Uitspraak Nº 200.242.651_01. Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 2020-03-24

Datum uitspraak:2020/03/24
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Hertogenbosch
 
GRATIS UITTREKSEL
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht

zaaknummer 200.242.651/01

arrest van 24 maart 2020

in de zaak van

[de vennootschap] ,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellante,

hierna aan te duiden als [de vennootschap] ,

advocaat: mr. O. Hammerstein te Amsterdam,

tegen

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerde,

hierna aan te duiden als [geïntimeerde] ,

advocaat: mr. R.A.C.J. van Kessel te Boxtel,

op het bij exploot van dagvaarding van 18 juni 2018 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 17 mei 2018, door de kantonrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats

's-Hertogenbosch, gewezen tussen [de vennootschap] als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie en [geïntimeerde] als eiseres in conventie, verweerster in reconventie.

1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 6305407 \ CV EXPL 17-6716)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding in hoger beroep;

  • -

    de memorie van grieven met producties A en B;

  • -

    de memorie van antwoord met productie 1;

  • -

    het pleidooi, waarbij partijen pleitnotities hebben overgelegd;

  • -

    de bij brief van 20 januari 2020 door mr. Van Kessel toegezonden productie 2, die hij bij het pleidooi bij akte in het geding heeft gebracht;

  • -

    de bij H-formulier van 21 januari 2020 door mr. Roderburg toegezonden producties C t/m J, die hij bij het pleidooi bij akte in het geding heeft gebracht.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3 De beoordeling
3.1.1.

In de overwegingen 2.1 t/m 2.5 heeft de kantonrechter vastgesteld van welke feiten in dit geschil wordt uitgegaan. Met grief I wordt deze vaststelling betreden.

3.1.2.

Grief I slaagt voor zover [de vennootschap] daarmee aanvoert dat de kantonrechter is uitgegaan van onjuiste data bij de koop van het perceel grond door [geïntimeerde] en de levering daarvan. Het hof zal die fout hierna herstellen. Het enkele feit dat de grief op dit punt slaagt, leidt echter nog niet tot vernietiging van het bestreden vonnis.

3.1.3.

Verder is grief I gericht tegen het door de kantonrechter vastgestelde feit dat [de vennootschap] (althans haar rechtsvoorganger) aan [geïntimeerde] over de jaren 2014, 2015 en 2016 een tarief in rekening heeft gebracht van € 0,30/kWh (exclusief btw). Volgens [de vennootschap] is dit feit onjuist c.q. onvolledig, omdat relevant is dat [geïntimeerde] gedurende vele jaren, van 2007 t/m 2016, het in rekening gebrachte tarief heeft aanvaard. Er is hier echter geen sprake van een onjuiste feitenvaststelling, omdat beide partijen van het – hierboven herhaalde – door de kantonrechter vastgestelde feit uitgaan. In zoverre faalt grief I. Het hof zal hierna bij de weergave van de relevante feiten wel vermelden dat [geïntimeerde] de voorschotnota’s en eindafrekeningen over 2007 t/m 2016, waarop het in rekening gebrachte tarief staat vermeld, heeft betaald. Dat betekent echter evenmin dat het bestreden vonnis moet worden vernietigd.

3.1.4.

Voor het overige zijn geen grieven gericht tegen de door de kantonrechter vastgestelde feiten. Deze feiten vormen ook in hoger beroep het uitgangspunt, behoudens voor zover het gaat om de data van de koop en levering van het perceel grond (zie 3.1.2). Voorts staan nog enkele andere feiten, als enerzijds gesteld en anderzijds niet betwist, tussen partijen vast. Het hof zal hierna een overzicht geven van de relevante feiten.

a. Recreatiepark [het park] in [vestigingsplaats] (hierna: het park) is van oorsprong een camping met chalets, waarvan de seizoensplaatsen werden verhuurd aan vele huurders.

V.O.F. [de vof] (hierna: de vof) heeft het park op 14 juni 2004 gekocht. Daarna is de vof begonnen met het uitponden van het park door kavels te verkopen en leveren aan voornamelijk particulieren. Er zijn op het park 273 kavels, die inmiddels bijna allemaal zijn verkocht en geleverd aan particulieren.

Op 30 augustus 2004 is de Vereniging van Eigenaren [de VvE] (hierna: de VvE) opgericht. De VvE heeft tot doel het behartigen van de belangen van eigenaren van een kavel op het park en het sluiten van overeenkomsten met derden die zijn gericht op realisatie van dit doel.

Eveneens op 30 augustus 2004 heeft de VvE met de vof een beheerovereenkomst gesloten. Hierin is onder meer het volgende bepaald:

“1. De eigenaar [hof: de vof], hierna te noemen de beheerder, zal zolang hij zelf aangeeft, zorg dragen voor het beheer van het resort.

(…)

4. Groot onderhoud, zoals herbestrating, vervanging van infrastructurele voorzieningen, waaronder het openluchtzwembad, en dergelijke, vallen niet onder het hiervoor omschreven beheer en zijn derhalve niet in de vaste servicevergoeding begrepen.

Groot onderhoud (zoals herbestrating en vervanging van infrastructurele voorzieningen), alsmede al die werkzaamheden die van overheidswege of door nutsbedrijven worden voorgeschreven, zullen door de beheerder worden uitgevoerd en aan de vereniging [hof: de VvE] in rekening worden gebracht.

5. a. De levering van elektriciteit, water en gas zullen door de beheerder worden geleverd via een eigen distributienet van het resort [hof: het park]; het verbruik zal worden geregistreerd door middel van tussenmeters in meterkasten, die zich bevinden op de centrale voorzieningen of op de kavels; ongeacht de standplaats blijven deze kasten met tussenmeters eigendom van de beheerder. (…)

(…)

6. Voor de levering van elektriciteit, water, gas en CAI-signaal zullen de tarieven worden gehanteerd, zoals die gelden voor particulieren-kleinverbruikers in de gemeente waarin het resort is gelegen, alsmede de daarbij van toepassing zijnde vastrechttarieven. (…)

7. Van de hierboven onder 5 en 6 bedoelde kosten zal (periodiek) een voorschotbedrag in rekening worden gebracht.

(…)

11. De kosten van het onderhoud aan en de vervanging van de meterkasten en tussenmeters zijn in de servicevergoeding voor de vaste kosten begrepen.

(…)

13. De vereniging is voor de vaste kosten en het hiervoor omschreven beheer aan de beheerder een vaste servicevergoeding verschuldigd. (…)

(…)

16. De vereniging is verplicht een reservefonds te creëren voor het groot onderhoud zoals hiervoor onder 4 omschreven.

Jaarlijks dient een reservering plaats te vinden van minimaal vijftig euro (…) per verkochte kavel. Het is uitdrukkelijk niet toegestaan om deze reserve uit te keren aan de leden of hiermee tekorten te delgen.

(…)

18. Naast voormelde vergoedingen zal de vereniging en/of de kaveleigenaren nog verschuldigd zijn aan de beheerder de gebruikelijke vergoedingen voor het ver- of gebruik van water, gas, elektra en centraal antenne systeem, alsmede voor heffingen die (mede) betrekking hebben op de kavels en de gemeenschappelijke voorzieningen op het resort.”

[geïntimeerde] heeft op 19 april 2007, samen met haar echtgenoot, een perceel grond op het park gekocht en het op dat perceel staande chalet. Het perceel is op 12 juli 2007 aan haar geleverd.

In artikel 8 lid 1 van de leveringsakte is bij wijze van kettingbeding (zie lid 2) aan [geïntimeerde] de verplichting opgelegd om lid te worden van de VvE en daarvan lid te blijven zolang zij eigenaar is van het perceel. Verder is in artikel 8 lid 6 van de leveringsakte onder meer bepaald dat de beheerovereenkomst geacht wordt onlosmakelijk onderdeel uit te maken van de leveringsakte.

[geïntimeerde] is vervolgens als eigenaar van het perceel lid geworden van de VvE. Sindsdien is [geïntimeerde] gebonden aan de beheerovereenkomst.

Op 29 oktober 2014 is [de vennootschap] door koop en (zo begrijpt het hof) levering van het park eigenaar geworden van alle ‘openbare’ ruimtes en enkele (on)bebouwde kavels op het park. Sindsdien is [de vennootschap] beheerder van het park en geldt de beheerovereenkomst onder meer tussen haar en [geïntimeerde] .

i. Op grond van de beheerovereenkomst heeft de vof als beheerder vanaf 2004 onder andere elektriciteit (door)geleverd aan de kaveleigenaren op het park, via een distributienet dat de vof op het park heeft aangelegd. Nadat [de vennootschap] in 2014 beheerder is geworden, is zij via dat net elektriciteit gaan (door)leveren aan de kaveleigenaren.

De vof (vanaf 2004) respectievelijk [de vennootschap] (vanaf november 2014) hebben voor de levering van elektriciteit maandelijks voorschotbedragen en jaarlijks eindafrekeningen naar alle kaveleigenaren gestuurd. Daarbij zijn over de jaren 2007, 2010 en 2011 t/m 2016 per kilowattuur (hierna: kWh) de volgende bedragen exclusief btw in rekening gebracht:

2007: € 0,24

2010: € 0,26

2011 t/m 2013: € 0,29

2014 t/m 2016: € 0,30

Ook [geïntimeerde] heeft voor de levering van elektriciteit maandelijks voorschotnota’s en jaarlijks eindafrekeningen ontvangen van de vof respectievelijk [de vennootschap] , waarop het in rekening gebracht tarief per kWh staat vermeld (zie hiervoor onder j). [geïntimeerde] heeft de voorschotnota’s en eindafrekeningen over 2007 t/m 2016 steeds betaald.

3.2.1.

In de onderhavige procedure vordert [geïntimeerde] in conventie, samengevat:

  1. vast te stellen dat de energienota’s over 2014, 2015 en 2016 conform de tussen partijen gesloten overeenkomst, of op grond van de redelijkheid en billijkheid, worden vastgesteld op een bedrag van € 0,15 per kWh exclusief btw;

  2. [de vennootschap] te veroordelen om aan [geïntimeerde] terug te betalen het verschil tussen het in rekening gebrachte bedrag per kWh en het vast te stellen bedrag van

€ 0,15 per kWh,

met veroordeling van [de vennootschap] in de proceskosten.

3.2.2.

De vorderingen van [geïntimeerde] zijn in de eerste plaats gegrond op de beheerovereenkomst...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT