Uitspraak Nº 200.270.361/01. Gerechtshof Den Haag, 2020-07-28

Datum uitspraak:28 juli 2020
Uitgevende instantie::Gerechtshof Den Haag
 
GRATIS UITTREKSEL
GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht

Zaaknummer : 200.270.361/01

Zaaknummer rechtbank : C/10/582475/ KG ZA 19-964

arrest van 28 juli 2020

inzake

[appellant],

wonende te [woonplaats],

appellant,

hierna te noemen: [appellant],

advocaat: mr. R.G.M. Michels te Veghel,

tegen

Coöperatieve Rabobank U.A.,

statutair gevestigd te Amsterdam, mede kantoorhoudende te Eindhoven,

geïntimeerde,

hierna te noemen: Rabobank,

advocaat: mr. R.E. de Groot te Utrecht.

Het geding

Bij exploot met producties van 27 november 2019 is [appellant], onder aanvoering van twaalf grieven, in hoger beroep gekomen van een door de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam (hierna: de voorzieningenrechter) tussen partijen gewezen vonnis in kort geding van 30 oktober 2019 (hierna: het bestreden vonnis). Bij memorie van antwoord heeft Rabobank de grieven bestreden.

Vervolgens hebben partijen op 15 juni 2020 de zaak via een videoverbinding doen bepleiten door hun hiervoor genoemde advocaten, beiden aan de hand van pleitnotities die aan het hof zijn overgelegd. Ten slotte is arrest gevraagd.

De beoordeling van het hoger beroep

De feiten

1. De in het bestreden vonnis vastgestelde feiten zijn niet in geschil. Ook het hof zal van die feiten uitgaan.

2. Het gaat in deze zaak om het volgende:

2.1

[appellant] exploiteert sinds 1995 onder de naam ‘[naam]’ een coffeeshop aan de [adres] (hierna: de coffeeshop). De coffeeshop is een verkooppunt voor softdrugs. De gemeente Rotterdam heeft aan [appellant] ter zake van de exploitatie van de coffeeshop een vergunning afgegeven als bedoeld in artikel 2:28 lid 1 van de APV Rotterdam 2012. In de coffeeshop is uitsluitend sprake van chartaal inkomend en uitgaand geldverkeer.

2.2

[appellant] wenst met Rabobank, waarmee hij sinds 26 februari 1999 een particuliere bankrelatie heeft, ook een zakelijke bankrelatie aan te gaan ten behoeve van de coffeeshop zodat hij zijn zakelijke betalingsverplichtingen giraal – zoals door financiële instanties zoals de belastingdienst bij formele afdrachten verplicht is gesteld – via een bankrekening bij Rabobank kan nakomen en zijn contante bedrijfsinkomsten gedeeltelijk op een bankrekening kan storten en houden. Aanvragen van [appellant] strekkende tot het openen van een zakelijke bankrekening voor de coffeeshop in 2016 en medio 2018 heeft Rabobank afgewezen. Eind 2018 heeft [appellant] opnieuw een daartoe strekkende aanvraag (hierna: de aanvraag) gedaan.

2.3

Op 6 december 2018 heeft [de manager], manager Klant en Salessupport team CDD MKB & Particulieren van Rabobank (hierna: [de manager]), onder meer het volgende per e-mail bericht aan de advocaat van [appellant]:

(…) We zijn op dit moment aan het kijken welke informatie nog meer nodig is dan we al hadden om het verzoek voor de aanvraag van een zakelijke rekening te gaan doen. (…) Ik verwacht dat we hiervoor nog informatie nodig hebben van de onderneming. (…) Voor het zakelijke gedeelte geldt zeker nog geen “ja” dus, maar we gaan er nogmaals serieus naar kijken. (…)

2.4

Vervolgens heeft [de manager] op 11 december 2018 aan de advocaat van [appellant] onder andere bericht:

(…) Het beoordelen van de aanvraag voor een zakelijke rekening voor een coffeeshop start met het beoordelen van een aantal gegevens die noodzakelijk zijn om inzicht te krijgen in de risico’s, werkwijze van de coffeeshop etc. Hiervoor is een vragenformulier beschikbaar welke een belangrijke rol speelt in het acceptatie- en beoordelingsproces.

Om de risico’s voor de bank inzichtelijk te krijgen wil ik u vragen uw cliënt te verzoeken bijgaande formulieren (…) met een grote mate van zorgvuldigheid en volledig in te vullen. (…)

2.5

[de manager] heeft [appellant] bij brief van 17 december 2018 onder andere geschreven:

(…) Tevens is via uw advocaat het proces tot herbeoordeling van een rekening voor coffeeshop [naam] in werking gezet. Hiertoe is op 11 december 2018 een vragenformulier naar uw advocaat gestuurd met het verzoek tot juiste en volledige invulling. Dit betekent niet dat (u, hof) er dus vanuit kunt gaan dat er een rekening geopend wordt voor [naam], wel dat we de aanvraag nogmaals zullen beoordelen op basis van de ingevulde vragenlijst. (…)

2.6

De advocaat van [appellant] heeft [de manager] per e-mailbericht van 4 januari 2019 een ingevulde vragenlijst en een kopie van een exploitatievergunning verstrekt.

2.7

Op 14 januari 2019 heeft een bespreking tussen partijen plaatsgevonden. Doel van het gesprek was onder meer verder in te gaan op de activiteiten, geldstromen en herkomst van het vermogen van de coffeeshop. In het kader van dat gesprek heeft Rabobank om de herkomst van het vermogen te verklaren onder meer om de jaarcijfers en de IB-aangiftes van 2016 en 2017 verzocht. [appellant] heeft tijdens dat gesprek verklaard dat hij bij opening van een zakelijke bankrekening daarop € 600.000,- aan contanten wenst te storten.

2.8

Op 6 februari 2019 heeft [assistent accountmanager], assistent Accountmanager MKB CDD Specialist van Rabobank (hierna: [assistent accountmanager]), per e-mail aan de advocaat van [appellant] laten weten dat Rabobank mogelijkheden ziet tot acceptatie van [appellant]/de coffeeshop als zakelijke klant, mits [appellant] onder meer de herkomst van het bedrag dat hij op de nieuw te openen bankrekening wenst te storten (€ 600.000,-) concreet middels documentatie onderbouwt en voorziet van een volledige (fiscale) verantwoording.

2.9

Op 12 maart 2019 heeft een bespreking tussen partijen plaatsgevonden. In het door Rabobank opgestelde gespreksverslag is onder meer opgenomen:

(…) De heer [boekhouder] (de boekhouder van [appellant], hof) overhandigd (t, hof) Rabobank de gevraagde onderbouwende documenten: jaarcijfers over 2018, een toelichting hoe de liquide middelen over de jaren zijn...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT