Uitspraak Nº 200.183.396/01 en 200.183.398/01. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 2018-01-23

Datum uitspraak:23 januari 2018
Uitgevende instantie::Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummers gerechtshof 200.183.396/01 en 200.183.398/01

(zaaknummers rechtbank Noord-Nederland C/19/107616 HA ZA 14-234 en C/19/107616 / HA ZA 14-234)

arrest van 23 januari 2018

in de zaak met nummer 200.183.396/01 van

Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V.,

statutair gevestigd te ’s-Gravenhage en kantoorhoudende te Assen,

appellante,
hierna: NAM,

in eerste aanleg: gedaagde,

advocaat: mr. M.A. Leijten, kantoorhoudend te Amsterdam, die met zijn kantoorgenoot
mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk heeft gepleit,

tegen

1 Christelijke Woningstichting Patrimonium Groningen,

gevestigd te Groningen,

2. Stichting Lefier, mede als rechtsopvolgster onder algemene titel van Stichting Woningbouw Slochteren, voorheen gevestigd te Schildwolde,

gevestigd te Hoogezand-Sappemeer,

3. Stichting Acantus Groep,

gevestigd te Veendam,

4. Stichting De Huismeesters,

gevestigd te Groningen,

5. Stichting De Delthe,

gevestigd te Usquert,

6a. Woonstichting Groninger Huis, mede als rechtsopvolgster onder algemene titel van Stichting Steelande Wonen, voorheen gevestigd te Groningen,
gevestigd te Zuidbroek,
6b Woningstichting Wierden en Borgen, als rechtsopvolgster onder algemene titel van Stichting Steelande Wonen, voorheen gevestigd te Groningen,
gevestigd te Bedum,
7. Stichting Uithuizer Woningbouw, gevestigd te Uithuizen,
geïntimeerden,
hierna gezamenlijk te noemen: de corporaties,

in eerste aanleg: eisers,

advocaat nu: mr. R.N.E. Visser, kantoorhoudend te Amsterdam, die met zijn kantoorgenoot mr. M.F. Bartels ook heeft gepleit,

en in de zaak met nummer 200.183.398/01 van

Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V.,

statutair gevestigd te ’s-Gravenhage en kantoorhoudende te Assen,

appellante,
hierna: NAM,

in eerste aanleg: gedaagde,

advocaat: mr. M.A. Leijten, kantoorhoudend te Amsterdam, die met zijn kantoorgenoot

mr. J. de Bie Leuveling Tjeenk heeft gepleit,

tegen

1 Stichting Waardevermeerdering door Aardbevingen Groningen,
gevestigd te Groningen,
hierna: WAG,
advocaat: mr. P.W. Huitema, kantoorhoudend te Groningen, die met zijn kantoorgenoot
mr. R. Glas heeft gepleit,
2. Stichting Woonzorg Nederland,
gevestigd te Voorschoten,
3. Woningstichting Wierden en Borgen,
gevestigd te Bedum,
4. Stichting Christelijke Woongroep Marenland,
gevestigd te Appingedam,
geïntimeerden 2 tot en met 4 hierna gezamenlijk te noemen: de corporaties,

advocaat nu: mr. R.N.E. Visser, kantoorhoudend te Amsterdam, die ook heeft gepleit,
in eerste aanleg: eisers.

De corporaties zullen in beide zaken gezamenlijk als “de corporaties” worden aangeduid.

1 Het geding in eerste aanleg (in beide zaken)
1.1

Voor het geding in eerste aanleg in beide zaken verwijst het hof naar het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland afdeling privaatrecht locatie Assen van 2 september 2015.

2 Het geding in hoger beroep
2.1

Het verloop van de procedure in hoger beroep in de zaak met nummer 200.183.396/01blijkt uit:

- de appeldagvaarding van 1 december 2015;
- de memorie van grieven van NAM (met producties);
- de memorie van antwoord van de corporaties (met producties);
- de akte uitlating producties van NAM;
- de akte overlegging producties van NAM (producties 45 tot en met 56);
- de akte overlegging producties van de corporaties (producties 123 tot en met 126).

2.2

Het verloop van de procedure in hoger beroep in de zaak met nummer 200.183.398/01 blijkt uit:

- de appeldagvaarding van 1 december 2015;
- de memorie van grieven van NAM (met producties);
- de memorie van antwoord van WAG en de corporaties (met producties);
- de akte uitlating producties van NAM;
- de akte overlegging producties van NAM (producties 45 tot en met 56);
- de akte overlegging productie van WAG (producties 109 tot en met 122 en productie 127);
- de akte overlegging producties van de corporaties (producties 123 tot en met 126).

2.3

Vervolgens is een pleidooi in beide zaken gehouden, waarbij de hiervoor genoemde aktes overgelegde producties zijn genomen, pleitnota's zijn overgelegd (inclusief een aanvullende pleitnota van NAM) en waarvan proces-verbaal is opgemaakt. Ten slotte is op verzoek van partijen arrest bepaald.

2.4

De vordering van NAM in hoger beroep strekt ertoe dat het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd en dat WAG alsnog niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar vorderingen, althans dat haar vorderingen, evenals de vorderingen van de corporaties, worden afgewezen, een en ander met veroordeling van WAG en de corporaties in de proceskosten in eerste aanleg en in hoger beroep.

3 De wijziging van enkele procespartijen (in beide zaken)
3.1

In de zaak met nummer 200.183.396/01 is aanvankelijk onder meer geprocedeerd door Stichting Woningbouw Slochteren en Stichting Zeelande Wonen. Gedurende de procedure in hoger beroep is Stichting Woningbouw Slochteren gefuseerd met Stichting Lefier, waarbij Stichting Woningbouw Slochteren is opgehouden te bestaan, en is Stichting Steelanden Wonen gesplitst, waarbij het vermogen van Stichting Steelande Wonen deels is overgegaan naar Stichting Wierden en Borgen en deels naar Stichting Groninger Huis, terwijl Stichting Steelande Wonen is opgehouden te bestaan. Met deze wijzigingen is bij de vermelding van de procespartijen in dit arrest rekening gehouden.

3.2

Het hof zal de corporaties in beide zaken tezamen ook als “de corporaties” aanduiden.

4. De vaststaande feiten (in beide zaken)
4.1 Inleiding

4.1.1

De rechtbank heeft in rechtsoverweging 2 (2.1.1 tot en met 2.6.1) van haar vonnis de feiten vastgesteld. Tegen de feitenvaststelling zijn geen grieven gericht en is ook overigens niet van bezwaren gebleken, zodat van de juistheid van de door de rechtbank vastgestelde feiten kan worden uitgegaan.

4.1.2

Na het vonnis van de rechtbank hebben partijen diverse nieuwe feiten aangevoerd en zijn rapporten die de rechtbank in de feitenvaststelling heeft aangehaald of samengevat aangevuld of geactualiseerd. Het hof zal, uitgaande van de feitenvaststelling van de rechtbank en rekening houdend met de verder aangevoerde feiten, de feiten opnieuw vaststellen.

4.2

Partijen

4.2.1

NAM houdt zich bezig met de opsporing en winning van aardgas en aardolie. Shell Nederland B.V. en Exxon Mobil Holding Company houden ieder de helft van de aandelen in NAM. De winningsactiviteiten van NAM in Nederland verricht zij op basis van door de Minister van Economische zaken (hierna: de Minister) op grond van de Mijnbouwwet verleende winnigsvergunningen (voorheen concessies).

4.2.2

WAG is door [A] opgericht bij notariële akte van 24 april 2013. In de statuten van WAG is onder meer het volgende vermeld:
"Artikel 1:
In deze statuten zijn de volgende begrippen als volgt omschreven:
(…)
d. Deelnemers: De (rechts)personen en instellingen, aan wie één of meer onroerende zaken in eigendom toebehoren, waaraan tengevolge van gaswinning door de NAM ontstane aardbevingen en/of bodemdaling in de provincie Groningen of elders schade is opgetreden dan wel daardoor in waarde zijn gedaald, die de deelnemersvoorwaarden hebben onderschreven en een overeenkomst met rechtsbijstand met [B] Advocaten & Notarissen hebben ondertekend of zullen ondertekenen.
(…)
Artikel 3:
1. Het doel van de Stichting is:
a. Het behartigen van de belangen van de Deelnemers, in de ruimst mogelijk zin van het woord, waaronder begrepen de vaststelling van de schade bestaande uit waardevermindering van hun onroerende zaken, die de Deelnemers hebben geleden door gaswinning door de NAM en/of handelen of nalaten van de NAM en/of de Staat welk handelen de bodemdaling en/of aardschokken tot gevolg heeft gehad.
(…)
e. Het namens de Deelnemers eisen van schadevergoeding voor het handelen en/of nalaten van de NAM en/of de Staat, het voeren van onderhandelingen, het voeren van procedures en het treffen van andere rechtsmaatregelen tegen de NAM en/of de Staat teneinde de waardevermindering van het onroerend goed van de Deelnemers te verhalen.”
De statuten van WAG voorzien in een bestuur, bestaande uit ten minste drie leden, benoemd door de Raad van Deelnemers, die bestaat uit alle deelnemers en waarin alle deelnemers stemrecht hebben.

4.2.3

Op het moment van het pleidooi in hoger beroep had WAG ongeveer 4.000 deelnemers. Deze deelnemers hebben een deelnemersovereenkomst gesloten met WAG, waarin tevens een procesvolmacht aan het bestuur van WAG is opgenomen. Op grond van de deelnemersovereenkomst zijn de deelnemers een bedrag van € 100,- verschuldigd. In de deelnemersovereenkomst is onder meer het volgende bepaald:
"Artikel 3 -Taak Stichting.

1. Tot de taak van (het Bestuur van) de Stichting behoort onder meer:

(…)

b. het voeren van gerechtelijke procedures tot verkrijging van een verklaring voor recht en/of tot schadevergoeding namens de Deelnemers tegen de NAM en/of de Staat;

Artikel 4- Volmacht

1. De deelnemer verleent hierbij een schriftelijke volmacht aan het Bestuur om voor en namens hem:

a. alle in artikel 3 vermelde rechtshandelingen te verrichten

(…)

3. Indien het voor het voeren van een procedure of het verkrijgen van een schikking rechtens noodzakelijk is dat de Deelnemer zijn vordering overdraagt aan de Stichting, kan (het Bestuur van) de Stichting deze overdracht op basis van de in het eerste lid van dit artikel vermelde volmacht bewerkstelligen.”
In de deelnemersovereenkomst verplichten de deelnemers zich een overeenkomst van rechtsbijstand aan te gaan met [B] Advocaten & Notarissen, het kantoor waaraan

[A] verbonden is en waarvan hij de naamgever is. Deze overeenkomst voorziet onder meer in een succesfee voor [B] Advocaten & Notarissen wanneer een vergoeding wordt uitgekeerd aan de deelnemer. De fee bestaat uit een vast bedrag van € 100,- te vermeerderen met een percentage van 5%...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT