Uitspraak Nº 200.155.443/01. Gerechtshof Den Haag, 2015-12-01

Datum uitspraak:2015/12/01
Uitgevende instantie::Gerechtshof Den Haag
 
GRATIS UITTREKSEL
GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.155.443 /01

Zaak/rolnummer rechtbank : 1334073 CV EXPL 12-16444

arrest van 1 december 2015

inzake

HAVENBEDRIJF ROTTERDAM N.V.,

gevestigd te Rotterdam,

appellant,

hierna te noemen: het Havenbedrijf,

advocaat: mr. J.N. de Blécourt te Amsterdam,

tegen

TEAM TERMINAL B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

ESSO NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Breda,

geïntimeerden,

hierna te noemen: Team Terminal respectievelijk Esso dan wel tezamen Team Terminal c.s.,

advocaat: mr. A.R. de Jonge te Den Haag.

Het geding

Bij exploot van 22 augustus 2014 is het Havenbedrijf in hoger beroep gekomen van de vonnissen van 9 november 2012 en 6 juni 2014, tussen partijen gewezen door de rechtbank Rotterdam. Bij memorie van grieven (met producties) heeft het Havenbedrijf drie grieven opgeworpen, twee tegen het tussenvonnis van 9 november 2012 en één tegen het eindvonnis van 6 juni 2014. Team Terminal c.s. hebben de grieven bij memorie van antwoord bestreden. Ter zitting van 13 oktober 2015 hebben partijen hun zaak doen bepleiten, beide aan de hand van pleitnotities, het Havenbedrijf door zijn advocaat en Team Terminal c.s. door hun advocaat en mr. E.E. van der Kamp, advocaat in Den Haag. Het Havenbedrijf had op voorhand daarbij een productie toegezonden. Vervolgens is arrest gevraagd.

Beoordeling van het hoger beroep

1. Aangezien geen grieven zijn gericht tegen de feiten die de kantonrechter in het tussenvonnis van 9 november 2012 onder het kopje “De feiten” heeft weergegeven, gaat ook het hof van deze feiten uit. Met inachtneming daarvan en van hetgeen overigens uit de stukken als niet (voldoende) gemotiveerd bestreden naar voren is gekomen, gaat het in deze zaak om het volgende.

1.1.

Het Havenbedrijf is beheerder, exploitant en ontwikkelaar van het Rotterdamse haven- en industriegebied. De rechtsvoorganger van het Havenbedrijf (het Gemeentelijk Havenbedrijf, destijds een uitvoerende dienst van de gemeente Rotterdam; hierna telkens: het Havenbedrijf) heeft aan diverse ondernemingen, waaronder Team Terminal c.s., diverse percelen van dat gebied in verhuur gegeven teneinde die te gebruiken als op- en overslagplaats voor onder meer olie. (De rechtsvoorgangster van) Esso (hierna: Esso) heeft de 3e Petroleumhaven (contractnummer 707) gehuurd alsmede een deel van de 5e Petroleumhaven (contractnummer 836). Een maatschap van twee oliemaatschappijen (waaronder Esso; hierna: de oude maatschap), rechtsvoorgangster van Team Terminal, heeft het resterende deel van de 5e Petroleumhaven gehuurd alsmede de Porter’s Lodge sites aan de 4e en 5e Petroleumhaven en de rest van de 4e Petroleumhaven (contractnummers 839 en 842).

1.2.

De huurovereenkomsten, gesloten in de jaren ’50, ‘60 en ’70, werden aangegaan voor lange duur, één vaste eerste termijn gevolgd door huurdersopties voor verlengingen (contracten 707 en 839 voor tweemaal 20 jaar en contracten 836 en 842 voor tweemaal 25 jaar). Voor wat betreft de huurprijs gold het volgende stramien: de huurtermijnen besloegen telkens tijdvakken van vijf jaar, waarbij de huurprijs met ingang van elk nieuw tijdvak kon worden herzien, zowel op verzoek van de verhuurder als van de huurder, welk verzoek vier maanden vóór de afloop van de oude termijn moest worden ingediend. Wanneer partijen voor de aanvang van het nieuwe tijdvak geen overeenstemming hadden bereikt over de nieuwe huurprijs, werd die vastgesteld door drie deskundigen.

1.3.

In de jaren ’80 (brieven van ’84 en ’86) heeft het Havenbedrijf de gebruikelijke vijfjaarlijkse huurprijsherziening aangezegd. Bij gelijkluidende brieven van 8 februari 1985 (contracten 839 en 842, 4e en 5e Petroleumhaven; gericht aan de oude maatschap), 13 februari 1985 (contract 836, 5e Petroleumhaven; gericht aan Esso) en 20 juni 1986 (contract 707, 3e Petroleumhaven; gericht aan Esso) heeft het Havenbedrijf in het kader van de vijfjaarlijkse huurprijsherziening nieuwe huurprijzen voor de betreffende terreinen genoemd en daarnaast alternatieven aangeboden voor de vijfjaarlijkse huurprijsherziening, omdat diverse huurders moeite bleken te hebben met het schokeffect daarvan. De huurders, zoals Team Terminal c.s., konden kiezen uit twee varianten.

Het eerste alternatief (a) bestond uit een systeem van jaarlijkse indexering (nadat de huurprijs per m2 per 1 januari 1985, 1 april 1985 respectievelijk 1 januari 1987 zou zijn verhoogd, zou met ingang van 1 januari 1986, 1 april 1986 respectievelijk 1 januari 1988 een jaarlijkse aanpassing plaatsvinden op basis van het prijsindexcijfer voor gezinsconsumptie van werknemersgezinnen beneden de loongrens van de ziektekostenverzekering). Op 1 januari 2010, 1 april 2010 respectievelijk 1 januari 2012 kon de huurder zowel als verhuurder een algehele herziening van de huurprijs verlangen, waarna de jaarlijkse indexering zou worden voortgezet.

Het tweede alternatief (b) was betaling ineens van de huurprijs over een periode van maximaal 40 respectievelijk 50 jaar.

1.4.

Team Terminal c.s. wezen de herziening van de hand. Partijen hebben daarover gecorrespondeerd.

1.5.

Bij brief van 16 juni 1987 deed het Havenbedrijf aan Esso wederom herzieningsvoorstellen voor een huurprijs op vijfjaarsbasis (voor zowel de 3e als de 5e Petroleumhaven) toekomen.

1.6.

Hierna heeft tussen het Havenbedrijf en Esso, zo volgt uit de brief van 30 juni 1987, productie 20 bij inleidende dagvaarding, telefonisch overleg plaatsgehad.

1.7.

Vervolgens deed het Havenbedrijf bij brief van 30 juni 1987 (“huurprijsverhoging terreinen c.a. aan de 3e en 5e Petroleumhaven”) aan Esso de prijzen op basis van jaarlijkse aanpassing toekomen. Het Havenbedrijf schreef: “Het hanteren van de CBS-indexcijfers in geval van de aanpassing van de prijzen voor de terreinen c.a. aan de 5e Petroleumhaven is overeenkomstig mijn voorstel genoemd onder a) in mijn brieven van 13 februari 1985 nr. (…) en 20 juni 1986 nr. (…)” In verband met het tijdstip van bekendmaking van de CBS-cijfers stelde het Havenbedrijf verder voor het prijsindexcijfer zoals dat gold in de zevende kalendermaand voorafgaand aan de datum van aanpassing te hanteren.

1.8.

Bij brief van 29 december 1987 berichtte Esso aan het Havenbedrijf dat zij “de huurprijsverhoging voor onze terreinen aan de 3e en 5e Petroleumhaven zoals verwoord” in de brief van 30 juni 1987 accepteerde: “wij kiezen voor het systeem van jaarlijkse aanpassing der huurprijzen, geindexeerd als in uw brief aangegeven.” Zij liet verder weten geen probleem te hebben met hantering van het indexcijfer zoals dat gold in de zevende kalendermaand vóór de aanpassingsdatum.

1.9.

Bij brief van 23 juni 1987 (“huurverhoging terreinen aan de 4e en 5e Petroleumhaven”) deed het Havenbedrijf ook aan de oude maatschap nog eens herzieningsvoorstellen voor een huurprijs op vijfjaarsbasis toekomen.

1.10.

Bij brief van 21 april 1989 (“huurprijsverhoging terreinen aan de 4e en 5e Petroleumhaven”) van het Havenbedrijf aan de oude maatschap refereerde het Havenbedrijf aan een onderzoek van het Nederlands Economisch Instituut (N.E.I.) betreffende huurprijzen van natte terreinen in een aantal belangrijke zeehavens, welk onderzoek het beeld opleverde dat de voor Rotterdam op dat moment gehanteerde uitgifteprijzen, die hoger lagen dan de voorgestelde herzieningsprijzen, in vergelijking met andere zeehavens niet ongunstig waren. “In het verlengde van mijn brief van 23 juni 1987 (…) stel ik u voor de huurprijsverhoging op basis van jaarlijkse indexering van uw terreinen te matigen tot f 2,66 per m2 per jaar, welke prijs dan bepaald niet wezenlijk verschilt (of het zou in uw voordeel moeten zijn) van die van de eerder ter sprake gekomen aangrenzende huurder.

1.11.

De oude...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT