Uitspraak Nº 200.249.012/01. Gerechtshof Amsterdam, 2020-07-14

Datum uitspraak:14 juli 2020
Uitgevende instantie::Gerechtshof Amsterdam
 
GRATIS UITTREKSEL
GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht

team III familie- en jeugdrecht

zaaknummer : 200.249.012/01

zaaknummer rechtbank : C/15/265849 / HA ZA 17-759

arrest van de meervoudige familiekamer van 14 juli 2020

inzake

[de man] ,

wonend te [woonplaats] ,

appellant,

advocaat: mr. J.G. Burgers te Alkmaar,

tegen

[de vrouw] ,

wonend te [woonplaats] ,

geïntimeerde,

advocaat: mr. M.J. van Lingen te Alkmaar.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna de man en de vrouw genoemd.

De man is bij dagvaarding van 26 oktober 2018 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de rechtbank Noord-Holland (locatie Haarlem) van 1 augustus 2018, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen de vrouw als eiseres in conventie, tevens verweerster in reconventie en de man als gedaagde in conventie, tevens eiser in reconventie. De man heeft het hoger beroep ingeschreven in het register als bedoeld in artikel 433 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) op 8 november 2018.

Bij rolbeslissing van 6 november 2019 heeft het hof bepaald dat partijen zich bij memorie van grieven en memorie van antwoord dienen uit te laten over de ontvankelijkheid in hoger beroep, gelet op het bepaalde in artikel 3:301 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW).

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- memorie van grieven, tevens uitlating over ontvankelijkheid appellant, met producties;

- memorie van antwoord, met productie;

- akte van de zijde van de man in geding brengen producties en nadere overwegingen;

- antwoordakte van de zijde van de vrouw.

Partijen hebben de zaak ter mondelinge behandeling van 10 oktober 2019 doen bepleiten, door hun respectieve advocaten, ieder aan de hand van pleitnotities die zijn overgelegd. Beide partijen hebben nog producties in het geding gebracht.

Ten slotte is arrest gevraagd.

De man heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis - naar het hof begrijpt - in zoverre zal vernietigen en opnieuw rechtdoende - uitvoerbaar bij voorraad - zal bepalen dat de voormalige gezamenlijke woning van partijen, gelegen aan [adres] te [plaats] op grond van de actuele marktwaarde ten tijde van de feitelijke notariële toedeling en levering van de woning aan de vrouw, subsidiair voor een bedrag van € 345.000,-, meer subsidiair op grond van de door het hof in goede justitie te bepalen waarde van de gezamenlijke woning aan de vrouw zal worden toegedeeld, onder de gehoudenheid van de vrouw de helft van de overwaarde aan de man te betalen ter gelegenheid van die notariële toedeling, op voorwaarde dat de man bij gelegenheid van die toedeling zal worden ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid ter zake de hypothecaire geldlening die is verbonden aan de woning en dat de notariële toedeling aan de vrouw binnen een maand na afgifte van het arrest van het hof zal geschieden, kosten rechtens. De vrouw heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de man in zijn hoger beroep althans afwijzing van zijn vorderingen, met bekrachtiging van het bestreden vonnis.

2 Feiten
2.1.

De rechtbank heeft in het bestreden vonnis onder 2.1 tot en met 2.8 de feiten vastgesteld die zij tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil en dienen derhalve ook het hof als uitgangspunt. Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan, komen de feiten neer op het volgende.

2.2.

Partijen hebben een relatie met elkaar gehad sinds 1997. In december 2006 hebben zij samen een woning aan [adres] te [plaats] gekocht (hierna: de woning). Op 1 december 2006 hebben zij een notariële samenlevingsovereenkomst gesloten. De samenlevingsovereenkomst van partijen is op 9 januari 2017 geëindigd.

2.3.

Partijen hebben in een mediationtraject getracht tot (onder meer) verdeling van de woning te komen. Na het mislukken van de mediation is tussen de (toenmalige) advocaten van partijen gecorrespondeerd.

In een e-mailbericht van de advocaat van de man van 27 januari 2017 staat onder meer: “Cliënt is bereid om zijn medewerking te verlenen aan toebedeling van de woning aan uw cliënte, mits uw cliënte hem een bijdrage voldoet voor zijn noodgedwongen vertrek uit de woning ad € 3.000,- (o.a. als vergoeding verhuiskosten en herinrichtingskosten), voormeld gebruik door uw cliënte tot 1 juli a.s. wordt toegestaan én uw cliënte een redelijk voorstel doet terzake de waarde van de woning. Tegen welke waarde wil uw cliënte de woning overnemen?” In een e-mailbericht van de toenmalige advocaat van de vrouw aan de advocaat van de man van 31 januari 2017 staat onder meer het volgende.

“U gaf aan te willen vernemen voor welke waarde cliënte de woning wil overnemen. Dat is € 306.000. Graag verneem ik of dit akkoord is.”

2.4.

In een e-mail bericht van de advocaat van de man aan de toenmalige advocaat van de vrouw van 2 februari 2017 staat onder meer het volgende.

“Naar aanleiding van uw emailbericht d.d. 31 januari jl. bericht ik u als volgt.

(…)

Verder is cliënt er mee akkoord dat uw cliënt de woning zal overnemen tegen een waarde ad € 306.000,-, op voorwaarde dat voormeld gebruik van de woning door cliënt tot 1 juni a.s. door uw cliënt wordt toegestaan, cliënt zal worden ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid terzake de hypothecaire geldlening verbonden aan de woning én uw cliënte alle aan overname van de woning verbonden kosten (waaronder in ieder geval notariskosten, bankkosten en eventuele makelaarskosten) zal dragen, met name nu cliënt meent dat de woning, bij verkoop aan een derde, een hogere prijs dan € 306.000,00 zal kunnen opleveren. Cliënt gaat er daarbij voorts van uit dat de diverse gemeentelijke belastingen verrekend zullen worden, dat de helft van het opgebouwde aflossingsdeel rechtstreeks aan hem wordt uitgekeerd, dat uw cliënte de contracten met Energiedirect.nl, PWN en KPN overneemt en daarbij eventuele kosten van contractbreuk maar ook verrekening ivm zonnepanelen op zich neemt. En voorts dat zij de woonhuis- en inboedelverzekering z.s.m. overneemt alsook alle automatische incasso’s ten aanzien van (gebruiks)lasten van de woning vanaf haar eigen rekeningnummer laat incasseren.”

De vrouw heeft hierop gereageerd bij e-mail van 6 februari 2017, waarbij zij onder meer reageert op de door de man gestelde voorwaarden en eigen voorwaarden noemt.

2.5.

In een e-mailbericht van de advocaat van de man aan de toenmalige advocaat van de vrouw van 16 maart 2017 (04:39) staat onder meer het volgende.

“Eerder liet ik u weten dat cliënt de woning per 1 mei...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT