Uitspraak Nº 201605870/1/R1. Raad van State, 2017-07-05

Datum uitspraak: 5 juli 2017
Uitgevende instantie::Raad van State
 
GRATIS UITTREKSEL

201605870/1/R1.

Datum uitspraak: 5 juli 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1.    Sauna Oase B.V. gevestigd te Nederasselt, gemeente Heumen, en anderen (hierna: Sauna Oase en anderen)

2.    Vereniging Gelderse Natuur en Milieufederatie, gevestigd te Arnhem, en IVN, Vereniging voor Natuur- en Milieueducatie, afdeling Rijk van Nijmegen, gevestigd te Nijmegen (hierna: GNMF en IVN Rijk)

appellanten,

en

de raad van de gemeente Wijchen,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 30 juni 2016 heeft de raad het bestemmingsplan "Thermen Berendonck" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben Sauna Oase en anderen en GNMF en IVN Rijk beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

Thermen Berendonck B.V. heeft een nadere uiteenzetting gegeven.

Sauna Oase en anderen, GNMF en IVN Rijk, de raad en Thermen Berendonck B.V. hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 9 mei 2017, waar Sauna Oase en anderen, vertegenwoordigd door E. van Ingen Schenau, mr. D.H. Nas en mr. C.F. Geerdes, beiden advocaat te Nijmegen, GNMF en IVN Rijk, vertegenwoordigd door drs. T. Hooft en voormelde mr. Nas en mr. Geerdes, en de raad, vertegenwoordigd door mr. Y. Sieuwerts en mr. R. Benhadi, advocaat te Nijmegen, zijn verschenen. Voorts zijn ter zitting Leisurelands B.V., vertegenwoordigd door ir. A.A.A. van der Linden, en Thermen Berendonck B.V., vertegenwoordigd door F.J. Dolman, voormelde mr. Benhadi en mr. A. de Waard, advocaat te Nijmegen, gehoord.

Overwegingen

Inleiding

1.    Het plan maakt dagrecreatieve voorzieningen gericht op wellness in het recreatiegebied de Berendonck, gelegen tussen Wijchen en Nijmegen, mogelijk en strekt tot herstel van de gebreken in het bij besluit van 13 maart 2014 door de raad vastgestelde bestemmingsplan "Thermen Berendonck", dat bij uitspraak van de Afdeling van 20 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1585, is vernietigd. Onder meer is in die uitspraak geoordeeld dat de raad zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat met dat plan wordt voorzien in een actuele regionale behoefte, zodat het in strijd met artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) is vastgesteld.

    Sauna Oase en anderen en GNMF en IVN Rijk kunnen zich niet met het thans voorliggende plan verenigen. Zij stellen zich op het standpunt dat ook dit plan in strijd is met artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro.

2.    Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

Beroep Sauna Oase en anderen

3.    Sauna Oase en anderen betogen dat ten aanzien van hun beroepsgrond dat het plan zich niet met de ladder voor duurzame verstedelijking verdraagt het relativiteitsvereiste niet aan hen kan worden tegengeworpen, zoals de Afdeling in de uitspraak van 20 mei 2015 heeft gedaan. In dit verband voeren zij aan dat de in die uitspraak neergelegde koerswijziging op het punt van het relativiteitsvereiste voor hen als een verrassing is gekomen en dat zij voorafgaande aan de uitspraak van 20 mei 2015 daarover niet zijn gehoord en ook niet in de gelegenheid zijn gesteld om hun visie te geven over de vraag of het bedrijfsgebouw waarvan Sanadome Real Estate B.V. eigenaar is, dermate bijzondere bouwkundige dan wel locatiespecifieke eigenschappen heeft dat andersoortig gebruik dan het gebruik van het gebouw als wellnesscentrum - al dan niet door transformatie - niet of slechts onder zeer bezwarende omstandigheden tot de mogelijkheden behoort. Zij betogen voorts dat wellnesscentra schoolvoorbeelden zijn van objecten waarvoor vorenbedoelde mogelijkheden ontbreken.

3.1.    De raad stelt dat, zoals reeds in de uitspraak van 20 mei 2015 is overwogen, de in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro opgenomen norm niet strekt ter bescherming van de belangen van Sauna Oase B.V. en anderen, zodat het in artikel 8:69a van de Awb opgenomen relativiteitsvereiste in zoverre aan de vernietiging van het plan in de weg staat. In dit verband stelt de raad zich op het standpunt dat, in geval er leegstand zou optreden als gevolg van de realisatie van Thermen Berendonck, niet aannemelijk is gemaakt dat de bedrijfsbebouwing voor een wellnesscomplex, meer specifiek de bedrijfsbebouwing voor het Sanadome, dermate bijzondere bouwkundige dan wel locatiespecifieke eigenschappen heeft, dat andersoortig gebruik dan het gebruik van die bebouwing als wellnesscomplex - al dan niet door transformatie - niet of slechts onder zeer bezwarende omstandigheden tot de mogelijkheden behoort. De raad wijst op de mogelijkheid om ter plaatse van het Sanadome een zorghotel met bijbehorende faciliteiten, een afkickcentrum/behandelkliniek, een verzorgingshuis of een revalidatiecentrum te exploiteren. Dat het terrein is ingericht als kuuroord en in dat kader over een aantal specifieke objecten beschikt, bijvoorbeeld baden en whirlpools, staat daaraan niet in de weg, aldus de raad.

3.2.    Artikel 8:69a van de Awb luidt:

"De bestuursrechter vernietigt een besluit niet op de grond dat het in strijd is met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of een algemeen rechtsbeginsel, indien deze regel of dit beginsel kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich daarop beroept."

3.3.    Blijkens de geschiedenis van de totstandkoming van de Wet aanpassing bestuursprocesrecht (Kamerstukken II, 2009/10, 32 450, nr. 3, blz. 18-20) heeft de wetgever met artikel 8:69a van de Awb de eis willen stellen dat er een verband moet bestaan tussen een beroepsgrond en het belang waarin de appellant door het bestreden besluit dreigt te worden geschaad. De bestuursrechter mag een besluit niet vernietigen wegens schending van een rechtsregel die kennelijk niet strekt tot bescherming van het belang van de appellant.

3.4.    Zoals in de uitspraak van 20 mei 2015 is overwogen, kan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro onder omstandigheden strekken tot bescherming van de belangen van een concurrent en dienen als de desbetreffende concurrent stelt dat het besluit in strijd is met artikel...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT