Uitspraak Nº 200.269.500/01. Gerechtshof Amsterdam, 2020-07-21

Datum uitspraak:2020/07/21
Uitgevende instantie::Gerechtshof Amsterdam
 
GRATIS UITTREKSEL
GERECHTSHOF AMSTERDAM

afdeling civiel recht en belastingrecht, team I

zaaknummer: 200.269.500/01

zaaknummer rechtbank Noord-Holland: 7501330 \ CV EXPL 19-1172

arrest van de meervoudige burgerlijke kamer van 21 juli 2020

inzake

[appellant] ,

wonend te [woonplaats] ,

appellant,

advocaat: mr. W.J. Vroegindeweij te Katwijk,

tegen

AROMEDIA B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

geïntimeerde,

advocaat: mr. M.N. Mense te Haarlem.

1 Het geding in hoger beroep

Partijen worden hierna [appellant] en Aromedia genoemd.

[appellant] is bij dagvaarding van 5 november 2019 in hoger beroep gekomen van een vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Noord-Holland (verder: de kantonrechter) van 9 oktober 2019, onder bovenvermeld zaaknummer gewezen tussen Aromedia als eiseres en [appellant] als gedaagde.

Partijen hebben daarna de volgende stukken ingediend:

- memorie van grieven, met producties;

- memorie van antwoord, met producties;

- akte van [appellant] .

Ten slotte is arrest gevraagd.

[appellant] heeft geconcludeerd dat het hof het bestreden vonnis zal vernietigen en - uitvoerbaar bij voorraad - de vorderingen van Aromedia alsnog zal afwijzen, met veroordeling van Aromedia in de kosten van het geding in beide instanties.

Aromedia heeft geconcludeerd tot bekrachtiging van het bestreden vonnis, met - uitvoerbaar bij voorraad - veroordeling van [appellant] in de kosten van het geding in hoger beroep met nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente indien niet binnen veertien dagen na dagtekening, althans niet binnen veertien dagen na betekening van het te wijzen arrest, hieraan is voldaan.

Beide partijen hebben in hoger beroep bewijs van hun stellingen aangeboden.

2 Feiten
2.1.

De kantonrechter heeft in het bestreden vonnis onder 2.1 tot en met 2.10 de feiten vastgesteld die hij tot uitgangspunt heeft genomen. Deze feiten zijn in hoger beroep niet in geschil en dienen derhalve ook het hof als uitgangspunt. De feiten behelzen, waar nodig aangevuld met feiten die als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist zijn komen vast te staan, het volgende.

2.2.

Careera B.V., een aan Aromedia gelieerde vennootschap, is als opdrachtgeefster met [appellant] als opdrachtnemer op 20 september 2007 een overeenkomst van opdracht aangegaan voor de duur van zes maanden. Ten behoeve van de uitvoering van deze overeenkomst is aan [appellant] door Aromedia een leaseauto van [X] Auto Lease (hierna: [X] ) ter beschikking gesteld, die Aromedia op haar beurt van laatstgenoemde had geleased.

2.3.

De overeenkomst van opdracht is per 20 augustus 2008 van rechtswege geëindigd. [appellant] is nadien gebruik blijven maken van een aan hem door Aromedia ter beschikking gestelde leaseauto.

2.4.

Een e-mail van 23 januari 2009 van [Y] , directeur van Aromedia, (verder: [Y] ) verzonden vanaf zijn zakelijke e-mailadres aan [appellant] luidt als volgt:
Ha [appellant] ,

Kun je mij adres en gegevens mailen waar de facturen voor de doorbelasting van de lease naar toe kunnen? Bvd

2.5.

In reactie daarop laat [appellant] diezelfde dag bij e-mail het volgende aan [Y] weten:
zet je de factuur svp op 2008? thnx!
Next Generation Concepts
[adres]

(…)”

2.6.

In een e-mail van 3 september 2010 van [appellant] aan [Y] staat het volgende:

“(…) ik ben gestart met een ‘bedrijven schuldhulp’ die mij begeleiden met oude openstaande zaken (…). Uiteraard heb ik jou (…) buiten dit verhaal gehouden omdat ik jullie 100% betaal (…)

Daarnaast heb ik de addt. kosten van de auto vanaf nu zeer beperkt, heb parkeervergunning dus geen boetes meer, ik betaal handmatig voor benzine dus de rekeningen zouden nu veel lager uit moeten vallen. Vanwege mijn start met bovengenoemd heb ik jou nog niet betaalt maar zoals genoemd gaat dit wel (waarschijnlijk in fragmenten) snel gebeuren.
Begrijpelijk als jouw geduld op is, dan moet de auto terug. Maar mochten de we dit nog even kunnen rekken zou dat bedrijfsmatig heel veel betekenen voor me. (…)”

2.7.

Daarop heeft [Y] bij e-mail van 4 september 2010 [appellant] onder meer het volgende meegedeeld:

Ik wil overwegen de lease auto nog even vast te houden maar dan wil ik wel een strak afbetalingsschema waar je je ook aan houdt. Graag een voorstel hiervoor.

2.8.

Bij e-mail van 14 september 2010 heeft [appellant] het volgende daarop geantwoord:

“(…) Ik kan igg toezeggen 1.500,- pm te betalen, startend in september.

Zo lopen we in op de achterstand en groeit het niet, ook met nw facturen. (…)”

2.9.

In e-mails van 23 februari 2012 hebben [appellant] en [Y]...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT