Uitspraak Nº 201409043/1/R6. Raad van State, 2015-09-16

Court
Docket Number201409043/1/R6
ECLIECLI:NL:RVS:2015:2938

201409043/1/R6.

Datum uitspraak: 16 september 2015

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak, onderscheidenlijk tussenuitspraak met toepassing van artikel 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb), in het geding tussen:

1. [appellant sub 1A] en [appellante sub 1B], beiden wonend te [woonplaats] (hierna tezamen in enkelvoud: [appellant sub 1]),

2. de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid Interbest B.V., gevestigd in Breda en IKEA Beheer B.V., gevestigd te Amsterdam,

3. [appellant sub 3A] en [appellant sub 3B], beiden wonend te [woonplaats],

4. [appellant sub 4A] en [appellant sub 4B], beiden wonend te [woonplaats],

5. [appellant sub 5A] en [appellant sub 5B], beiden wonend te [woonplaats] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 5]),

6. de vereniging Algemene Groninger Studenten Roeivereniging Gyas (hierna: Gyas), gevestigd te Groningen,

7. [appellant sub 7] en anderen, allen wonend te [woonplaats],

8. [appellant sub 8], wonend te [woonplaats],

9. de stichting Stichting Gereformeerde Scholengroep (hierna: het Gomarus College), gevestigd te Groningen,

10. de vereniging Vereniging van Eigenaren Vondellaan 186-312 (hierna: VvE Vondellaan 186-312), gevestigd te Groningen,

11. [appellant sub 11], wonend te [woonplaats],

12. de stichting Stichting Leefomgeving Zuidelijke Ringweg Groningen, gevestigd te Groningen, en anderen,

13. [appellant sub 13], wonend te [woonplaats],

14. [appellant sub 14], wonend te [woonplaats],

15. [appellant sub 15], wonend te [woonplaats],

appellanten,

en

de minister van Infrastructuur en Milieu,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 29 september 2014 heeft de minister het tracébesluit "Zuidelijke Ringweg Groningen fase 2" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1], Interbest en IKEA Beheer, [appellant sub 3A] en [appellant sub 3B], [appellant sub 4A] en [appellant sub 4B], [appellant sub 5], Gyas, [appellant sub 7] en anderen, [appellant sub 8], het Gomarus College, VvE Vondellaan 186-312, [appellant sub 11], Stichting Leefomgeving Zuidelijke Ringweg en anderen, [appellant sub 13], [appellant sub 14] en [appellant sub 15] beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening heeft desverzocht een deskundigenbericht uitgebracht.

Interbest en IKEA Beheer, [appellant sub 3A] en [appellant sub 3B], [appellant sub 7] en anderen, het Gomarus College, Stichting Leefomgeving Zuidelijke Ringweg en anderen, [appellant sub 13] en de minister hebben hun zienswijze daarop naar voren gebracht.

Interbest en IKEA Beheer, Stichting Leefomgeving Zuidelijke Ringweg en anderen en de minister hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 18 mei 2015, waar [appellant sub 1], bijgestaan door mr. J.A. Wols, Interbest en IKEA Beheer, vertegenwoordigd door [gemachtigde] en bijgestaan door mr. P.H. Revermann, [appellant sub 3A] en [appellant sub 3B], bijgestaan door [gemachtigde] en mr. J. Veltman, advocaat te Amersfoort, [appellant sub 4A] en [appellant sub 4B], vertegenwoordigd door mr. A. Vinkenborg, [appellant sub 5], vertegenwoordigd door mr. A. Vinkenborg, Gyas, vertegenwoordigd door [gemachtigde], [appellant sub 7] en anderen, het Gomarus College, vertegenwoordigd door [gemachtigde], VvE Vondellaan 186-312, vertegenwoordigd door mr. J.A. Wols, Stichting Leefomgeving Zuidelijke Ringweg en anderen, vertegenwoordigd door [gemachtigde] en bijgestaan door [persoon A], [persoon B], [persoon C], [persoon D] en mr. P.M.J. de Goede, advocaat te Groningen, [appellant sub 13], [appellant sub 14], [appellant sub 15] en de minister, vertegenwoordigd door mr. H.A.J. Gierveld, ir. J. Kalfsbeek, ing. D. van der Gugten, F.H. van der Veer, J.J.F. Hoogenboom en ing. T.A. Oenema, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 8:51d van de Awb, voor zover hier van belang, kan de Afdeling het bestuursorgaan opdragen een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen.

2. Het tracébesluit voorziet in aanpassingen van het bestaande tracé van de Zuidelijke Ringweg Groningen. Bij het Julianaplein worden de verkeerslichten vervangen door fly-overs, waardoor een ongelijkvloers knooppunt ontstaat. Ook het Vrijheidsplein wordt geheel ongelijkvloers. Een deel van de Zuidelijke Ringweg wordt verdiept aangelegd. Over het verdiepte deel komen ‘deksels’, waarop een nieuw groen gebied wordt aangelegd: het Zuiderplantsoen. Daarnaast worden aansluitingen op lokale wegen aangepast en fietspaden verlegd. Het doel van het tracébesluit is het verbeteren van de bereikbaarheid, het bevorderen van de verkeersveiligheid en het verminderen van de negatieve impact van de Zuidelijke Ringweg op de ruimtelijke kwaliteit.

2.1. De Afdeling zal aan de hand van de beroepsgronden achtereenvolgens de volgende onderwerpen behandelen. Allereerst zal er op de ontvankelijkheid van enkele appellanten worden ingegaan, vervolgens zullen enkele formele en procedurele aspecten behandeld worden. Achtereenvolgens zal de Afdeling daarna ingaan op het milieueffectrapport, nut en noodzaak, verkeer en verkeersveiligheid, bereikbaarheid en parkeergelegenheid, geluid, luchtkwaliteit, gezondheid en de flexibiliteitsbepaling in het tracébesluit. Vervolgens zullen de betogen van Gyas, Interbest en Ikea en de betogen ten aanzien van de voetgangersbrug bij de Papiermolenlaan worden behandeld. Daarna komen de betogen met betrekking tot de uitvoering, de waardedaling van woningen, de landschappelijke inpassing, water, natuur en ten slotte de uitvoerbaarheid aan bod.

Ontvankelijkheid

3. Ingevolge artikel 8:1 van de Awb, in samenhang gelezen met artikel 8:6 van de Awb en artikel 2 van bijlage 2, bij de Awb, kan door een belanghebbende bij de Afdeling beroep worden ingesteld tegen een besluit omtrent vaststelling van een tracébesluit.

Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

3.1. [appellant sub 4A] en [appellant sub 4B] wonen aan de [locatie 1], te [plaats]. Dit perceel ligt 1.100 m ten zuiden van het tracé. [appellant sub 8] woont aan de [locatie 2] op de hoek van de Helper Brink op 750 m ten zuiden van het tracé. Het gebied tussen het tracégebied en de woningen van [appellant sub 4A] en [appellant sub 4B] en [appellant sub 8] bevat stedelijke bebouwing. Door de afstand en de tussenliggende stedelijke bebouwing is er geen zicht op het tracégebied en is er geen geluidbelasting vanaf het tracé te vrezen. De wegen waaraan de woningen zijn gelegen, zijn bovendien geen ontsluitingswegen van het tracé.

3.2. Mede gelet op de aard en omvang van de ruimtelijke ontwikkelingen die met het tracébesluit mogelijk worden gemaakt, zijn deze afstanden naar het oordeel van de Afdeling te groot om een rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken belang te kunnen aannemen.

Voorts hebben [appellant sub 4A] en [appellant sub 4B] en [appellant sub 8] geen feiten of omstandigheden aangevoerd in verband waarmee zou moeten worden geoordeeld dat ondanks deze afstanden een objectief en persoonlijk belang van hen rechtstreeks door het besluit zou worden geraakt.

De conclusie is dat [appellant sub 4A] en [appellant sub 4B] en [appellant sub 8] geen belanghebbende zijn bij het bestreden besluit als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb en dat zij daartegen ingevolge artikel 8:1 van de Awb, in samenhang gelezen met artikel 8:6 van de Awb en artikel 2 van bijlage 2 bij de Awb, geen beroep kunnen instellen. De beroepen van [appellant sub 4A] en [appellant sub 4B] en [appellant sub 8] zijn niet-ontvankelijk.

4. [appellant sub 11] verblijft enkele maanden per jaar aan de [locatie 3] bij zijn partner die eigenaar is van de woning. [appellant sub 11] heeft niet namens zijn partner beroep ingesteld. Gelet daarop heeft [appellant sub 11] onvoldoende persoonlijk belang. [appellant sub 11] heeft geen feiten en omstandigheden aangevoerd in verband waarmee zou moeten worden geoordeeld dat desondanks een objectief en persoonlijk belang van hem rechtstreeks door het besluit zou worden geraakt.

De conclusie is dat [appellant sub 11] geen belanghebbende is bij het bestreden besluit als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb en dat hij daartegen ingevolge artikel 8:1 van de Awb, in samenhang gelezen met artikel 8:6 van de Awb en artikel 2 van bijlage 2 bij de Awb, geen beroep kan instellen. Het beroep van [appellant sub 11] is niet-ontvankelijk.

5. Het beroep van Stichting Leefomgeving Zuidelijke Ringweg en anderen, is onder andere ingesteld door Stichting Leefomgeving Zuidelijke Ringweg en het Parcival College. Stichting Leefomgeving Zuidelijke Ringweg en het Parcival College zijn ontvankelijk in hun beroep. Het beroep wordt derhalve inhoudelijk behandeld. De Afdeling ziet uit het oogpunt van proceseconomie aanleiding in dit geval af te zien van de beoordeling van de ontvankelijkheid van de vereniging wijkcomité Helpman en de 25 natuurlijke personen door wie het beroep mede is ingesteld. Daarbij is van belang dat de beoordeling van de ontvankelijkheid een diepgaand onderzoek zou vergen waarbij geen belang bestaat gelet op het feit dat de beroepsgronden inhoudelijk behandeld worden vanwege de ontvankelijkheid van Stichting Leefomgeving Zuidelijke Ringweg Groningen en het Parcival College.

6. [appellant sub 15] betoogt dat hij belanghebbende is omdat hij als deskundige betrokken is bij het behoud van historische waterwegen zoals het Oude Winschoterdiep. [appellant sub 15] heeft daarnaast geen feiten of omstandigheden aangevoerd in verband waarmee zou moeten worden geoordeeld dat een objectief en persoonlijk belang van hem rechtstreeks door het besluit zou worden geraakt. Een louter gevoel van betrokkenheid bij een besluit vanwege zijn deskundigheid, hoe sterk dat gevoel ook is, is daarvoor niet voldoende.

De...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT
11 temas prácticos
  • Uitspraak Nº 201906841/1/R1. Raad van State, 2020-11-11
    • Nederland
    • 11 november 2020
    ...(Windpark De Drentse Monden en Oostermoer), 23 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3992 (Leerdam) en 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2938 (Zuidelijke Ringweg 10.57. Zo kan een Vereniging van Eigenaren zich beroepen op de schending van de normen van de Wnb over gebiedsbescherming, indien het......
  • Uitspraak Nº 201900677/1/R3. Raad van State, 2020-12-30
    • Nederland
    • 30 december 2020
    ...indien de volledige toepassing van de richtlijn niet daadwerkelijk is verzekerd. Zie onder meer de uitspraak van 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2938. De m.e.r.-richtlijn is in het nationale recht geïmplementeerd door de regelgeving over de m.e.r.-plicht, die nu wordt aangeduid met de b......
  • Uitspraak Nº 201800650/1/R3. Raad van State, 2019-05-15
    • Nederland
    • 15 mei 2019
    ...Verdrag van Aarhus - voor zover hier relevant - stelt. De Afdeling wijst ter vergelijking op haar uitspraken van 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2938, en 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616. Strijd met Richtlijn 2003/35/EG kan er om deze reden in dit geval ook niet Het Unierechtelijk......
  • Uitspraak Nº 201608248/1/R6. Raad van State, 2018-07-11
    • Nederland
    • 11 juli 2018
    ...conclusies zijn getrokken ten aanzien van de sterfte van vogels. Zij wijzen op de uitspraak van de Afdeling van 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2938. Voor zover gegevens wel te herleiden zijn, bieden deze volgens IJsselmeervereniging en andere onvoldoende zekerheid dat belangrijke negat......
  • Vraag een proefperiode aan om aanvullende resultaten te zien
11 sentencias
  • Uitspraak Nº 201906841/1/R1. Raad van State, 2020-11-11
    • Nederland
    • 11 november 2020
    ...(Windpark De Drentse Monden en Oostermoer), 23 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3992 (Leerdam) en 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2938 (Zuidelijke Ringweg 10.57. Zo kan een Vereniging van Eigenaren zich beroepen op de schending van de normen van de Wnb over gebiedsbescherming, indien het......
  • Uitspraak Nº 201900677/1/R3. Raad van State, 2020-12-30
    • Nederland
    • 30 december 2020
    ...indien de volledige toepassing van de richtlijn niet daadwerkelijk is verzekerd. Zie onder meer de uitspraak van 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2938. De m.e.r.-richtlijn is in het nationale recht geïmplementeerd door de regelgeving over de m.e.r.-plicht, die nu wordt aangeduid met de b......
  • Uitspraak Nº 201800650/1/R3. Raad van State, 2019-05-15
    • Nederland
    • 15 mei 2019
    ...Verdrag van Aarhus - voor zover hier relevant - stelt. De Afdeling wijst ter vergelijking op haar uitspraken van 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2938, en 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616. Strijd met Richtlijn 2003/35/EG kan er om deze reden in dit geval ook niet Het Unierechtelijk......
  • Uitspraak Nº 201608248/1/R6. Raad van State, 2018-07-11
    • Nederland
    • 11 juli 2018
    ...conclusies zijn getrokken ten aanzien van de sterfte van vogels. Zij wijzen op de uitspraak van de Afdeling van 16 september 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2938. Voor zover gegevens wel te herleiden zijn, bieden deze volgens IJsselmeervereniging en andere onvoldoende zekerheid dat belangrijke negat......
  • Vraag een proefperiode aan om aanvullende resultaten te zien