Uitspraak Nº 200.262.744_01. Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 2020-04-30

Datum uitspraak:30 april 2020
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Hertogenbosch
 
GRATIS UITTREKSEL
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht

Uitspraak: 30 april 2020

Zaaknummer: 200.262.744/01

Zaaknummer eerste aanleg: C/03/246344 / FA RK 18-519

in de zaak in hoger beroep van:

[de vader] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant,

hierna te noemen: de vader,

advocaat: mr. M.T. Psara,

tegen

[de moeder] ,

wonende op een bij het hof bekend adres,

verweerster in principaal appel,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. S.C.H. Poelman.

Deze zaak gaat over de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats] .

In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:

de Raad voor de Kinderbescherming,

Regio: Limburg,

Locatie: [locatie] ,

hierna te noemen: de raad.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 24 april 2019.

2 Het geding in hoger beroep
2.1.

Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 11 juli 2019, heeft de vader verzocht voormelde beschikking gedeeltelijk te vernietigen, in die zin dat de vastgestelde informatieregeling in stand blijft en dat deze wordt aangevuld dat er tevens twee maal per jaar een recente foto aan de vader wordt verstrekt (per post) van [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats] .

2.2.

Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 26 augustus 2019, heeft de moeder verzocht de beschikking waarvan beroep te bevestigen en het verzoek van de vader af te wijzen.

2.3.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 18 februari 2020.

Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- de vader, bijgestaan door mr. Psara;

- de advocaat van de moeder, mr. Poelman,

- de raad vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] .

2.3.1.

De moeder is, hoewel behoorlijk daartoe opgeroepen, niet ter mondelinge

behandeling verschenen.

2.3.2.

Het hof heeft de minderjarige [minderjarige] in de gelegenheid gesteld haar mening kenbaar te maken. Zij heeft hiervan gebruik gemaakt door via het “formulier kindgesprek” schriftelijk haar mening te geven. Dat formulier is ingekomen op 13 februari 2020. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de voorzitter de inhoud van haar schrijven zakelijk weergegeven, waarna alle aanwezigen de gelegenheid hebben gekregen daarop te reageren.

2.4.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van de inhoud van het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg d.d. 6 september 2018.

3 De beoordeling
3.1.

Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.

Uit de relatie van partijen is geboren:

- [minderjarige] (hierna: [minderjarige] ), op [geboortedatum] 2006 te [geboorteplaats] .

De vader heeft...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT