Uitspraak Nº 200.248.552/01. Gerechtshof Amsterdam, 2019-08-13

Datum uitspraak:13 augustus 2019
Uitgevende instantie::Gerechtshof Amsterdam
 
GRATIS UITTREKSEL
GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer : 200.248.552/01

zaaknummer rechtbank Amsterdam : 6508167 CV EXPL 17-27963

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 13 augustus 2019

inzake

[appellant] ,

wonend te [woonplaats] ,

appellant in principaal appel, tevens geïntimeerde in incidenteel appel,

advocaat: mr. J. Niggelie te Utrecht,

tegen

HEWLETT-PACKARD NEDERLAND B.V.,

gevestigd te Amstelveen,

geïntimeerde in principaal appel, tevens appellante in incidenteel appel,

advocaat: mr. B. Westerhout te Amsterdam.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna [appellant] en HP genoemd.

[appellant] is bij dagvaarding van 23 juli 2018, gevolgd door een herstelexploot van 22 oktober 2018, in hoger beroep gekomen van een vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Amsterdam (hierna: de kantonrechter) van 24 april 2018, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen [appellant] als eiser en HP als gedaagde.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- memorie van grieven, met producties;

- memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in voorwaardelijk incidenteel appel, met producties;

- memorie van antwoord in incidenteel appel.

Ten slotte is arrest gevraagd.

[appellant] heeft in het principale appel geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en - uitvoerbaar bij voorraad - alsnog zal verklaren voor recht dat onder de pensioenrichtleeftijd van het sociaal plan 2012-2013 van Hewlett-Packard Nederland B.V. voor [appellant] verstaan dient te worden de voor [appellant] geldende AOW-leeftijd, zijnde de datum waarop [appellant] daadwerkelijk aanspraak kan maken op een AOW-uitkering, en HP zal veroordelen tot betaling aan [appellant] van een bedrag groot € 90.765,55 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente en met buitengerechtelijke incassokosten, een en ander met veroordeling van HP in de kosten van de procedure in beide instanties met nakosten.

HP heeft in principaal appel geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met - uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep, met rente. In incidenteel appel heeft HP voorwaardelijk, voor het geval dat het hof een of meer grieven van [appellant] gegrond acht, geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden vonnis, voor zover de kantonrechter daarin heeft geoordeeld dat [appellant] geen finale kwijting heeft verleend ten aanzien van alle niet (rechtstreeks) uit de als productie 4 bij dagvaarding in eerste aanleg overgelegde beëindigingsovereenkomst voortvloeiende verplichtingen uit hoofde van de beëindiging van hun arbeidsovereenkomst, en tot afwijzing van de door [appellant] op basis van het sociaal plan gevorderde vergoeding, met - uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep, met rente.

[appellant] heeft in voorwaardelijk incidenteel appel geconcludeerd tot, kort gezegd, verwerping van dat beroep, met beslissing over de proceskosten.

Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.

2 Feiten

De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis onder 1.1 tot en met 1.8 de feiten vastgesteld die hij tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil en dienen derhalve ook het hof als uitgangspunt. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan, komen de feiten neer op het volgende.

2.1

[appellant] , geboren op [geboortedatum] 1958, is van 1 december 1990 tot

29 januari 2014 in dienst geweest van HP tegen een salaris van laatstelijk € 6.553,47 bruto per maand, exclusief vakantiebijslag en overige emolumenten.

2.2

In verband met een reorganisatie zijn in 2013 bij HP arbeidsplaatsen vervallen, waaronder die van [appellant] . Bij brief van 1 april 2013 heeft HP de beëindiging van het dienstverband als gevolg van de voorgenomen reorganisatie schriftelijk aan [appellant] aangezegd. In deze brief staat verder dat het Sociaal Plan 1 januari 2012 - 31 december 2013 (hierna: het Sociaal Plan) op [appellant] van toepassing is.

2.3

Partijen hebben door middel van een beeïndigingsovereenkomst van 23 april 2013 de arbeidsovereenkomst met ingang van 29 januari 2014 met wederzijds goedvinden beëindigd. Daarin is onder meer bepaald dat tot 29 januari 2014 een bemiddelingsperiode zal gelden waarin [appellant] is vrijgesteld van de verplichting de overeengekomen arbeid te verrichten. Ook is daarin opgenomen dat HP [appellant] overeenkomstig paragraaf 5.B.1 van het Sociaal Plan na beëindiging van de arbeidsovereenkomst een vergoeding van € 258.833,24 bruto en een bedrag van maximaal € 550,00 netto als vergoeding van juridische kosten zal voldoen.

2.4

[appellant] heeft gedurende de voor hem geldende maximale periode van

38 maanden een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet ontvangen. Hij is er niet in geslaagd een ander dienstverband bij een derde te vinden.

2.5

In paragraaf 2 van het Sociaal Plan, “Definities”, is bepaald dat onder “pensioenrichtleeftijd” wordt verstaan: “de eerste dag van de maand dat de Medewerker de leeftijd van 65 jaar bereikt. Met ingang van 1 april 2012 zal de pensioenrichtleeftijd worden vastgesteld op de dag waarop de medewerker de leeftijd van 65 jaar daadwerkelijk bereikt.”

2.6

In paragraaf 5.B van...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT