Uitspraak Nº 200.267.846_01. Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 2020-07-28

Datum uitspraak:28 juli 2020
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Hertogenbosch
 
GRATIS UITTREKSEL
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht

zaaknummer 200.267.846/01

arrest van 28 juli 2020

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ENEXIS NETBEHEER B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellante,

hierna aan te duiden als Enexis,

advocaat: mr. K. IJmker te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ENERGIEPARK [Energiepark] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde,

hierna aan te duiden als [Energiepark] ,

advocaat: mr. M.R. het Lam te Den Haag,

op het bij exploot van dagvaarding van 9 oktober 2019 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 12 september 2019, door de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant, zittingsplaats 's-Hertogenbosch, in kort geding gewezen tussen [Energiepark] als eiseres en Enexis als gedaagde.

1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/01/347505 / KG ZA 10-345)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding in hoger beroep

  • -

    de memorie van grieven met de producties 11-19

  • -

    de memorie van antwoord met de producties 17-30

  • -

    de akte van Enexis met de producties 20-28

  • -

    de mondelinge behandeling op 9 juni 2020 en de daar overgelegde pleitnota's van partijen

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3 De feiten

In dit hoger beroep gaat het hof uit van de feiten die de voorzieningenrechter heeft vastgesteld in het bestreden vonnis onder 2.1 tot en met 2.15. Voor zover relevant vult het hof de opsomming aan met enkele andere feiten die tussen partijen vaststaan.

3.1.

Enexis is de netbeheerder in de zin van artikel 10 lid 9 van de Elektriciteitswet 1998 (hierna: de Wet) van het openbare elektriciteitsnet in onder meer de provincie Drenthe.

3.2.

De provincie Drenthe heeft zich tegenover het Rijk verbonden tot het realiseren van 286,5 MegaWatt (MW) windenergie op land in 2020. In het kader van deze afspraak heeft de provincie Drenthe de gemeente Emmen aangewezen als een van de gemeenten waar het opwekken van windenergie moet plaats vinden. In de gemeente Emmen moet 95,5 MW aan windenergie op land worden opgewekt.

3.3.

[Energiepark] is enig aandeelhouder van [Wind] B.V, [Energie] B.V. en [Zon] B.V. en ontwikkelt met deze vennootschappen een windpark en twee zonneakkers in de gemeente Emmen. Het door [Energiepark] te realiseren windpark zal een opgesteld vermogen hebben van (maximaal) 50,4 MW. De zonneakkers zullen een opgesteld vermogen hebben van (maximaal) 8,02 MW en 32,987 MW.

3.4.

Voor het windpark en de twee zonneakkers zijn in september 2018 de nodige omgevingsvergunningen verleend. Op 16 januari 2019, 22 en 25 maart 2019 zijn de zogenaamde SDE-subsidies (in het kader van de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie) voor respectievelijk het windpark en de twee zonneakkers toegekend.

In de beschikkingen waarin de SDE-subsidies zijn toegekend, zijn termijnen bepaald waarbinnen de opdrachten voor de levering van windmolens en zonnepanelen moeten worden verleend en waarbinnen het windpark en de zonneakkers in gebruik moeten worden genomen. In de beschikkingen voor de zonneakkers is bepaald dat de opdrachten voor de bouw van de zonnepanelen uiterlijk op 22 september 2020 moeten worden verstrekt en dat de zonneakkers uiterlijk op 22 maart 2022 in gebruik moeten worden genomen.

De opdracht voor de bouw van de windmolens moet uiterlijk op 16 juli 2020 worden verstrekt en het windpark moet uiterlijk op 15 januari 2023 in gebruik worden genomen.

3.5.

[Energiepark] wil het windpark en de twee zonneakkers via een particulier elektriciteitsnet (waarvan zij eigenaar wordt) verbinden met het openbare elektriciteitsnet.

Om de met het windpark en de zonneakkers op te wekken wind- en zonne-energie te kunnen brengen ('invoeden') op het openbare elektriciteitsnet en vervolgens te kunnen transporteren naar verbruikers is een aansluiting van 60 Megavolt Ampère (MVA) en een transportcapaciteit van 60 MW nodig op het door Enexis beheerde openbare elektriciteitsnet. In het gebied waar het windpark en de zonneakkers moeten komen, is een aansluiting mogelijk op drie onderstations, te weten de onderstations [onderstation 1] , [onderstation 2] en [onderstation 3] . Deze onderstations zijn aangesloten op het regionale net dat Enexis beheert. Het regionale net is aangesloten op het landelijke hoogspanningsnet, waarvan TenneT TSO B.V. (hierna: TenneT) de beheerder is.

3.6.

[Energiepark] heeft begin 2018 contact opgenomen met Enexis in verband met het realiseren van een aansluiting van het windpark en de zonneakkers op het openbare elektriciteitsnet. Op 26 maart 2018 heeft zij een prijsindicatie van Enexis ontvangen voor een aansluiting en transportcapaciteit voor de zonneakkers van maximaal 36 MVA, met een indicatieve realisatietermijn van 78 weken. De prijsindicatie heeft niet geresulteerd in een offerteaanvraag door [Energiepark] .

3.7.

Op 16 augustus 2018 heeft een overleg tussen partijen plaatsgevonden. Enexis heeft in het overleg meegedeeld dat er een beschikbaar transportvermogen van 65 tot 70 MW was op het regionale net waarop de drie onderstations zijn aangesloten. [Energiepark] heeft op 5 september 2018 (via een webapplicatie van Enexis) en op 7 september 2018 (via een e-mail) aan Enexis gevraagd om een richtprijs op te geven dan wel een vrijblijvende offerte af te geven voor de kosten van een energieaansluiting met een capaciteit van 70 MW. Enexis heeft hierop (telefonisch) aan [Energiepark] laten weten dat de gevraagde transportcapaciteit niet meer beschikbaar was. Enexis heeft [Energiepark] aangeboden een offerte uit te brengen voor een aansluiting op het netwerk zonder transportcapaciteit. Dit aanbod heeft [Energiepark] niet aanvaard.

4 De procedure in eerste aanleg
4.1.

In de onderhavige procedure vordert [Energiepark] om, uitvoerbaar bij voorraad,

a. a) Enexis te bevelen binnen één week na dagtekening van dit vonnis, althans binnen een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn, aan [Energiepark] een aanbod te doen voor een aansluiting van 60 MVA ten behoeve van de [projecten] -projecten op het dichtstbijzijnde punt in het door Enexis beheerde openbare elektriciteitsnet dat voldoet aan de wettelijke eisen, te weten station [onderstation 1] , althans een ander door de voorzieningenrechter te bepalen station in het door Enexis beheerde openbare elektriciteitsnet, waarbij in het aanbod geen (contractuele) transportbeperkingen zijn opgenomen en waarbij in het aanbod is opgenomen dat de aansluiting uiterlijk twaalf maanden nadat [Energiepark] het aanbod van Enexis heeft aanvaard, althans uiterlijk op een door de voorzieningenrechter te bepalen datum, zal zijn gerealiseerd;

b) Enexis te bevelen binnen één week na dagtekening van dit vonnis, althans binnen een door de voorzieningenrechter te bepalen termijn, aan [Energiepark] een aanbod te doen voor 60 MW transportcapaciteit op de in de vordering a) bedoelde aansluiting van [Energiepark] op het door Enexis beheerde openbare elektriciteitsnet, waarbij in het aanbod is opgenomen dat [Energiepark] uiterlijk op het moment dat de in vordering a) bedoelde aansluiting zal zijn gerealiseerd, althans uiterlijk op een door de voorzieningenrechter te bepalen datum, over de transportcapaciteit kan beschikken en waarbij in het aanbod ten aanzien van de beschikbaarheid van de transportcapaciteit van 60 MW geen (contractuele) transportbeperkingen zijn opgenomen;

c) te bepalen dat Enexis een onmiddellijk opeisbare dwangsom verschuldigd is van

€ 5.000,00 voor iedere dag of dagdeel dat de overtreding van het bevel gevorderd onder a) voortduurt;

d) te bepalen dat Enexis een onmiddellijk opeisbare dwangsom verschuldigd is van

€ 5.000,00 voor iedere dag of dagdeel dat de overtreding van het bevel gevorderd onder b) voortduurt;

e) Enexis te veroordelen in de kosten (tevens buitengerechtelijke kosten) van dit kort geding.

4.2.

Enexis heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

4.3.

Hetgeen partijen hebben aangevoerd zal, voor zover in hoger beroep van belang, in het navolgende aan de orde komen.

4.4.

In het bestreden vonnis heeft de voorzieningenrechter de vorderingen als volgt toegewezen, voor zover hier van belang:

5.1.

gebiedt Enexis om binnen één week na betekening van dit vonnis aan [geïntimeerde] een aanbod te doen voor een aansluiting van 60 MVA ten behoeve van de [projecten] projecten (twee zonne-akkers en een windpark te gemeente Emmen) op het voor [geïntimeerde] dichtstbijzijnde punt in het door Enexis beheerde openbare elektriciteitsnet dat voldoet aan de wettelijke eisen, te weten station [onderstation 1] ;

5.2.

bepaalt dat in bovenstaand aanbod geen contractuele transportbeperkingen mogen worden opgenomen;

5.3.

bepaalt dat de aansluiting uiterlijk twaalf maanden nadat [geïntimeerde] het aanbod van Enexis voor een aansluiting heeft aanvaard, zal zijn gerealiseerd;

5.4.

gebiedt Enexis om binnen een week na betekening van dit vonnis aan [geïntimeerde] een aanbod te doen zonder contractuele transportbeperkingen voor 60 MW transportcapaciteit op de in 5.1 bedoelde aansluiting op het door Enexis beheerde elektriciteitsnet.

4.5.

[Energiepark] heeft het bestreden vonnis op 18 september 2019 aan Enexis laten betekenen. Het aanbod dat Enexis vervolgens aan [Energiepark] heeft gedaan en enkele malen heeft aangepast, voldeed volgens [Energiepark] niet aan de uitgesproken veroordelingen. [Energiepark] heeft daarop een executiegeschil aanhangig gemaakt bij de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost-Brabant. Bij vonnis van 24 december 2019 heeft de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT