Uitspraak Nº 200.268.728_01. Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 2020-07-28

Datum uitspraak:28 juli 2020
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Hertogenbosch
 
GRATIS UITTREKSEL
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht

zaaknummer 200.268.728/01

arrest van 28 juli 2020

in de zaak van

Stichting Wonen Zuid,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

appellante,

hierna aan te duiden als SWZ,

advocaat: mr. P.J.W.M. Theunissen te Roermond,

tegen

  1. [geïntimeerde 1] , in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen die (zullen) toebehoren aan [de rechthebbende 1] en [de rechthebbende 2] ,
    kantoorhoudende te [kantoorplaats] ,

  2. [geïntimeerde 2] , in haar hoedanigheid van bewindvoerder over de goederen die (zullen) toebehoren aan [de rechthebbende 1] en [de rechthebbende 2] ,
    kantoorhoudende te [kantoorplaats] ,

geïntimeerden,

hierna aan te duiden als de bewindvoerders,

advocaat: mr. E.W.M. ter Meulen-Mouwen te Roermond,

op het bij exploot van dagvaarding van 30 oktober 2019 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 16 oktober 2019, door de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, gewezen tussen SWZ als eiseres en de bewindvoerders als gedaagden.

1 Het geding in eerste aanleg (zaak-\rolnummer 7697729 \ CV EXPL 19-2604)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding in hoger beroep;

  • -

    de memorie van grieven van 19 november 2019 met eiswijziging;

  • -

    de memorie van antwoord van 14 januari 2020 met één productie.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg. De bewindvoerders hebben geen bezwaar gemaakt tegen de wijziging van eis door SWZ. Het hof ziet ook geen aanleiding de eiswijziging ambtshalve buiten beschouwing te laten wegens strijd met de goede procesorde. Recht zal worden gedaan op de gewijzigde eis.

3 De beoordeling
3.1.

In deze zaak gaat het om het navolgende. [de rechthebbende 1] en [de rechthebbende 2] hebben van SWZ met ingang van 10 oktober 2018 de woonruimte gehuurd aan de [adres] te [plaats] . Hun vermogens zijn op 28 september 2017 onder bewind gesteld met benoeming van geïntimeerden tot bewindvoerders. Op 14 maart 2019 heeft de politie [de rechthebbende 1] aangehouden wegens overtreding van de Opiumwet. In de gehuurde woning werden die dag 193,18 gram hennep, 101,92 gram hasj, 900 gripzakjes en een weegschaaltje aangetroffen. SWZ heeft vervolgens in eerste aanleg de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde gevorderd.

Bij het in dit hoger beroep bestreden vonnis heeft de kantonrechter de vorderingen van SWZ afgewezen. Daartoe heeft de kantonrechter onder meer overwogen dat handel in verdovende middelen vanuit de woning niet voldoende is komen vast te staan, dat het...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT