Uitspraak Nº 200.280.371_01. Gerechtshof 's-Hertogenbosch, 2020-07-30

Datum uitspraak:30 juli 2020
Uitgevende instantie::Gerechtshof 's-Hertogenbosch
 
GRATIS UITTREKSEL
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Team Handelsrecht

zaaknummer 200.280.371/01

arrest van 30 juli 2020

in de zaak van

[appellant] ,

wonende te [woonplaats] ,

appellant,

hierna aan te duiden als [appellant] ,

advocaat: mr. D.C.J. Bogerd te Kampen,

tegen

[Products] Products B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

geïntimeerde,

hierna aan te duiden als [geïntimeerde] ,

advocaat: mr. M.M.M. Rooijen te Weert,

op het bij exploot van dagvaarding van 3 juli 2020 ingeleide hoger beroep van het vonnis in kort geding van 19 juni 2020, door de kantonrechter van de rechtbank Limburg, zittingsplaats Roermond, gewezen tussen [appellant] als eiser in conventie, verweerder in reconventie en [geïntimeerde] als gedaagde in conventie, eiseres in reconventie.

1 Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer 8516643 / CV EXPL 20-2112)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis in kort geding.

2 Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding in hoger beroep met grieven en producties, en

  • -

    de memorie van antwoord met producties.

Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3 De beoordeling
3.1.

In dit hoger beroep kan worden uitgegaan van de volgende feiten.

  1. [appellant] , geboren op [geboortedatum] 1992, is sinds 31 juli 2017 in dienst bij [geïntimeerde] als International Sales Manager.

  2. [geïntimeerde] is een vennootschap, gespecialiseerd in de productie van en handel in jongveevoeders op zuivelbasis, grondstoffen en halffabricaten.

  3. [appellant] heeft zijn contract bij [geïntimeerde] opgezegd. [appellant] is tot 31 juli 2020 in dienst.

  4. [appellant] heeft een baan als International Sales Manager geaccepteerd bij [de vennootschap naar Deens recht] (hierna: [de vennootschap naar Deens recht] ). [de vennootschap naar Deens recht] is een Deens bedrijf dat eiwitrijke ingrediënten verkoopt voor jongveevoeders.

  5. [geïntimeerde] heeft een beroep gedaan op het navolgende artikel, opgenomen in de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst. In artikel 11 van de arbeidsovereenkomst staat het volgende:

“Concurrentiebeding

Gedurende de duur van deze arbeidsovereenkomst, zomede gedurende een periode van 12 maanden na de beëindiging ervan, ongeacht de wijze waarop en de redenen waarom het dienstverband tot een einde is gekomen – is het werknemer zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van werkgever, niet toegestaan om activiteiten te ontplooien, op welke wijze en in welke vorm dan ook, hetzij in dienstbetrekking, hetzij onder eigen naam, hetzij door middel van samenwerking met natuurlijke of rechtspersonen, welke natuurlijke – of rechtspersonen dezelfde, gelijksoortige of aanverwante producten voeren als werkgever. Gelijksoortige of aanverwante activiteiten en producten worden gedefinieerd als: productie en/of marketing en verkoop van kunstmelk/melkvervangers voor kalveren, lammeren en biggen en concentraten/voormengsels/halffabricaten bevattende o.a. zuivel en eiwit voor de productie van voeders voor biggen en pluimvee. Hieronder is inbegrepen (financiële) deelname in en/of (in)directe zeggenschap over bedrijven welke gelijk, gelijksoortig of aanverwant zijn aan de activiteiten van de werkgever dan wel aan de werkgever gelieerde ondernemingen, in casu [de vennootschap 1] , [de vennootschap 2] en [de vennootschap 3] De strekking van dit concurrentiebeding is wereldwijd.”

3.2.1.

In de onderhavige procedure heeft [appellant] gevorderd dat de kantonrechter in kort geding

primair: het concurrentiebeding voor zover van toepassing, per 1 augustus 2020 volledig schorst en [geïntimeerde] veroordeelt om hem toe te staan bij [de vennootschap naar Deens recht] of bij iedere andere werkgever in dienst te treden,

subsidiair: het concurrentiebeding beperkt tot een in goede justitie te bepalen omvang en looptijd,

primair en subsidiair: [geïntimeerde] veroordeelt tot betaling van de buitengerechtelijke kosten en kosten van het geding.

3.2.2.

Aan deze vorderingen heeft [appellant] , kort samengevat, ten grondslag gelegd dat het concurrentiebeding in een bodemprocedure zal worden vernietigd; het beding belemmert hem in zijn recht op vrije arbeidskeuze terwijl [geïntimeerde] geen (redelijk) belang heeft bij naleving van het beding (punt 3.2 van de dagvaarding in eerste aanleg).

3.2.3.

[geïntimeerde] heeft verweer gevoerd en, naar het oordeel van de kantonrechter, in reconventie gevorderd om [appellant] te veroordelen tot naleving van het concurrentiebeding, zulks op straffe van een dwangsom ad € 1.000,-- per dag of gedeelte daarvan tot een maximum van € 10.000,--.

3.2.4.

In het vonnis in kort geding van 19 juni 2020 heeft de kantonrechter de vorderingen van [appellant] afgewezen en die van [geïntimeerde] deels toegewezen in die zin dat [appellant] is veroordeeld om zich te onthouden van het overtreden van het concurrentiebeding, gedurende de looptijd van het beding of zoveel eerder als in de bodemprocedure over de geldigheid en werking van dit beding zal zijn beslist, en in het bijzonder van het op enigerlei wijze werkzaam zijn voor [de vennootschap naar Deens recht] of een daaraan gelieerde onderneming op straffe van een dwangsom van € 1.000,-- met een maximum van € 10.000,--. [appellant] is voorts in reconventie in de proceskosten veroordeeld.

3.3.

[appellant] heeft in hoger beroep zeven grieven aangevoerd. [appellant] heeft geconcludeerd tot vernietiging van het beroepen vonnis en tot het alsnog, uitvoerbaar bij voorraad, toewijzen van zijn vorderingen, met veroordeling van [geïntimeerde] in de kosten van beide instanties. Tevens heeft [appellant] terugbetaling gevorderd van de door hem aan [geïntimeerde] betaalde proceskosten ad € 50,--.

3.4.

[geïntimeerde] heeft betwist dat [appellant] een spoedeisend belang heeft nu hij het “spoedeisende” probleem zelf heeft veroorzaakt.

De vraag of een eisende partij in kort geding voldoende spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening, dient beantwoord te worden aan de hand van een afweging van de belangen van partijen, beoordeeld naar de toestand ten tijde van de uitspraak. De gevraagde voorziening houdt in: een schorsing van een concurrentiebeding met ingang van 1 augustus aanstaande, zijnde de datum waarop het nieuwe arbeidscontract ingaat. Uit de aard van het geschil volgt dat [appellant] een spoedeisend belang heeft bij de beoordeling van de vraag of dit beding geschorst kan worden.

Het verweer van [geïntimeerde] wordt dan ook verworpen en het hof komt toe aan een inhoudelijk oordeel.

3.5.

Door middel van grief I betoogt [appellant] dat de kantonrechter de feiten in rechtsoverweging 2.1-2.6 ten onrechte onjuist c.q. onvolledig heeft weergegeven. Hij geeft in zijn toelichting op deze grief aan welke feiten relevant zijn en door de kantonrechter hadden moeten worden meegenomen. Als feitelijk onjuist is opgenomen dat [appellant] een baan als “International Sales Manager” heeft aangenomen; dat had moeten zijn: “Sales Manager Benelux/Germany/N. Africa”.

In haar memorie van antwoord betwist [geïntimeerde] per alinea de door [appellant] in haar grief aangehaalde feiten.

De feiten die door de kantonrechter zijn vastgesteld, betreffen stellingen van partijen die over en weer worden erkend dan wel onvoldoende worden betwist en die relevant zijn voor de beoordeling van het geschil. [appellant] heeft bij dagvaarding in eerste aanleg onder punt 2.11 zelf gesteld dat hem de functie van International Sales Manager is aangeboden. Deze stelling is niet betwist, reden waarom de kantonrechter terecht dit als relevant feit heeft opgenomen. Hoewel het hoger beroep ook is bedoeld om eigen fouten te herstellen, gaat het hier niet om een foute feitenvaststelling maar hooguit om een onvolledige. [appellant] wordt immers wel degelijk sales manager bij [de vennootschap naar Deens recht] en hij gaat die functie internationaal uitvoeren. In het arbeidscontract met [de vennootschap naar Deens recht] is immers opgenomen dat [appellant] de functie van Sales Manager Benelux/Germany/N. Africa...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT