Uitspraak Nº 200.246.253/01. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 2020-03-24

Datum uitspraak:24 maart 2020
Uitgevende instantie::Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.246.253/01

(zaaknummer rechtbank Noord-Nederland 120148)

arrest van 24 maart 2020

in de zaak van

1 maatschap [appellant1] ,

gevestigd te [C] ,

hierna: de maatschap,

2. [appellant2] ,

wonende te [A] ,

hierna: [appellant2],

3. [appellant3],

wonende te [A] ,

hierna [appellant3]

4. [appellant4] ,

wonende te [A] ,

hierna: [appellant4],

5. [appellant5] ,

wonende te [B] ,

hierna: [appellant5],

6. [appellant6] ,

wonende te [C] ,

hierna: [appellant6],

7. [appellant7] ,

wonende te [C] ,

hierna: [appellant7],

appellanten,

in eerste aanleg: gedaagden,

hierna gezamenlijk te noemen: [appellanten] c.s.,

advocaat: mr. J.J. Veldhuis, kantoorhoudend te Leeuwarden,

tegen

Schipper Pensioen B.V.,

gevestigd te Rijswijk (Noord-Brabant),

geïntimeerde,

in eerste aanleg: eiseres,

hierna: Schipper Pensioen,

advocaat: mr. C.W.I. van Vlokhoven, kantoorhoudend te Tilburg.

Waar gaat deze procedure over?

1.1

Tussen 2012 en 2015 hebben diverse transacties plaatsgevonden tussen [appellant6] en [D] . Er is een geschil ontstaan over de betaling van een aantal van de aankopen die [appellant6] daarbij volgens [D] bij Schipper Pensioen heeft gedaan. [appellanten] c.s. bestrijden op verschillende gronden dat zij de facturen van die vennootschap moeten betalen.

1.2

Enig aandeelhouder en bestuurder van Schipper Pensioen is de echtgenote van [D] , mevrouw [E] . De maatschap bestaat uit de zes maten die in deze procedure zijn betrokken.

1.3

De oorspronkelijke vordering van Schipper Pensioen betreft de volgende zaken, die zijn genoemd in de facturen die tussen 15 januari 2013 en 12 oktober 2015 aan de maatschap zijn verstuurd:

  • -

    2 voedingsbunkers (termijnfacturen vanaf 15 januari 2013 tot in totaal € 79.013,-),

  • -

    10 containers (een factuur van € 9.075,- van 13 oktober 2014) en

  • -

    een koeler en een kiepbak (een factuur van € 45.980,- van 12 oktober 2015).

1.4

In totaal heeft de maatschap € 20.449.- in mindering op de facturen voor de voedingsbunkers betaald. Schipper Pensioen heeft de maatschap meerdere keren aangemaand de nog openstaande factuurbedragen te voldoen. [appellant6] en [D] hebben vervolgens gesproken over een regeling waarbij vorderingen van enerzijds de maatschap en anderzijds vennootschappen waarvoor [D] optrad zouden worden 'verrekend' dan wel 'gesaldeerd'. Dat heeft geresulteerd in twee verschillende berekeningen: op 2 juni 2016 heeft [D] berekend dat de maatschap per saldo nog € 46.719,25 zou moeten betalen. [appellant6] heeft enkele weken daarna een eigen berekening opgesteld waaruit volgens hem blijkt dat de maatschap juist nog € 33.959,65 zou moeten ontvangen. Hierna zijn door de maatschap geen betalingen meer verricht, en op 5 juli 2016 heeft Schipper Pensioen het faillissement van de maatschap aangevraagd. Dat verzoek is afgewezen.

1.5

Schipper Pensioen heeft in de procedure bij de rechtbank gevorderd dat de maatschap en haar maten worden veroordeeld tot betaling van de openstaande facturen (€ 113.619,-), vermeerderd met wettelijke handelsrente en kosten. De rechtbank heeft die vordering toegewezen (€ 142.631,62 en wettelijke handelsrente over € 140.720,43 vanaf 9 augustus 2017). Het hoger beroep keert zich tegen die beslissing. Daarbij hebben [appellanten] c.s. ook een zogenoemde verklaring voor recht gevraagd dat de door Schipper Pensioen gelegde beslagen onrechtmatig zijn, met veroordeling van die partij de daardoor geleden en nog te lijden schade te vergoeden. Deze vordering is ontoelaatbaar, omdat het [appellanten] c.s. niet is toegestaan die voor het eerst in hoger beroep in te stellen.

1.6

Schipper Pensioen heeft haar eis vermeerderd voor het geval het verweer wordt gehonoreerd dat [appellant6] niet bevoegd was de maatschap te binden. Voor die situatie is de vordering uitsluitend gericht tegen [appellant6] . Tegen die eisvermeerdering hebben [appellanten] c.s. niet geprotesteerd. Omdat deze ook niet in strijd komt met processuele regels, zal de eiswijziging worden toegestaan.

1.7

Ter zitting is de vordering van Schipper Pensioen ook verminderd: de vordering tot betaling van de containers en wat daarmee samenhangt is ingetrokken, omdat die vordering blijkt te zijn voldaan.

Wat is het oordeel van het hof over de vordering van Schipper Pensioen?

Eerst een processueel punt: [appellanten] c.s. hebben in hoger beroep geen belang bij hun beroep op schending van de zogenoemde waarheidsplicht (artikel 21 Rv)

1.8

In eerste aanleg hebben [appellanten] c.s. Schipper Pensioen verweten dat zij geen melding heeft gemaakt van het beroep op verrekening (saldering) dat [appellanten] c.s. bij herhaling hebben gedaan. In dit hoger beroep hebben [appellanten] c.s. geen belang bij die klacht, omdat hun verweer inmiddels uitgebreid aan de orde is geweest, en ook deel uitmaakt van de grieven. De verrekening zal hierna nog worden besproken.

De overeenkomst met betrekking tot de voedingsbunkers staat vast

1.9

[appellanten] c.s. betwijfelen of mevrouw [E] de overeenkomst wel heeft getekend, en suggereren dat sprake is van een...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT