Uitspraak Nº 201607516/2/A2. Raad van State, 2019-06-26

CourtCouncil of State (Netherlands)
ECLIECLI:NL:RVS:2019:1992
Docket Number201607516/2/A2
Date26 a 2019

201607516/2/A2.

Datum uitspraak: 26 juni 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

WTZ-Vastgoed PBG B.V., thans WTZi-Vastgoed PG B.V. (hierna: PG), gevestigd te Den Haag,

appellante,

en

het college van burgemeester en wethouders van Lansingerland,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 1 oktober 2013 heeft het college een aanvraag van PG om een tegemoetkoming in planschade afgewezen.

Bij uitspraak van 31 juli 2014 heeft de rechtbank Rotterdam het door PG daartegen rechtstreeks ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 12 augustus 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:2567) heeft de Afdeling het door PG daartegen ingestelde hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 1 oktober 2013 vernietigd en bepaald dat tegen het te nemen nieuwe besluit slechts bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld.

Bij besluit van 27 september 2016 heeft het college de aanvraag van PG om een tegemoetkoming in planschade opnieuw afgewezen.

Tegen dit besluit heeft PG beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

PG heeft een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 16 januari 2018, waar PG, vertegenwoordigd door mr. M.H. Fleers, advocaat te Den Haag en [gemachtigden], en het college, vertegenwoordigd door mr. T.E.P.A. Lam, advocaat te Nijmegen, en mr. L. Voogelaar-van der Lely, zijn verschenen. Voorts is M.J.E. Höppener, werkzaam bij Antea Group, aan de zijde van PG als deskundige gehoord.

Bij tussenuitspraak van 21 maart 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:930) heeft de Afdeling bepaald dat het onderzoek wordt heropend, dat de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (hierna: de StAB) als deskundige wordt benoemd voor het instellen van een onderzoek met inachtneming van de tussenuitspraak, dat de behandeling van het hoger beroep wordt geschorst in afwachting van het verslag van de StAB en de reacties van PG en het college op dat verslag en dat elke verdere beslissing wordt aangehouden. Deze tussenuitspraak is aangehecht.

De StAB heeft bij brief van 20 juli 2018 verslag van het onderzoek uitgebracht. Partijen hebben gebruik gemaakt van de gelegenheid om op dat verslag te reageren.

Het college heeft een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft de zaak opnieuw ter zitting behandeld op 19 maart 2019, waar PG, vertegenwoordigd door mr. M.H. Fleers, advocaat te Den Haag, en [gemachtigde], en het college, vertegenwoordigd door mr. T.E.P.A. Lam, advocaat te Nijmegen, en mr. K. Verhoeff, zijn verschenen.

Overwegingen

voorgeschiedenis

1. PG heeft op 29 augustus 2008 de eigendom van het perceel aan de Bergweg-Zuid 90 te Bergschenhoek (hierna: het perceel) verworven. Op 5 juli 2012 heeft de gemeenteraad van Lansingerland, ter uitvoering van het door de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer op grond van artikel 26 van de Luchtvaartwet genomen Aanwijzingsbesluit luchtvaartterrein Rotterdam Airport van 5 oktober 2010 (hierna: het Aanwijzingsbesluit), het bestemmingsplan Geluidszones Rotterdam The Hague Airport (hierna: het nieuwe bestemmingsplan) vastgesteld, waardoor het perceel vrijwel geheel binnen de geluidcontour van 35 Kosteneenheden is komen te liggen. In artikel 2, eerste en tweede lid, van het nieuwe bestemmingsplan is bepaald dat het oprichten van geluidgevoelige gebouwen of objecten op binnen die geluidcontour gelegen gronden niet is toegestaan.

2. Bij brief van 26 februari 2013, bij de gemeente binnengekomen op 28 februari 2013, heeft PG het college verzocht om een tegemoetkoming in planschade, bestaande uit waardevermindering van het perceel en inkomensderving, die zij heeft geleden door de inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan op 30 augustus 2012 (hierna: de peildatum) omdat de mogelijkheid om een zorginstelling op het perceel te realiseren is komen te vervallen.

bestreden besluit

3. Het college heeft aan het besluit van 27 september 2016 een advies van de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken (hierna: de SAOZ) van 15 september 2016 ten grondslag gelegd. In dat advies is, onder verwijzing naar een taxatierapport van 29 maart 2016, uiteengezet dat de waarde van het perceel op de peildatum van € 2.137.500,00 naar € 237.500,00 is gedaald. Vervolgens is onder verwijzing naar adviezen van Hekkelman Advocaten N.V. uiteengezet dat de door PG geleden schade ter hoogte van € 1.900.000,00 wegens actieve risicoaanvaarding voor haar rekening dient te worden gelaten omdat de schade ten tijde van de aankoop van het perceel op grond van de planologische kernbeslissing over het Structuurschema Burgerluchtvaartterreinen van 22 december 1988 en de voorbereidingsbesluiten Bergweg-Zuid e.o. van 28 juni 2007 en 26 juni 2008 voorzienbaar was.

tussenuitspraak

4. In de tussenuitspraak van 21 maart 2018 is geoordeeld dat de door PG geleden schade ten tijde van de aankoop van het perceel niet voorzienbaar was. Voorts is overwogen dat uit het door PG overgelegde rapport van Antea Group van 31 januari 2017 blijkt van concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid en volledigheid van de taxatie van de SAOZ. Volgens de Afdeling mocht het college dit onderdeel van het advies van 15 september 2016 daarom niet zonder meer aan de besluitvorming ten grondslag leggen.

tussenconclusie

5. Uit de tussenuitspraak van 21 maart 2018 volgt dat het beroep gegrond is. De Afdeling zal het door PG tegen het besluit van 27 september 2016 ingestelde beroep gegrond verklaren en dat besluit wegens strijd met de artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) vernietigen.

verslag van de StAB

6. Met het oog op een spoedige en definitieve beslechting van het geschil heeft de Afdeling de StAB verzocht onder haar verantwoordelijkheid door een onafhankelijke taxateur de schade, bestaande uit de waardevermindering van het perceel die het nieuwe bestemmingsplan heeft veroorzaakt, te laten vaststellen, waarbij de door Antea Group bij de taxatie van de SAOZ geplaatste kanttekeningen in aanmerking dienen te worden genomen. De Afdeling heeft de StAB voorts verzocht haar te adviseren tot welke tegemoetkoming in planschade dient te worden gekomen.

7. In het verslag van 20 juli 2018 heeft de StAB, samengevat weergegeven, het volgende vermeld.

PG heeft laten weten dat het perceel volgens het kadaster een oppervlakte van 78.834 m² heeft. Onder het oude planologische regime was het toegestaan op 11.755 m² bebouwing voor een zorginstelling op te richten. Onder het nieuwe planologische regime is dat nog slechts op een in de zuidoostelijke hoek van het perceel gelegen deel van 1.800 m² toegestaan. Dat deel is niet binnen de geluidcontour van 35 Kosteneenheden komen te liggen.

Op de peildatum was het perceel geheel onbebouwd. Bij het bepalen van de waarde wordt uitgegaan van de grondprijzen. Op de peildatum had het perceel onder het oude planologische regime een waarde van € 3.320.000,00 en onder het nieuwe planologische regime een waarde van € 850.000,00. Dat betekent dat de planologische verandering tot een waardevermindering van € 2.470.000,00 heeft geleid.

De vergroting van geluidcontouren ten behoeve van de groeimogelijkheden van een bestaande regionale luchthaven is op zichzelf een normale maatschappelijke ontwikkeling. Dat bij de beslissing om geluidcontouren te verruimen altijd een afweging wordt gemaakt tussen de voordelen van de groei van het luchtverkeer op die luchthaven en de nadelen die deze groei voor de omgeving met zich kan brengen, doet daar niets aan af. De verruiming van de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT
1 temas prácticos
  • Uitspraak Nº C/09/548006 / HA ZA 18-179. Rechtbank Den Haag, 2022-05-04
    • Nederland
    • Rechtbank Den Haag (Neederland)
    • May 4, 2022
    ...van derden). 7 ABRvS 3 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2402; ABRvS 23 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2253; ABRvS 26 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1992. 8 Zie o.a. ABRvS 3 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2402 (overzichtsuitspraak). 9 ABRvS 4 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:672 10 type: 2968 ...
1 sentencias
  • Uitspraak Nº C/09/548006 / HA ZA 18-179. Rechtbank Den Haag, 2022-05-04
    • Nederland
    • Rechtbank Den Haag (Neederland)
    • May 4, 2022
    ...van derden). 7 ABRvS 3 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2402; ABRvS 23 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2253; ABRvS 26 juni 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1992. 8 Zie o.a. ABRvS 3 november 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2402 (overzichtsuitspraak). 9 ABRvS 4 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:672 10 type: 2968 ...

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT