Uitspraak Nº 200.229.777/01 NOT. Gerechtshof Amsterdam, 2018-09-11

Datum uitspraak:11 september 2018
Uitgevende instantie::Gerechtshof Amsterdam
 
GRATIS UITTREKSEL

beslissing

___________________________________________________________________ _ _

GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

zaaknummer : 200.229.777/01 NOT

nummer eerste aanleg : SHE/2016/117

beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 11 september 2018

inzake

1. [klager 1] ,

wonend te [plaats] ,

2. [klager 2] ,

wonend te [plaats] ,

3. [klager 3] ,

wonend te [plaats] ,

4. [klager 4] ,

wonend te [plaats] ,

appellanten,

gemachtigde: [klager 1] voornoemd,

tegen

mr. [naam] ,

notaris te [plaats] ,

geïntimeerde,

gemachtigde: mr. M.C.J. Höfelt, advocaat te Amsterdam.

1 Het geding in hoger beroep
1.1.

Appellanten (hierna: klagers) hebben op 19 december 2017 een - niet nader gemotiveerd -beroepschrift bij het hof ingediend tegen de aan deze beslissing gehechte beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort 's-Hertogenbosch (hierna: de kamer) van 20 november 2017. De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klager tegen geïntimeerde (hierna: de notaris) ongegrond verklaard.

1.2.

Klagers hebben op 12 januari 2018 een aanvullend beroepschrift bij het hof ingediend.

1.3.

De notaris heeft op 19 maart 2018 een verweerschrift – met bijlagen – bij het hof

ingediend.

1.4.

Op 13 juni 2018 hebben klagers nog een aanvullende productie in het geding gebracht.

1.5.

De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 28 juni 2018. Klagers [klager 1] , [klager 2] en [klager 4] , vergezeld van [naam] (echtgenote van [klager 1] ), en de notaris, vergezeld van zijn gemachtigde, zijn verschenen en hebben het woord gevoerd; de echtgenote van [klager 1] en de gemachtigde van de notaris aan de hand van een aan het hof overgelegde pleitnota.

2 Stukken van het geding

Het hof heeft kennis genomen van de inhoud van de door de kamer aan het hof toegezonden stukken van de eerste instantie en de hiervoor vermelde stukken.

3 Feiten
3.1.

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Partijen hebben tegen de vaststelling van de feiten door de kamer geen bezwaar gemaakt, zodat ook het hof van die feiten uitgaat.

3.2.

Kort gezegd gaat het in deze zaak om het volgende.

3.2.1.

Op 29 december 2006 heeft notaris mr. [Z] te [plaats] een schenkingsakte verleden, waarbij klagers en hun twee broers, [broer X] en [broer Y] , van hun moeder [naam] (hierna: de moeder) ieder een bedrag van € 17.500,- geschonken hebben gekregen.

3.2.2.

Op enig moment is er onenigheid ontstaan tussen de broers over de zorg voor hun moeder. Er zijn toen twee kampen ontstaan, te weten klagers enerzijds en [broer X] en [broer Y] anderzijds.

3.2.3.

Op 1 maart 2014 heeft tussen [broer X] en de notaris een (privé-)bespreking plaatsgevonden.

3.2.4.

Op 19 augustus 2014 heeft [broer Y] de moeder, destijds 88 jaar oud, naar het notariskantoor gebracht. De notaris heeft toen, in het bijzijn van kandidaat-notaris mr. [naam] (hierna: de kandidaat-notaris), een bespreking gevoerd met de moeder. [broer Y] was hierbij niet aanwezig. De bespreking ging over de schenkingsakte uit 2006 en een (eventueel) op te stellen testament en notariële volmacht voor de moeder.

3.2.5.

Bij brief van 22 augustus 2014 heeft de notaris een concept van het testament alsmede een concept van de notariële volmacht per post naar het adres van de moeder gestuurd.

In de conceptakte van het testament staat onder het kopje ‘executeursbenoeming’ het volgende vermeld:

“Ik benoem tot executeur de heer (..) [broer Y] (..) en de heer (..) [klager 2] (..), (..), tezamen en bij weigering, belet of ontstentenis van (een van) hen de heer (..) [broer X] (..) voornoemd en bij zijn weigering, belet of ontstentenis de heer (..) [klager 3] (..) voornoemd.”

3.2.6.

Op 4 september 2014 heeft de notaris het testament en de notariële volmacht bij de moeder thuis in Weert gepasseerd.

In het testament heeft de moeder haar zes zonen tezamen en voor gelijke delen benoemd tot erfgenamen. Verder heeft zij, anders dan in het concept van het testament stond vermeld, [broer Y] en [klager 3] tezamen benoemd tot executeur. Bij weigering, belet of ontstentenis van [broer Y] en [klager 3] (of een van hen) heeft de moeder haar zoon [broer X] benoemd tot executeur. Bij zijn weigering, belet of ontstentenis heeft de moeder in haar testament bepaald dat haar zoon [klager 2] als executeur dient te worden benoemd.

In de notariële volmacht heeft de moeder algehele volmacht verleend aan haar zes zonen voor de situatie dat zij niet ten volle in staat is haar belangen zelf behoorlijk waar te nemen. De volgorde van aanstelling tot algemeen gevolmachtigde is successievelijk: [broer Y] , [klager 3] , [broer X] , [klager 2] , [klager 1] en [klager 4] .

3.2.7.

Bij brief van 10 december 2014 heeft een medewerkster van het kantoor van de notaris (hierna: de medewerkster) aan de moeder medegedeeld:

“Bijgaand ontvangt u ter beoordeling de ontwerpakte van uw schenking op papier aan uw 6 kinderen.

U schenkt op papier aan ieder van uw kind een bedrag van € 10.000,00. U bent een rente verschuldigd van 6% per jaar.

Deze schenking is met name van belang voor het verminderen van het erfbelasting dat verschuldigd is bij het overlijden van u en kan tevens een rol spelen bij het veilig stellen van het vermogen in verband met een eventuele vermogenstoets voor een bejaarden- of verzorgingstehuis.

(..)

De afspraak voor het tekenen van de akte is gemaakt op dinsdag 23...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT