Uitspraak Nº 200.260.111_01. Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 2020-07-28

Datum uitspraak:28 juli 2020
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Hertogenbosch
 
GRATIS UITTREKSEL
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht

zaaknummer 200.260.111/01

arrest van 28 juli 2020

in de zaak van

1 [appellant 1] ,
wonende te [woonplaats] ,

2. [appellant 2],
wonende te [woonplaats] ,

3. [appellante 3],
wonende te [woonplaats] ,

4. [appellant 4] ,

wonende te [woonplaats] ,

5. [appellant 5] ,

wonende te [woonplaats] ,

6. [appellante 6] ,

wonende te [woonplaats] ,

7. [appellante 7] ,

wonende te [woonplaats] ,

8. [appellante 8] ,

wonende te [woonplaats] ,

als gezamenlijke erfgenamen van [de erflater] ,

hierna aan te duiden als: de erven [de erven] ,

appellanten,

advocaat: mr. L. Opsteen te Uden,

tegen

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats] ,

geïntimeerde,

hierna aan te duiden als [geïntimeerde] ,

advocaat: mr. R.G.M. Michels te Veghel,

op het bij exploot van dagvaarding van 16 mei 2019 ingeleide hoger beroep van de vonnissen van 8 augustus 2018 en 20 februari 2019, door de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's‑Hertogenbosch, gewezen tussen de erven [de erven] als gedaagden en [geïntimeerde] als eiser. Weliswaar is in de vonnissen waarvan beroep appellante sub 8 niet als gedaagde vermeld, maar uit de eerste bladzijde van de inleidende dagvaarding, de eerste bladzijde van de conclusie van antwoord en de inhoud van de akte van de erven [de erven] , genomen naar aanleiding van een verzoek om nadere informatie van het hof, maakt het hof op dat hier sprake is van een kennelijke verschrijving in de bestreden vonnissen en dat appellante sub 8 (ook) in eerste aanleg als procespartij heeft te gelden.

1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/324509 / HA ZA 17-550)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormelde vonnissen en naar het tussenvonnis van 25 oktober 2017.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding in hoger beroep;

  • -

    de memorie van grieven met producties van de erven [de erven] ;

  • -

    de rolbeslissing van het hof d.d. 2 juli 2019;

  • -

    de akte van de erven [de erven] ;

  • -

    de antwoordakte van [geïntimeerde] ;

  • -

    de memorie van antwoord van [geïntimeerde] .

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3 De beoordeling
3.1.

In het tussenvonnis waarvan beroep d.d. 8 augustus 2018 heeft de rechtbank vastgesteld welke feiten tussen partijen vaststaan. Tegen die feitenvaststelling zijn geen grieven aangevoerd. Om die reden dienen ze ook het hof tot uitgangspunt. Het gaat om de volgende vaststaande feiten (op enkele punten aangevuld door het hof).

3.1.1.

Op 17 september 1999 heeft de heer [de erflater] (hierna: [de erflater] ) een melkveebedrijf, bestaande uit een woonhuis met bijbehorende grond en gebouwen in [vestigingsplaats 1] verkocht aan [geïntimeerde] .

3.1.2.

Van de koopovereenkomst hebben [de erflater] en [geïntimeerde] een schriftelijk contract opgemaakt (overgelegd door [geïntimeerde] als productie 8 na het comparitievonnis d.d. 25 oktober 2017), waarin zij in artikel 17 over de percelen kadastraal bekend gemeente Veghel, sectie [sectieletter 1] nummers [sectienummer 1] en [sectienummer 2] (thans sectie [sectieletter 2] nummer [sectienummer 3] , hierna: het perceel) het volgende hebben vastgelegd:

ʺAanbiedingsplicht verkoper “kalverweide

Verkoper heeft de plicht percelen [vestigingsplaats 2] sectie [sectieletter 1] nummers [sectienummer 1] en [sectienummer 2]

(…) bij verkoop of vererving als eerste te koop aanbieden aan koper. De aanbieding

geschiedt tegen de dan geldende vrije waarde in het economisch verkeer. Indien

partijen in onderling overleg geen overeenstemming bereiken, kunnen beide

partijen een taxateur aanwijzen ter vaststelling van de koopprijs.

Indien verkoper verzuimt de grond aan te bieden aan koper, is hij een boete

verschuldigd van f 25.000,- (…). ʺ

3.1.3.

De onroerende zaak is bij notariële akte van 15 mei 2000 (hierna: de leveringsakte) aan [geïntimeerde] geleverd.

3.1.4.

In de leveringsakte (productie 1 bij inleidende dagvaarding) hebben [de erflater] en [geïntimeerde] onder meer het volgende vastgelegd:

ʺ(…) VOORKEURSRECHT VAN KOOP

Partijen verklaarden voorts nog het navolgende te zijn overeengekomen.

a. Het is verkoper verboden de bij hem in eigendom zijnde percelen kadastraal bekend gemeente Veghel, sectie [sectieletter 1] nummers [sectienummer 1] en [sectienummer 2] (…) te vervreemden zonder het betreffende registergoed eerst schriftelijk aan koper, hierna te noemen: “voorkeursgerechtigde”, te koop te hebben aangeboden voor een zodanige som en op die verdere condities als hierna sub f is bepaald.

(…)

c. Indien de koopprijs door een deskundige is vastgesteld, is de voorkeursgerechtigde verplicht om binnen twee weken nadat de uitslag van de taxatie te zijner kennis is gebracht, schriftelijk aan de aanbieder mede te delen of hij van zijn kooprecht definitief gebruik maakt.

(…)

e. Indien de koopsom door een deskundige is vastgesteld, is de aanbieder bevoegd zijn aanbod in te trekken, mits hij dit schriftelijk doet aan de voorkeursgerechtigde binnen twee weken nadat de uitslag van de taxatie te zijner kennis is gebracht. Hierna zal het voorkeursrecht blijven bestaan.

f. De koopprijs bedoeld sub a wordt door partijen in onderling overleg vastgesteld. Mochten partijen binnen een maand nadat de voorkeursgerechtigde heeft verklaard in principe van zijn kooprecht gebruik te maken geen overeenstemming over de koopprijs bereiken, dan zal die worden vastgesteld door een deskundige, te benoemen door de partijen in onderling overleg of, bij gebreke van overeenstemming daaromtrent binnen bedoelde maand, door de Kantonrechter te ‘s-Hertogenbosch op verzoek van de meest gerede partij. De aldus te bepalen koopsom zal tenminste gelijk zijn aan de koopprijs die een derde wil betalen, en welke door middel van een schriftelijke koopovereenkomst onder ontbindende voorwaarde tot stand is gekomen, indien deze hoger is dan voormelde taxatieprijs.

(…)

j. Indien de verkoper handelt in strijd met de in sub a opgenomen verbodsbepaling of weigert om aan de notariële levering mee te werken nadat de verklaring is uitgebracht dat van het kooprecht definitief gebruik wordt gemaakt, verbeurt hij door het enkele feit der overtreding of niet medewerking ten behoeve van de voorkeursgerechtigde een onmiddellijk opeisbare boete van vijfentwintig duizend gulden (fl. 25.000,00) onverminderd zijn verplichting tot vergoeding van de verdere schade volgens de wet. (…)

k. Indien de verkoper overlijdt, is of zijn diens erfgenaam/erfgenamen (bovendien) verplicht om, binnen twee maanden na diens overlijden, de hiervoor sub a gemelde percelen schriftelijk te koop aan te bieden aan koper, waarbij de hiervoor sub a tot en met i genoemde voorwaarden en bepalingen (mutatis mutandis) van toepassing zijn.

Indien de erfgenaam/erfgenamen weigert of weigeren -na daartoe schriftelijk te zijn aangemaand door koper- om de betreffende percelen te koop aan te bieden aan koper, zoals hiervoor bedoeld, casu quo weigert of weigeren om aan de notariële levering mee te werken, nadat de verklaring is uitgebracht dat van het kooprecht definitief gebruik wordt gemaakt, is de boeteregeling zoals hiervoor sub j vermeld van overeenkomstige toepassing.(…)ʺ

3.1.5.

Op 21 maart 2016 is [de erflater] overleden. [geïntimeerde] heeft vervolgens bij brieven van 7 juni 2016, 30 juni 2016 en 19 juli 2016 aan de erven [de erven] verzocht om uitvoering te geven aan het bepaalde onder k) van de hiervoor bedoelde leveringsakte.

3.1.6.

De heer ing. [de taxateur 1] heeft, blijkens een door hem opgesteld en op 7 oktober 2016 gedateerd...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT