Uitspraak Nº 200.271.855/01. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 2020-07-28

Datum uitspraak:2020/07/28
Uitgevende instantie::Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

locatie Leeuwarden

afdeling civiel recht, handel

zaaknummer gerechtshof 200.271.855/01

(zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad, 7081833)

beschikking van 28 juli 2020

in de zaak van

[verzoeker] ,

wonende te [A] ,

verzoeker in principaal hoger beroep,

verweerder in incidenteel hoger beroep,

in eerste aanleg: verweerder, tevens verzoeker in het (voorwaardelijke) tegenverzoek,

hierna: [verzoeker] ,

advocaat: mr. J.P.N. de Wit,

tegen:

Loading Systems International B.V.,

gevestigd te Lelystad,

verweerster in principaal hoger beroep,

verzoekster in incidenteel hoger beroep,

in eerste aanleg: verzoekster, tevens verweerster in het (voorwaardelijke) tegenverzoek,

hierna: LSI,

advocaat: mr. A.M. Mellema.

1 Het verloop van deze procedure
1.1

[verzoeker] heeft hoger beroep ingesteld van de beschikking van 2 oktober 2019 van de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland, locatie Lelystad.

1.2

In hoger beroep is de procedure begonnen met de ontvangst door de griffie op

2 januari 2020 van het beroepschrift (met bijlagen) van [verzoeker] . Daarna is het verweerschrift (met bijlagen) van LSI ontvangen. LSI heeft daarbij ook van haar kant (“incidenteel”) hoger beroep ingesteld. [verzoeker] heeft in dat incidenteel hoger beroep een verweerschrift ingediend. Daarmee heeft het procesdossier van deze Wwz-zaak een omvang van 2783 pagina’s.

1.3

Als gevolg van de Coronamaatregelen heeft de fysieke mondelinge behandeling eerst op 1 juli 2020 kunnen plaatsvinden, gelijktijdig met de mondelinge behandeling in de dagvaardingszaak (met een dossier van 1026 pagina’s). Beide partijen zijn met hun advocaten bij de mondelinge behandeling aanwezig geweest.

Mr. de Wit heeft gepleit conform zijn overgelegde aantekeningen. Mr. Mellema heeft mondeling gereageerd. Van de zitting is proces-verbaal opgemaakt. Vervolgens heeft het hof beschikking bepaald op 10 augustus 2020 of zoveel eerder als mogelijk is, op basis van de hiervoor genoemde processtukken en het proces-verbaal van de zitting.

2 Waar gaat deze zaak over?
2.1

[verzoeker] is op 1 november 2000 in dienst gekomen als General Manager van Loading Systems Nederland B.V. en is per 1 januari 2011 General Manager van LSI geworden. In maart 2015 heeft hij daarnaast de parttime functie van Geschäftsführer op zich genomen van Loading Systems Duitsland (hierna LSD).

Nadat [verzoeker] in 2017 ziek werd en LSI haar organisatie had gewijzigd waardoor, volgens LSI, de functie van [verzoeker] verviel, is tussen partijen in 2018 een conflict ontstaan. LSI heeft op 19 juli 2018 ontbinding van de arbeidsovereenkomst verzocht, primair wegens ernstig verwijtbaar handelen van [verzoeker] , zonder transitievergoeding, en subsidiair op grond van een verstoorde arbeidsverhouding. In zijn tegenverzoek verzocht [verzoeker] eveneens ontbinding, waarbij hij LSI verweet dat zij ernstig verwijtbaar had gehandeld en hij aanspraak maakte op de transitievergoeding van € 162.863,40 bruto en een billijke vergoeding van € 443.734,- bruto.

De behandeling in eerste aanleg is niet voortvarend verlopen, mede als gevolg van de omvang van het dossier, uitstel in verband met een door LSI gewenste aanvulling van haar verzoek na ontdekking van beweerde onregelmatigheden in declaraties van [verzoeker] en diverse incidenten sindsdien. Daaronder valt ook een toegewezen verzoek van [verzoeker] om afschriften van zijn declaraties vanaf 2013. Uiteindelijk heeft de laatste zitting plaatsgevonden op 26 augustus 2019 en heeft de kantonrechter op 2 oktober 2019 de bestreden beschikking gegeven.

2.2

De kantonrechter heeft de arbeidsovereenkomst op verzoek van LSI ontbonden met onmiddellijke ingang wegens ernstig verwijtbaar handelen van [verzoeker] en voor recht verklaard dat hem geen transitievergoeding toekomt. Daarvoor heeft de kantonrechter vier declaraties beoordeeld - hierna beschreven in 5.3 onder a) tot en met d) - en vastgesteld dat [verzoeker] daarin vier privé-etentjes als zakelijk heeft gedeclareerd onder vermelding van gefingeerde zakelijke gesprekspartners. Dit is valsheid in geschrift en ernstig verwijtbaar, aldus de kantonrechter. In de later toegevoegde nevenverzoeken tot schadevergoeding, deels op te maken bij staat, is LSI niet ontvankelijk verklaard.

Aan het ontbindingsverzoek van [verzoeker] is de kantonrechter niet toegekomen en in zijn latere aanvullende incidentele verzoeken is [verzoeker] niet ontvankelijk verklaard. [verzoeker] is veroordeeld in de proceskosten.

2.3

[verzoeker] verzoekt vernietiging van de ontbindingsbeschikking en vraagt de arbeidsovereenkomst alsnog te ontbinden op zijn verzoek en voor recht te verklaren dat hij recht heeft op de transitievergoeding en dat LSI ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Daarbij verzoekt hij om een billijke vergoeding, op te maken bij staat. Ook vraagt hij LSI te veroordelen tot terugbetaling van de proceskosten waarin de kantonrechter hem heeft veroordeeld, en tot betaling van de proceskosten in beide instanties.

2.4

LSI is het op onderdelen niet eens met de bestreden beschikking. Zij vindt dat zij ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard in haar nevenvordering tot vergoeding van schade door onder andere onrechtmatige declaraties, deels op te maken bij staat. Zij wenst dat [verzoeker] alsnog veroordeeld wordt tot betaling van € 17.399,- aan ten onrechte gedeclareerde bedragen, € 17.735,94 kosten van een onderzoeksbureau en € 56.240,80 kosten van juridische bijstand in eerste aanleg. Verder verzoekt zij voor recht te verklaren dat [verzoeker] aansprakelijk is voor schade, op te maken bij staat, waaronder € 11.362,37 kosten van de leaseauto en [verzoeker] te veroordelen in de proceskosten van eerste aanleg en hoger beroep.

3 Wat is het oordeel van het hof?
3.1

Het hof moet eerst een oordeel geven over de vraag wat [verzoeker] in 2.3 nu eigenlijk van het hof als beslissing vraagt (“het petitum”). Daarna zal het hof iets zeggen over de beroepsgronden van LSI, die aan de orde stellen of LSI de schadevorderingen als nevenvordering aan haar ontbindingsverzoek mocht toevoegen (“ontvankelijk” is in die nevenvorderingen).

Daarna komt het hof tot een tussenbeslissing, omdat het hof [verzoeker] zal toelaten tot bewijslevering.

De door de werknemer gevraagde beslissing

3.2

Het hof kan de beslissing van de kantonrechter om de arbeidsovereenkomst te ontbinden niet vernietigen. De werknemer die vindt dat de kantonrechter ten onrechte een ontbindingsverzoek van de werkgever heeft toegewezen, kan herstel van de overeenkomst of een billijke vergoeding in plaats van herstel verzoeken (artikel 7:683 lid 3 BW).

Namens [verzoeker] is ter zitting toegelicht dat hij bedoelde zich neer te leggen bij de uitgesproken ontbinding, maar niet bij het oordeel dat hij ernstig verwijtbaar zou hebben gehandeld en bij de afwijzing van de door hem verzochte transitievergoeding en billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen van LSI. Zijn stellingen komen er in feite op neer dat hij verzoekt de ontbinding en de gevolgen daarvan te beoordelen op de door hem aangevoerde stelling, dat het juist LSI is geweest die ernstig verwijtbaar heeft gehandeld.

3.3

Hoewel namens LSI ter zitting is geprotesteerd tegen de nu uitgesproken bedoeling, heeft LSI in haar verweerschrift geen enkele opmerking gemaakt over het petitum en is zij inhoudelijk ingegaan op datgene wat [verzoeker] heeft bedoeld, zodat dat kennelijk duidelijk genoeg was. LSI is dus niet in haar verdediging geschaad door het petitum te lezen zoals [verzoeker] nu zegt dat het bedoeld is. Het hof gaat...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT