Uitspraak Nº 200.277.491/01. Gerechtshof Den Haag, 2020-07-29

Datum uitspraak:29 juli 2020
Uitgevende instantie::Gerechtshof Den Haag
 
GRATIS UITTREKSEL

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling civiel recht

zaaknummer : 200.277.491/01

rekestnummer rechtbank : FA RK 19-9578

zaaknummer rechtbank : C/10/585386

beschikking van de meervoudige kamer van 29 juli 2020

inzake

[appellante] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

verzoekster in hoger beroep,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. E.M.F. Prickartz te Schiedam,

tegen

[geïntimeerde] ,

wonende te [woonplaats 2] (België),

verweerder in hoger beroep,

hierna te noemen: de vader,

advocaat: mr. N. Türkkol te Amsterdam.

In zijn adviserende en/of toetsende taak is in de procedure gekend:

de raad voor de kinderbescherming, regio Rotterdam-Dordrecht,

locatie: Rotterdam,

hierna te noemen: de raad.

1 Het verloop van het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de kinderrechters in de rechtbank Rotterdam van 6 februari 2020, uitgesproken onder voormeld zaaknummer (hierna ook: de bestreden beschikking).

2 Het geding in hoger beroep
2.1

De moeder is op 24 april 2020 in hoger beroep gekomen van de bestreden beschikking.

2.2

De vader heeft op 30 mei 2020 een verweerschrift ingediend.

2.3

Bij het hof is voorts van de zijde van de moeder het volgende stuk ingekomen:

- een journaalbericht van 8 juni 2020 met bijlagen, ingekomen op 9 juni 2020;

2.4

De mondelinge behandeling heeft op 24 juni 2020 plaatsgevonden. Verschenen zijn:

  • -

    de moeder, bijgestaan door haar advocaat mr. E.M.F. Prickartz;

  • -

    de vader, bijgestaan door zijn advocaat mr. N. Türkkol en de [naam 1] , tolk in de Turkse taal;

De raad is overeenkomstig zijn bericht niet ter zitting verschenen.

3 De feiten
3.1

Het hof gaat uit van de door de rechtbank vastgestelde feiten voor zover daartegen in hoger beroep niet is opgekomen. Onder meer staat het volgende vast.

3.2

Uit het (inmiddels door echtscheiding ontbonden) huwelijk van de moeder en de vader is op [geboortedatum] te [geboorteplaats] geboren, [naam 2] (hierna te noemen: [minderjarige] ). De vader en de moeder oefenen gezamenlijk het gezag uit over [minderjarige] .

3.3

Partijen hebben op 29 januari 2014 bij notariële akte ten aanzien van de gevolgen van de echtscheiding en met betrekking tot [minderjarige] regelingen getroffen. Ten aanzien van [minderjarige] is in Titel III onder B 1 onder meer opgenomen:

“Tenzij in onderling overleg met het kind een andere regeling tussen ouders wordt afgesproken geldt volgende verblijfsregeling: [minderjarige] zal, behoudens hetgeen hierna bepaald, bij haar moeder [naam moeder] verblijven en op haar adres ingeschreven worden in het bevolkingsregister, als hebbende aldaar haar hoofdverblijf. [minderjarige] zal echter bij haar vader [naam vader] verblijven: tijdens het weekend . In de oneven weken van het jaar om de veertien dagen een weekend van vrijdagavond na schooltijd (of om zestien uur (16.00 uur) indien er die dag geen school is) tot zondagavond zeventien uur (17.00 uur). Het kind wordt telkens door haar vader gehaald van school of in voorkomend geval bij haar moeder of bij haar hobbyvereniging en het kind wordt door haar vader teruggebracht naar haar moeder. Deze regeling zal van toepassing zijn zodra de moeder verhuisd is.”

3.4

Verder is in voornoemde notariële akte onder genoemde titel met betrekking tot de zomermaanden een regeling opgenomen inhoudende dat [minderjarige] van 1 juli vanaf 9.00 uur tot en met 31 juli 17.00 uur aaneengesloten bij de moeder verblijft, waarbij de moeder [minderjarige] zal halen en brengen en van 31 juli 17.00 uur tot en met 31 augustus 17.00 uur aaneengesloten bij de vader verblijft, waarbij de vader [minderjarige] weer terugbrengt naar de vrouw. Ten slotte is als bijzondere regeling opgenomen dat de regeling dat voornoemde ouder [minderjarige]...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT