Uitspraak Nº 200.193.590/01. Gerechtshof Den Haag, 2017-11-21

Datum uitspraak:21 november 2017
Uitgevende instantie::Gerechtshof Den Haag
 
GRATIS UITTREKSEL
GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.193.590/01

Zaaknummer rechtbank : 4566342/15-32969

Arrest van 21 november 2017

in de zaak van

1 [appellant 1] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

2. [appellant 2] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

appellanten,

hierna te noemen: gezamenlijk [X c.s.] en ieder afzonderlijk [appellant 1] respectievelijk [appellant 2] ,

advocaat: mr. M.D. Winter te Den Haag,

tegen

1 de Gemeente Den Haag,

gevestigd te Den Haag,

2. Wijkontwikkelingsmaatschappij Stationsbuurt Oude Centrum Den Haag C.V.,

gevestigd te Den Haag,

geïntimeerden,

hierna te noemen: gezamenlijk de gemeente c.s., en ieder afzonderlijk de gemeente respectievelijk WOM,

advocaat: mr. F.M. Khader-Guljé te Den Haag.

Het geding

Bij exploten van 7 juni 2016 is [X c.s.] in hoger beroep gekomen van een door de rechtbank Den Haag, team kanton, locatie Den Haag tussen partijen gewezen vonnis van 18 mei 2016 (zoals verbeterd bij vonnis van 22 juni 2016). Bij memorie van grieven met producties heeft [X c.s.] twaalf grieven aangevoerd. Bij memorie van antwoord met producties heeft de gemeente c.s. de grieven bestreden.

Vervolgens hebben partijen de stukken overgelegd en arrest gevraagd.

Beoordeling van het hoger beroep

1. Het gaat in deze zaak om het volgende.

1.1

[appellant 1] huurt sinds 19 januari 1993 de horecaruimte aan de [adres 1] te Den Haag, en sinds 1 november 1998 de bovengelegen woning aan de [adres 2] te

Den Haag. In de horecaruimte exploiteert [appellant 1] [een Theehuis, hierna: het Theehuis] .

1.2

De gemeente is sinds 1 augustus 2011 eigenaar van de horecaruimte aan de [adres 1]

en van de bovengelegen woning aan de [adres 2] te Den Haag. WOM is

economisch eigenaar van deze horecaruimte en woning.

1.3

Op 3 juni 2015 heeft de politie de horecaruimte doorzocht in verband met een verdenking van overtreding van de Opiumwet. Daarbij is bij een persoon achter de bar een brokje hasj van 8.9 gram aangetroffen, terwijl achter de bar, achter de kassa en in de prullenbak pakjes lange vloei gevonden werden en in de keuken een grammenweegschaal

aanwezig was. Ook twee bezoekers van de horecaruimte waren ieder in het bezit van

0.3

gram hasj; zij hebben verklaard dat zij de hasj in de horecaruimte hadden gekocht.

De verdenking was gebaseerd op informatie die de politie op 10 maart 2015, op 1, 2 en

11 april 2015 en op 23 en 27 mei 2015 had ontvangen.

1.4

Op 3 juni 2015 is de boven de horecaruimte gelegen woning eveneens doorzocht omdat de politie had geconstateerd dat meerdere personen de woonruimte binnen gingen en

enkele minuten later weer verlieten met een transparant tasje in hun handen en dat de

woning vanuit de horecaruimte veelvuldig werd bezocht. In de woning werden

doorzichtige folie, tippies, dozen lange vloei, gripzakjes, een grinder en acht

weegschaaltjes aangetroffen.

1.5

[appellant 1] staat sedert 22 maart 2010 ingeschreven bij de gemeente

Naaldwijk. Hij heeft de woonruimte zonder toestemming van de verhuurder in gebruik

gegeven aan [appellant 2] , zijn zoon, die sedert 22 september 2009 bij de

gemeente staat ingeschreven op het adres van de woonruimte.

1.6

Bij besluit van 19 juni 2015 heeft de burgemeester gezien (onder meer) artikel 13b

Opiumwet de horecaruimte gesloten voor de duur van 12 maanden, ingaande 19 juni

2015 om 12:00 uur en eindigend op 19 juni 2016 om 12:00 uur.

1.7

Bij brief d.d. 6 augustus 2015, welke op 7 augustus 2015 bij deurwaardersexploot aan [appellant 1] is betekend, hebben de gemeente en WOM de huurovereenkomst

voor de horecaruimte met ingang van de datum van de brief ontbonden op grond van

artikel 7:231 lid 2 BW, alsmede de huur van de woonruimte opgezegd tegen 1 maart

2016 op grond van artikel 7:274 lid 1 onder a BW voor het geval [appellant 1]

niet vrijwillig tot ontruiming en ter beschikking stelling aan de gemeente en WOM

overgaat.

1.8

Bij besluit van 14 oktober 2015 heeft de burgemeester het bezwaar van [appellant 1] tegen het besluit van 19 juni 2015 ongegrond verklaard.

1.9

Op 18 april 2016 heeft de rechtbank Den Haag, afdeling Bestuursrecht, het door [appellant 1] daartegen ingestelde beroep...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT