Uitspraak Nº 200.273.694_01. Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 2020-07-23

Datum uitspraak:23 juli 2020
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Hertogenbosch
 
GRATIS UITTREKSEL
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht

Uitspraak : 23 juli 2020

Zaaknummer : 200.273.694/01

Zaaknummer 1e aanleg : C/02/354705 / JE RK 19-183

in de zaak in hoger beroep van:

[de vader] ,

in deze zaak woonplaats gekozen hebbende te [kantoorplaats] op het kantoor van zijn advocaat,

appellant,

hierna te noemen: de vader,

advocaat: mr. S. Klootwijk,

tegen

Stichting Jeugdbescherming Brabant,

gevestigd te [vestigingsplaats] en tevens kantoorhoudende te [kantoorplaats] ,

verweerster,

hierna te noemen: de GI en/of de gecertificeerde instelling.

Deze zaak gaat over [minderjarige 1] (hierna: [minderjarige 1] ), geboren op [geboortedatum] 2003 te [geboorteplaats] , [minderjarige 2] (hierna: [minderjarige 2] ), geboren op [geboortedatum] 2005 te [geboorteplaats] , en [minderjarige 3] (hierna: [minderjarige 3] ), geboren op [geboortedatum] 2008 te [geboorteplaats] .

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

- [de moeder] (hierna te noemen: de moeder).

In zijn hoedanigheid als omschreven in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is in de procedure gekend:

de Raad voor de Kinderbescherming,

regio Zuidwest Nederland, locatie [locatie] ,

hierna te noemen: de raad.

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 6 november 2019.

2 Het geding in hoger beroep
2.1.

Bij beroepschrift met één productie, ingekomen ter griffie op 5 februari 2020, heeft de vader verzocht om, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, het hoger beroep gegrond te verklaren, voormelde beschikking te vernietigen en het (zelfstandig) verzoek van de vader om de GI te vervangen door Jeugd Veilig Verder, althans door een door het hof aan te wijzen andere gecertificeerde instelling, alsmede het verzoek om een bijzonder curator over de kinderen aan te stellen, toe te wijzen.

2.2.

Bij verweerschrift met producties, ingekomen ter griffie op 14 februari 2020, heeft de GI verzocht de vader niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep dan wel het hoger beroep van de vader af te wijzen en voormelde beschikking te bekrachtigen.

2.3.1.

De meervoudige kamer van het hof heeft de zaak op grond van artikel 16, lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering verwezen naar de enkelvoudige kamer. De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 18 juni 2020. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- de vader, bijgestaan door mr. Klootwijk;

- de GI, vertegenwoordigd door mevrouw [vertegenwoordiger van de GI] ;

- de raad, vertegenwoordigd door mevrouw [vertegenwoordiger van de raad] .

De moeder is, met bericht van verhindering, niet tijdens de mondelinge behandeling verschenen.

2.3.2.

Het hof heeft de minderjarigen [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3] in de gelegenheid gesteld hun mening kenbaar te maken.

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] hebben hiervan gebruik gemaakt en...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT