkomsten van het psychologisch onderzoek en van de integratie daarvan met de intakegegevens bericht:

"Reden van aanmelding betrof problemen op de internationale school in [plaatsnaam] , waar [zoon] intern verblijft. Zoals het zich niet aan de regels houden, verbale agressie en opstandig gedrag en matige schoolprestaties. Ouders zouden graag een onafhankelijk onderzoek willen om te laten zien dat er geen sprake is van ADHD of andere problemen bij [zoon] en (zijn ouders, hof) denken dat er mogelijk sprake kan zijn van hoogbegaafdheid.

Vanuit het psychologisch onderzoek komt naar voren dat [zoon] op gemiddeld intelligentieniveau functioneert. (…)

Vanuit het onderzoek en de intake komen enige kenmerken naar voren die bij ADHD zouden kunnen passen, zoals (…).

Echter, er is geconcludeerd dat bovenstaande onvoldoende is om te komen tot een classificatie ADHD. (…)

Wel komen er vanuit de intake en het psychologisch onderzoek zorgen naar voren over de emotionele ontwikkeling van [zoon] . [zoon] lijkt veel behoefte te hebben aan nabijheid van zijn ouders. De plaatsing op de internationale school is voor hem dan ook om deze reden heel erg moeilijk (…). Hij geeft aan te denken dat het beter met hem zou gaan als hij bij zijn ouders zou zijn. (…).

[zoon] heeft behoefte aan veiligheid en geborgenheid, welke in de huidige situatie onvoldoende wordt vervuld. (…) De emotionele problemen die [zoon] ervaart kunnen, samen met een temperamentvolle aanleg, ten grondslag liggen aan de gedragsproblemen en de onrust die ervaren worden op de Internationale school en kunnen daarmee ook verklaren dat deze problemen niet of minder spelen als [zoon] bij zijn ouders is.

(…) Er komen geen aanwijzingen naar voren in het intelligentie-onderzoek voor onderpresteren vanuit desinteresse, dus er is geen sprake van hoogbegaafdheid."

3.8

In december 2010 heeft [persoon 1] , social need coördinator van [geïntimeerde] met instemming van [appellanten] een intensief “support plan” voor [zoon] opgesteld om zijn schoolresultaten en gedrag te verbeteren (productie 8 bij conclusie van antwoord in conventie), inhoudend, zakelijk weergegeven:

dit betekent dat wij willen dat [zoon] :

zijn schoolwerk zo plant en organiseert dat hij in staat is om zich te houden aan de inleverdata van zijn huiswerk en hetgeen van hem in de klas wordt verwacht,

zijn huiswerk en werk in de klas naar beste vermogen voltooit,

zijn mondelinge vaardigheden verbetert.

Dit zal erin resulteren dat [zoon] in lijn komt met de ambitie om 6cs of hoger te voltooien.

Om deze doeleinden te bereiken adviseren wij [zoon] om deel te nemen aan het volgende ondersteunend pakket:

op maandagen van 12:40 tot 13:00 uur zal [zoon] ondersteuning krijgen bij de planning en organisatie van zijn huiswerk voor die week, zodat hij een planning zal hebben en in staat zal zijn om zich te houden aan de inleverdatum van zijn taken.

[zoon] zal iedere maandag van 15:25 tot 17:00 uur extra wiskundelessen krijgen.

Op dinsdagen van 11:00 tot 12:40 uur, woensdagen van 11:00 tot 12:40 uur en donderdagen 8:30 tot 10:00 uur en van 11:00 tot 12:40 uur hebben wij een leraar beschikbaar die [zoon] gedurende zijn lessen zal vergezellen. Dan krijgt [zoon] ondersteuning gedurende deze uren om zijn gedrag in de klas, zijn werkhouding en zijn communicatieve vaardigheden te verbeteren.

[persoon 2] zal doorgaan met de benadering via schriftelijke dagelijkse doelenrapporten en de opbouw van zijn zelfrespect.

[zoon] zal wekelijks een individuele coaching sessie krijgen om hem te helpen na te denken en strategieën te kiezen om zijn doel te bereiken ter verbetering van resultaten en gedrag.

3.9

In augustus 2011 hebben [appellanten] [geïntimeerde] geattendeerd op een leesprobleem bij [zoon] en gemeld dat dyslexie de reden zou zijn van de slechte...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT