Uitspraak Nº 200.176.645_01. Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 2017-06-06

Datum uitspraak: 6 juni 2017
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Hertogenbosch
 
GRATIS UITTREKSEL
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht

zaaknummer 200.176.645/01

arrest van 6 juni 2017

in de zaak van

mr J.A.M. de Kerf q.q., in zijn hoedanigheid van curator in de faillissementen van:
1. Little Art Factory V.O.F. (hierna aan te duiden als de VOF);
2. [vennoot 1] ; en

3. [vennoot 2] ;
(1. t/m 3. hierna samen aan te duiden als [appellanten c.s.] )

kantoorhoudende te [kantoorplaats] ,

appellant,

hierna aan te duiden als de Curator,

advocaat: mr. M.M.P.M. Lousberg te Amsterdam,

tegen

ABN AMRO Bank N.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde,

hierna aan te duiden als de Bank,

advocaat: mr. J. Meuleman te Amsterdam,

op het bij exploot van dagvaarding van 1 september 2015 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 3 juni 2015, door de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Middelburg, gewezen tussen [appellanten c.s.] als gedaagden in conventie, eisers in reconventie en de Bank als eiseres in conventie, verweerster in reconventie.

1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/02/286767/ HA ZA 14-619)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis en het daaraan voorafgegane comparitievonnis van 10 december 2014.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding in hoger beroep;

  • -

    het exploot van anticipatie van 4 september 2015;

  • -

    de memorie van grieven met producties;

  • -

    het verzoek van de Bank van 27 januari 2016 tot schorsing/aanhouding van de procedure wegens het faillissement van [appellanten c.s.] d.d. 12 januari 2016;

  • -

    de schorsing van rechtswege van het hoger beroep voor zover dat betreft de vordering van de Bank in conventie (art. 29 Fw) en de aanhouding van het geding voor zover dat betreft de vorderingen van [appellanten c.s.] in reconventie voor het oproepen van de Curator door de Bank (art. 27 Fw);

  • -

    het bericht van de Curator van 24 maart 2016 met de mededeling dat hij de procedure (in reconventie) overneemt;

  • -

    de memorie van antwoord;

  • -

    het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;

  • -

    de bij H-formulier van 3 april 2017 door de Curator toegezonden producties, die de Curator ter gelegenheid van het pleidooi bij akte in het geding heeft gebracht.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3 De beoordeling
3.1.

Het hof gaat uit van de volgende feiten.

a. a) De VOF exploiteerde een onderneming die zich bezighield met het ontwerpen en verkopen van serviezen, het geven van workshops en het maken van schilderijen en muurschilderingen.

b) Vanaf de oprichting in 2001 was de VOF gevestigd in het pand [adres 1] te [vestigingsplaats] , terwijl de vennoten woonachtig waren in het pand [woonadres] .

c) In 2006 hebben de vennoten zich gewend tot de Bank met een verzoek tot financiering van de aankoop van het pand [adres 2] (koopprijs € 660.000) en van een voorgenomen uitbreiding van hun ondernemingsactiviteiten. In januari 2007 hebben zij daarvoor een door henzelf opgesteld businessplan aan de Bank verstrekt en een door DRV Accountants en Belastingadviseurs te [vestigingsplaats] (hierna: DRV) opgestelde prognose op jaarbasis van de VOF (prod. 9 bij cva tevens voorw eis in rec.). Daarin is voor de panden aan de [straat] een getaxeerde waarde van € 298.000 en € 177.000 opgenomen en een af te lossen hypotheek van € 181.153. De bruto jaaromzet betreffende het jaar 2007 wordt daarin geprognotiseerd op € 242.800 en de nettowinst op € 75.237.

d) In februari 2007 heeft de Bank aan de VOF een krediet verstrekt van € 805.000, bestaande uit een tienjarige lening van € 300.000, een 25-jarige lening van € 200.000 en een krediet in rekening-courant van € 305.000, dat bestaat uit een basiskrediet van € 30.000 en een overbruggingskrediet van € 275.000. Ter aflossing van het overbruggingskrediet zouden de panden aan [straat] worden verkocht. Tot zekerheid voor de nakoming van het samengestelde krediet bedong de Bank een recht van hypotheek op deze panden en het pand [adres 2] , alsook een pandrecht op goederen en vorderingen van de VOF.

e) Het pand [woonadres] is vervolgens door [appellanten c.s.] verkocht voor ca. € 300.000. Daarmee is de (oude) hypotheek afgelost. Een bedrag van € 105.000 is ingelost op het overbruggingskrediet. De Bank en de VOF hebben daarop de kredietovereenkomst per 16 juli 2017 aangepast. Op grond van de aangepaste overeenkomst (prod. 2 bij cva tevens voorw. eis in rec.) heeft de Bank de VOF een krediet versterkt van € 700.000, bestaande uit een 10-jarige geldlening van € 300.000, een 25-jarige geldlening van € 200.000 en een krediet in rekening-courant van € 200.000, bestaande uit een basiskrediet van € 30.000 en een overbruggingskrediet van € 170.000. De kredietovereenkomst vermeldt dat het overbruggingskrediet per 1 juli 2008 zal worden verlaagd tot nihil.

f) Het pand [adres 1] is door [appellanten c.s.] niet verkocht. Het van het overbruggingskrediet na voornoemde aflossing resterende bedrag van € 170.000 werd niet ingelost. In september 2009 werd dat omgezet in een lening met een looptijd van 20 jaren. De omvang van de (langlopende) kredietfaciliteit werd daarmee in 2009 verhoogd van € 516.000 naar € 686.000, zo vermeldt de in 2009 vernieuwde kredietovereenkomst (prod. 3 bij cva in voorw. rec.).

g) In aanvulling op de leningen en kredieten zoals hiervoor opgenomen heeft de Bank aan de VOF verder een krediet verschaft van € 36.500 voor het aangaan van een financial lease voor een auto.

h) In mei 2012 werd door de Bank het rekening-courantkrediet (tijdelijk, tot 1 mei 2013) verhoogd van € 30.000 naar € 55.000 om een overstand op de rekening-courant op te lossen. De omvang van de kredietfaciliteit bedroeg daarmee op dat moment € 666.972 (prod. 1...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT