Uitspraak Nº 200.197.079/01. Gerechtshof Den Haag, 2020-02-18

Datum uitspraak:18 februari 2020
Uitgevende instantie::Gerechtshof Den Haag
 
GRATIS UITTREKSEL
GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.197.079/01

Zaak-/rolnummers rechtbank : C/09/477160 / HA ZA 15-1; C/09/477162 / HA ZA 15-2 en C/09/481619 / HA ZA 15-112

arrest van 18 februari 2020

inzake

1. de rechtspersoon naar het recht van Cyprus VETERAN PETROLEUM LIMITED,

gevestigd te Nicosia, Cyprus,

hierna te noemen: VPL,

2. de rechtspersoon naar het recht van de Isle of Man YUKOS UNIVERSAL LIMITED,

gevestigd te Douglas, Isle of Man,

hierna te noemen: YUL,

3. de rechtspersoon naar het recht van Cyprus HULLEY ENTERPRISES LIMITED,

gevestigd te Nicosia, Cyprus,

hierna te noemen: Hulley,

appellanten,

hierna gezamenlijk ook wel aan te duiden als: HVY (meervoud),

advocaat: mr. M.A. Leijten te Amsterdam,

tegen

DE RUSSISCHE FEDERATIE,

zetelend te Moskou, Russische Federatie,

hierna te noemen: de Russische Federatie,

geïntimeerde,

advocaat: mr. J.A. Dullaart te Naaldwijk.

Inhoudsopgave

1. Het geding – procesverloop; beslissing op bezwaren Russische Federatie

2. Inleiding en achtergrond

3. De bevoegdheid van het Scheidsgerecht (art. 1065 lid 1 onder a Rv); opvattingen van partijen, Scheidsgerecht en rechtbank

3.1 Inleiding en juridische context

3.2 Standpunt Russische Federatie

3.3 Standpunt HVY

3.4 Het oordeel van het Scheidsgerecht

3.5 Het oordeel van de rechtbank

4. De grieven

4.1 Inleiding

4.2 De bij de uitleg van de ECT in acht te nemen normen

4.3 De voorlopige toepassing van verdragen

4.4 Nieuwe bevoegdheidsgronden en bevoegdheidsargumenten in het vernietigingsgeding

4.5 De uitleg van art. 45 lid 1 ECT, meer in het bijzonder van de Limitation Clause, en de uitleg van art. 45 lid (2)a ECT

a. Inleiding

b. Het standpunt van de Russische Federatie

c. Het standpunt van HVY

d. De overwegingen van het Scheidsgerecht

e. De overwegingen van de rechtbank

f. Het oordeel van het hof

( i) De gewone betekenis van de termen van de Limitation Clause

(ii) en (iii) De context en het voorwerp en het doel van het Verdrag

(iv) ‘Statenpraktijk’ (art. 31 lid 3 WVV)

( v) De uitleg van de Limitation Clause conform de interpretatieregels van art. 31 WVV

(vi) Art. 32 WVV; de travaux préparatoires

(vii) De betekenis van ‘not inconsistent’

(viii) Conclusie ten aanzien van de interpretatie van de Limitation Clause van art. 45 lid 1 ECT en van art. 45 lid 2(a) ECT

4.6 Toepassing Limitation Clause in deze zaak (uitgaande van de uitleg die het hof aan die bepaling geeft) 8

4.7 Toepassing Limitation Clause in deze zaak (uitgaande van de uitleg die de Russische Federatie aan die bepaling geeft) 8

a. De scheiding der machten

b. Zijn geschillen omtrent publiekrechtelijke bevoegdheden arbitrabel? 0

c. Komt naar Russisch recht aan aandeelhouders een vordering toe voor waardevermindering van hun aandelen?

4.8 Het beroep van HVY op ‘estoppel’ en ‘acquiescence’, de regel uit IMS/DIO

4.9 Conclusie ten aanzien van de grieven

5. Overige gronden inzake de bevoegdheid van het Scheidsgerecht

5.1 Investering/investeerder, art. 1 leden 6 en 7 ECT

a. Inleiding

b. Het Scheidsgerecht

c. Standpunt Russische Federatie en vooropstellingen van het hof

d. Buitenlandse investering, buitenlandse investeerder

e. Zeggenschap over de investerende vennootschap (U-bocht)

f. Economische bijdrage aan gastland

g. Doorbraak van aansprakelijkheid

h. Legaliteit van de investering

i. Conclusie

5.2 Belastingmaatregelen, art. 21 ECT

a. Inleiding

b. Standpunt Russische Federatie

c. Raakt art. 21 ECT aan de bevoegdheid van het Scheidsgerecht? 3

d. Art. 21 ECT van toepassing?

e. Art. 21 lid 5(a) ECT

5.3 Conclusie ten aanzien van de bevoegdheid van het Scheidsgerecht (art. 1065 lid 1 onder a Rv)

6. Schending van de opdracht (art. 1065 lid 1 onder c Rv)

6.1 Juridische context

6.2 Standpunt Russische Federatie

6.3 Art. 21 lid 5(b) ECT

6.4 Vaststelling van de schadevergoeding

6.5 Beslissen door te gissen en treden buiten de rechtsstrijd

a. De BTW-aanslagen en boetes

b. De (on)afwendbaarheid van het faillissment van Yukos

c. De rol van Rosneft

d. De toerekening van de inkomsten van de schijnvennootschappen

e. Conclusie

6.6 De rol van assistent Valasek

6.7 Conclusie ten aanzien van schending van de opdracht (art. 1065 lid 1 onder c Rv)

7. Is het Scheidsgerecht niet op de juiste wijze samengesteld (art. 1065 lid 1 onder b Rv)?

8. Zijn de Yukos Awards niet met redenen omkleed (art. 1065 lid 1 onder d Rv)?

8.1 Juridische context

8.2 Standpunt Russische Federatie

8.3 De vaststelling van de schadevergoeding mist een steekhoudende motivering

8.4 Bewijs ten aanzien van de Mordovische vennootschappen

a. Context

b. De arbitrageprocedure

c. Standpunt Russische Federatie

d. Oordeel hof

8.5 Beslissen door te gissen en treden buiten de rechtsstrijd

8.6 Innerlijk tegenstrijdige conclusies inzake de YNG-veiling

8.7 Conclusie ten aanzien van motivering (art. 1065 lid 1 onder d Rv)

9. Openbare orde (art. 1065 lid 1 onder e Rv)

9.1 Juridische context

9.2 Standpunt Russische Federatie

9.3 Hoor en wederhoor; verrassingsbeslissing

9.4 Beslissen door te gissen en treden buiten de rechtsstrijd

9.5 De BTW-aanslagen

9.6 Innerlijk tegenstrijdige conclusies inzake de YNG-veiling

9.7 HVY hebben fraude gepleegd in de arbitrages

9.8 ‘Unclean hands’

9.9 Conclusie ten aanzien van de schending van de openbare orde (art. 1065 lid 1 onder e Rv)

10. Slotsom

11. Beslissing

1 Het geding – procesverloop; beslissing op bezwaren Russische Federatie

1. Het geding - procesverloop

1.1

Voor het procesverloop tot het tussenarrest van 18 december 2018 verwijst het hof naar dat arrest en naar het daaraan voorafgaande tussenarrest van 25 september 2018. In dit laatste tussenarrest heeft het hof beslist dat het bezwaar van HVY tegen een aantal stellingen van de Russische Federatie in de memorie van antwoord deels gegrond en deels ongegrond is. Het hof heeft in dat tussenarrest partijen tevens in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het verdere procesverloop.

1.2

Partijen hebben zich bij akte uitgelaten over het verdere procesverloop. Het hof heeft daarop bij het tussenarrest van 18 december 2018 beslist dat HVY in de gelegenheid zullen worden gesteld nog een akte te nemen waarin zij kunnen reageren op bepaalde, in het tussenarrest gespecificeerde, stellingen die de Russische Federatie in de memorie van antwoord naar voren had gebracht, alsmede – binnen dat kader – op in eerste aanleg door de Russische Federatie overgelegde producties. Het hof heeft tevens beslist dat de Russische Federatie vervolgens in de gelegenheid zal worden gesteld om te reageren op de door HVY bij die akte over te leggen producties. Tevens heeft het hof in dat tussenarrest enkele beslissingen genomen over de termijnen waarbinnen producties voor het pleidooi kunnen worden toegezonden en over de duur van de pleidooien.

1.3

HVY hebben de in de vorige paragraaf bedoelde akte op 26 februari 2019 genomen.

1.4

De Russische Federatie heeft bij brief van 18 maart 2019 bezwaar gemaakt tegen de akte van HVY van 26 februari 2019 en het hof verzocht deze akte te weigeren, althans om een nader uitstel te verlenen voor de door de Russische Federatie te nemen akte. HVY hebben op dat bezwaar bij brief van 26 maart 2019 gereageerd. Het hof heeft bij brief van 29 maart 2019 beide verzoeken van de Russische Federatie afgewezen. Meer in het bijzonder heeft het hof naar aanleiding van de stelling van de Russische Federatie, dat HVY in hun akte niet zijn gebleven binnen de kaders die het hof in zijn tussenarrest van 18 december 2018 had gesteld, het volgende beslist:

“Het hof zal, voor zover dat voor de beslissing van deze zaak noodzakelijk is, bij het wijzen van het (eind)arrest vaststellen of HVY buiten de genoemde kaders zijn getreden en bepaalde stellingen van HVY op die grond buiten beschouwing kunnen laten. Ook zal het hof, indien het beginsel van hoor en wederhoor daar naar zijn oordeel aanleiding toe geeft, partijen in de gelegenheid kunnen stellen zich nader over bepaalde punten uit te laten.”

1.5

De Russische Federatie heeft bij akte van 25 juni 2019 gereageerd op de bij de akte van HVY overgelegde producties.

1.6

Op 23, 24 en 30 september 2019 hebben partijen de zaak voor het hof doen bepleiten, HVY door mr. Leijten voornoemd, alsmede door mrs. A.W.P. Marsman en E.R. Meerdink, advocaten te Amsterdam, en de Russische Federatie door prof. mr. A.J. van den Berg, advocaat te Brussel, alsmede door prof. mr. M.E. Koppenol-Laforce, advocaat te Rotterdam en mr. R.S. Meijer, advocaat te Amsterdam, telkens aan de hand van aan het hof overgelegde pleitnota’s. HVY en de Russische Federatie hebben bij deze gelegenheid nog producties in het geding gebracht. Van deze zitting is een proces-verbaal opgemaakt dat tot de processtukken behoort. Ten slotte is arrest gevraagd.

2. Beslissing op bezwaren van de Russische Federatie tegen de akte van 26 februari 2019 en de bij de akte van 9 september 2019 overgelegde producties

1.7

Bij pleidooi heeft de Russische Federatie bezwaar gemaakt tegen de bij de akte van 9 september 2019 ten behoeve van het pleidooi overgelegde producties. Het hof hoeft op dit bezwaar niet te beslissen nu het deze producties niet voor zijn oordeel heeft gebruikt. Ten overvloede merkt het hof op dat de bij deze akte overgelegde producties in redelijkheid kunnen worden beschouwd als een reactie op de door de Russische Federatie bij de aktes van 15 augustus 2019 en 26 augustus 2019 overgelegde producties; ook zijn de door HVY overgelegde producties niet van een zodanige omvang dat in redelijkheid niet van de Russische Federatie gevergd zou kunnen worden dat zij daar tijdens de pleidooien op reageert.

1.8
...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT