Uitspraak Nº 201407513/1/R6. Raad van State, 2015-07-01

Datum uitspraak: 1 juli 2015
Uitgevende instantie::Raad van State
 
GRATIS UITTREKSEL

201407513/1/R6.

Datum uitspraak: 1 juli 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. de stichting Stichting Stop Luchtverontreiniging Utrecht, gevestigd te Utrecht (hierna: de SSLU),

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Taxon Groep 2 B.V., gevestigd te Ede,

3. [appellant sub 3A] en het Comité van Zijstweg, wonend onderscheidenlijk gevestigd te Utrecht,

4. de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid Hoog Catharijne B.V. en Corio Vastgoed Ontwikkeling B.V., beide gevestigd te Utrecht (hierna: HC en Corio),

5. [appellant sub 5], wonend te Utrecht,

appellanten,

en

1. de raad van de gemeente Utrecht,

2. het college van burgemeester en wethouders van Utrecht,

verweerders.

Procesverloop

Bij besluit van 17 juli 2014, kenmerk 14.040549, heeft de raad het bestemmingsplan "Stationsgebied Megabioscoop, Jaarbeursterrein" vastgesteld.

Bij besluit van 31 juli 2014 heeft het college aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Jaarbeurs Ontwikkeling B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een megabioscoop met horeca (foodcourt) op het Veemarktplein op het adres Jaarbeurs, Kadastrale gemeente Catharijne, sectie D, perceelnummer 84274 te Utrecht.

Bij besluit van dezelfde datum heeft het college tevens een omgevingsvergunning verleend voor een milieuneutrale verandering van de vigerende vergunning van de Jaarbeurs van 9 oktober 2002, inzake het wijzigen van de inrichtingsgrens en het aantal parkeerplaatsen.

Deze vergunningen worden hierna aangeduid als de aanverwante vergunningen.

Tegen deze besluiten hebben de SSLU, [appellant sub 3A] en het Comité Van Zijstweg, HC en Corio en [appellant sub 5] beroep ingesteld. Taxon heeft beroep ingesteld tegen het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan.

De raad en het college hebben een verweerschrift ingediend.

De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening heeft desverzocht een deskundigenbericht uitgebracht.

De SSLU, [appellant sub 3A] en het Comité Van Zijstweg, HC en Corio en [appellant sub 5] hebben hun zienswijze daarop naar voren gebracht.

[partijen], thans hun rechtsopvolger de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Kinepolis Exploitatie B.V. (hierna: [partij]) en Jaarbeurs Ontwikkeling hebben een schriftelijke uiteenzetting ingediend.

[appellant sub 5], HC en Corio, [appellant sub 3A] en het Comité Van Zijstweg, [partij], Jaarbeurs Ontwikkeling en de raad en het college hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 12 mei 2015, waar de SSLU, vertegenwoordigd door drs. C. van Oosten, werkzaam bij Bureau Rechtsbescherming, Taxon, vertegenwoordigd door mr. M.A. Jansen, advocaat te Heerenveen, HC en Corio, vertegenwoordigd door mr. M.Y.C.L. de Wit, advocaat te Rotterdam, [appellant sub 5], en de raad en het college, vertegenwoordigd door T. Brouwer, werkzaam bij Rechtsom Juristen B.V., zijn verschenen. Tevens zijn daar [partij], vertegenwoordigd door mr. M.L. Diepenhorst, advocaat te Amsterdam, [gemachtigden], werkzaam bij [partij], en Jaarbeurs Ontwikkeling, vertegenwoordigd door mr. G. Aarts, advocaat te Amsterdam, als partij gehoord.

Overwegingen

Coördinatie

1. De besluiten van 17 juli 2014 en 31 juli 2014 zijn gecoördineerd voorbereid en bekendgemaakt met toepassing van artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: de Wro). Deze besluiten hebben tegelijkertijd ter inzage gelegen. De beroepen tegen de desbetreffende besluiten dienen ieder binnen het eigen beoordelingskader te worden beoordeeld.

Algemene procedurele aspecten

2. De raad betoogt dat het beroep van [appellant sub 3A] en het Comité Van Zijstweg, voor zover ingesteld door het Comité Van Zijstweg, niet-ontvankelijk is, omdat het Comité Van Zijstweg geen rechtspersoon is en evenmin als vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid is aan te merken.

2.1. Vast staat dat het Comité Van Zijstweg geen bij notariële akte opgerichte rechtspersoon is en niet over statuten beschikt. Derhalve dient te worden bezien of het Comité Van Zijstweg een vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid is, ook wel informele vereniging genoemd, in de zin van artikel 2:26 van het Burgerlijk Wetboek. In dat kader betoogt de raad dat het Comité Van Zijstweg niet aan de cumulatieve vereisten voldoet als gesteld in de uitspraak van 12 maart 2008, zaak nr. 200704378/1, omdat het geen contributie heft. Het Comité Van Zijstweg heeft dat niet weersproken. De Afdeling komt derhalve tot de conclusie dat het Comité Van Zijstweg geen vereniging met beperkte rechtsbevoegdheid is.

2.2. De conclusie is dat het Comité Van Zijstweg geen belanghebbende is bij de bestreden besluiten als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) en dat zij daartegen ingevolge artikel 8.1 van de Awb, in samenhang gelezen met artikel 8:6 van de Awb en artikel 2 van bijlage 2 bij de Awb, geen beroep kan instellen. Het beroep van [appellant sub 3A] en het Comité Van Zijstweg, voor zover ingesteld door het Comité Van Zijstweg, is niet-ontvankelijk.

2.3. In het hierna volgende wordt het beroep van [appellant sub 3A] en het Comité Van Zijstweg aangeduid als het beroep van [appellant sub 3A].

3. HC en Corio betogen dat zij ten onrechte niet eerder beschikking hadden over het stuk "Jaarbeurs Holding, Parkeren Megabioscoop, Berekening parkeerbehoefte" van 28 oktober 2014 van Goudappel Coffeng (hierna: het Parkeerrapport van Goudappel Coffeng) dan na ontvangst van het deskundigenbericht op 12 maart 2015. Tevens betogen zij dat in de bijlagen bij het deskundigenbericht ten onrechte stukken zijn opgenomen die nog geen onderdeel waren van het procesdossier. Zij doelen op bijlage 1E-5 bij het deskundigenbericht, waarin het stuk "Erfpachtovereenkomst Megabioscoop tussen gemeente Utrecht en Jaarbeurs Vastgoed B.V. definitieve versie d.d. 14-7-2014" en een addendum op de notitie "Beyond a refreshing breeze, Megabioscoop Utrecht, onderzoek luchtkwaliteit in het kader van het wijzigen van het bestemmingsplan en het verlenen van de omgevingsvergunning" van 10 juli 2014 door CSO (hierna: het Luchtkwaliteitsonderzoek van CSO) (hierna: het addendum op het Luchtkwaliteitsonderzoek van CSO) zijn opgenomen.

De Afdeling overweegt dat het Parkeerrapport van Goudappel Coffeng als bijlage bij een ander stuk op 30 oktober 2014 door Jaarbeurs Ontwikkeling is ingediend mede ten behoeve van de beroepsprocedure. Op 31 oktober 2014 is het Parkeerrapport van Goudappel Coffeng naar partijen, waaronder HC en Corio, verzonden. Voorts overweegt de Afdeling dat, ook indien HC en Corio het Parkeerrapport van Goudappel Coffeng niet zouden hebben ontvangen, zij dit stuk bij het deskundigenbericht op 12 maart 2015 hebben ontvangen. Niet is gebleken dat het vanaf die datum niet meer mogelijk is geweest om haar deskundige het Parkeerrapport van Goudappel Coffeng te laten beoordelen.

Wat betreft de stukken die in bijlage 1E-5 zijn opgenomen overweegt de Afdeling dat de door haar aangewezen deskundige niet gehouden is zich voor de beantwoording van de onderzoeksopdracht uitsluitend te baseren op de in het dossier aanwezige stukken. De enkele omstandigheid dat in de bijlagen bij het deskundigenbericht stukken aanwezig zijn die geen deel zouden uitmaken van het procesdossier betekent niet dat de deskundige buiten de onderzoeksopdracht is getreden. Daarbij komt dat de stukken in bijlage 1E-5 deel uitmaken van het vaststellingsrapport dat bij het vaststellingsbesluit hoort. HC en Corio hebben de stukken in bijlage 1E-5 op 12 maart 2015 ontvangen. Niet is gebleken dat het vanaf die datum niet meer mogelijk is geweest om adequaat op deze stukken te reageren.

De Afdeling ziet in hetgeen HC en Corio hebben aangevoerd geen aanleiding voor het oordeel dat zij in hun procespositie zijn geschaad.

Het betoog faalt.

4. Eerst in haar reactie op het deskundigenbericht van 12 maart 2015, derhalve na afloop van de termijn voor het instellen van beroep, betoogt de SSLU dat in onvoldoende parkeerplaatsen wordt voorzien en dat de parkeernorm uit de nota "Stallen en Parkeren" van 28 maart 2013 (hierna: de Nota Stallen en Parkeren) niet kan worden gehanteerd. Tevens betoogt de SSLU eerst in dat stuk dat de bioscoop niet rendabel geëxploiteerd kan worden.

Op het bestemmingsplan en de aanverwante vergunningen is de Crisis- en herstelwet (hierna: Chw) van toepassing. Ingevolge artikel 1.6a van de Chw kunnen na afloop van de termijn voor het instellen van beroep geen beroepsgronden meer worden aangevoerd.

Deze beroepsgronden van de SSLU dienen gelet op artikel 1.6a van de Chw buiten beschouwing te worden gelaten.

Het bestemmingsplan

Toetsingskader

5. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan heeft de raad beleidsvrijheid om bestemmingen aan te wijzen en regels te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De Afdeling toetst deze beslissing terughoudend. Dit betekent dat de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden beoordeelt of aanleiding bestaat voor het oordeel dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Voorts beoordeelt de Afdeling aan de hand van de beroepsgronden of het bestreden besluit anderszins is voorbereid of genomen in strijd met het recht.

Procedurele aspecten ten aanzien van het bestemmingsplan

6. [appellant sub 5] betoogt dat de raad in strijd met artikel 3:46 van de Awb niet is ingegaan op zijn zienswijze dat onduidelijk is wat de huidige luchtkwaliteit is op de Van Zijstweg. HC en Corio betogen dat de raad in strijd met artikel 3:46 van de Awb niet is ingegaan op hun zienswijze omtrent de fasering.

De Afdeling...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT