Uitspraak Nº 200.278.266_01. Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 2020-07-30

Datum uitspraak:30 juli 2020
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Hertogenbosch
 
GRATIS UITTREKSEL
GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH

Team familie- en jeugdrecht

Uitspraak : 30 juli 2020

Zaaknummer : 200.278.266/01

Zaaknummer 1e aanleg : C/03/276522 / JE RK 20-752

in de zaak in hoger beroep van:

[de moeder] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellante,

hierna te noemen: de moeder,

advocaat: mr. R.P.F. Rober,

tegen

Raad voor de Kinderbescherming,

regio Zuidoost Nederland, locatie [locatie] ,

verweerder,

hierna te noemen: de raad.

Deze zaak gaat over de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2007 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] .

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

- Stichting Bureau Jeugdzorg Limburg, hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI).

1 Het geding in eerste aanleg

Het hof verwijst voor het verloop van het geding in eerste aanleg naar de beschikking van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, van 16 april 2020, op schrift gesteld op 24 april 2020.

2 Het geding in hoger beroep
2.1.

Bij beroepschrift met producties, ingekomen ter griffie op 15 mei 2020, heeft de moeder verzocht voormelde beschikking te vernietigen en:

- primair: het verzoek van de raad tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing alsnog af te wijzen;

- subsidiair: in het belang van [minderjarige] een maatregel vast te stellen.

2.2.

Er is geen verweerschrift ingekomen.

2.3.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 10 juli 2020. Bij die gelegenheid zijn gehoord:

- de moeder, bijgestaan door mr. Rober;

- de raad, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de raad] ;

- de GI, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de GI] .

2.3.1.

Het hof heeft de minderjarige [minderjarige] in de gelegenheid gesteld zijn mening kenbaar te maken. Het hof heeft hem daartoe een oproepingsbrief gestuurd voor een kindgesprek op het bekende BRP-adres. Tijdens de mondelinge behandeling is echter gebleken dat de moeder met [minderjarige] inmiddels is verhuisd, dat de oproepingsbrief weliswaar naar het juiste BRP-adres is gestuurd, maar kennelijk niet is doorgestuurd en [minderjarige] mogelijk niet heeft bereikt.

De moeder heeft tijdens de mondelinge behandeling toestemming gegeven om met [minderjarige] te (beeld)bellen en het hof daartoe het mobiele nummer van [minderjarige] verstrekt. Zowel de moeder, de GI als de Raad hebben tijdens de mondelinge behandeling kenbaar gemaakt niet meer in de gelegenheid te hoeven worden gesteld op dit gesprek te reageren. Rond het afgesproken tijdstip hebben de voorzitter en de griffier een aantal malen met [minderjarige] zowel via beeld als “gewoon” gebeld maar [minderjarige] heeft het gesprek niet aangenomen. Het hof leidt hieruit af dat [minderjarige] geen gebruik wil maken van de mogelijkheid om zijn mening te geven.

3 De beoordeling
3.1.

Uit de inmiddels verbroken relatie van de moeder en de heer [de vader] (hierna: de vader) is [minderjarige] geboren.

De moeder oefent het eenhoofdig gezag over [minderjarige] uit, die bij de moeder woont.

3.2.

Bij de bestreden - uitvoerbaar bij voorraad verklaarde - beschikking heeft de rechtbank [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 16 april 2020 tot 16 april 2021 en machtiging verleend om [minderjarige] met ingang van 16 april 2020 tot uiterlijk 16 juli 2020 uit huis te plaatsen in een accommodatie van een...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT