Uitspraak Nº 201607902/1/V2. Raad van State, 2017-02-01

Datum uitspraak: 1 februari 2017
Uitgevende instantie::Raad van State
 
GRATIS UITTREKSEL

201607902/1/V2.

Datum uitspraak: 1 februari 2017

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Middelburg, van 7 oktober 2016 in zaak nr. 16/19853 in het geding tussen:

[de vreemdeling]

en

de staatssecretaris.

Procesverloop

Bij besluit van 29 augustus 2016 heeft de staatssecretaris, voor zover thans van belang, een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Dit besluit is aangehecht.

Bij uitspraak van 7 oktober 2016 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, de aanvraag van de vreemdeling afgewezen en bepaald dat haar uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Het hogerberoepschrift is aangehecht.

De vreemdeling heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De staatssecretaris en de vreemdeling hebben, na daartoe in de gelegenheid te zijn gesteld, nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak gelijktijdig met zaak, ECLI:NL:RVS:2017:210, ter zitting behandeld op 16 december 2016. De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. R.E.J.M. van den Toorn, advocaat te Made, en de staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. M.M. van Asperen, advocaat te Den Haag, en mr. R.A. Visser zijn verschenen.

Vervolgens is het onderzoek gesloten.

Overwegingen

Inleiding

1. De vreemdeling heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij vreest voor eerwraak, omdat hij een relatie heeft gehad met een buurmeisje en dat hij problemen heeft ondervonden in Marokko, omdat hij Berber is. De staatssecretaris heeft deze aanvraag met toepassing van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: de Vw 2000) als kennelijk ongegrond afgewezen. Hij heeft daaraan ten grondslag gelegd dat de vreemdeling afkomstig is uit een veilig land van herkomst en niet aannemelijk heeft gemaakt dat Marokko voor hem niet veilig is. De rechtbank heeft de aanwijzing van Marokko als veilig land van herkomst onverbindend verklaard en het door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard.

2. Bij regeling van 10 februari 2016, nummer 732095, houdende wijziging van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 (hierna: het VV 2000; Stcrt. 2016, 8083) heeft de staatssecretaris Marokko aangewezen als veilig land van herkomst. In de toelichting op die regeling staat dat Marokko wordt aangewezen als veilig land van herkomst, maar niet voor lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transgenders (hierna: LHBT's). In deze uitspraak en een andere uitspraak van de Afdeling van vandaag, ECLI:NL:RVS:2017:210, beoordeelt de Afdeling de aanwijzing van Marokko als veilig land van herkomst.

De uitspraken hebben daarom ook betekenis voor andere vreemdelingen uit Marokko van wie de staatssecretaris de asielaanvraag met toepassing van artikel 30b, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000 als kennelijk ongegrond heeft afgewezen. In deze uitspraak gaat de Afdeling, gelet op de grieven, in het bijzonder in op de informatiebronnen, die de staatssecretaris moet betrekken bij zijn beoordeling of een land een veilig land van herkomst is. Wat de Afdeling overweegt over het onderzoek van de staatssecretaris en de gebruikte informatiebronnen is ook van belang voor vreemdelingen uit andere landen dan Marokko die zijn aangewezen als veilig land van herkomst.

3. Het wettelijk kader is opgenomen in bijlage 1. Bijlage 2 bevat een overzicht van de stukken die door de vreemdelingen in deze zaak en de gelijktijdig ter zitting behandelde zaak zijn overgelegd. Om de hiervoor onder 2. genoemde redenen over de betekenis van deze uitspraak ziet de Afdeling ook aanleiding de in hoger beroep door partijen overgelegde nadere stukken te betrekken bij de beoordeling van de grieven. De bijlagen maken deel uit van deze uitspraak.

Uitzondering voor LHBT's

4. Bij uitspraak van vandaag, ECLI:NL:RVS:2017:210, heeft de Afdeling een oordeel gegeven over de vraag of het mogelijk is om een land als veilig land van herkomst aan te wijzen met een uitzondering voor één of meer groepen, zoals LHBT's uit Marokko.

Grieven over de aanwijzing van Marokko als veilig land van herkomst

5. De staatssecretaris klaagt in de grieven, in hun onderlinge samenhang bezien, dat de rechtbank ten onrechte de aanwijzing van Marokko als veilig land van herkomst onverbindend heeft verklaard, op de grond dat niet is voldaan aan de in artikel 3.105ba, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (hierna: het Vb 2000) en artikel 3.37f van het VV 2000 neergelegde vereisten. De rechtbank heeft volgens de staatssecretaris ten onrechte overwogen dat niet in geschil is dat de in artikel 3.105ba, tweede lid, van het Vb 2000 genoemde informatiebronnen niet beschikbaar zijn en dat hij bij zijn beoordeling of Marokko een veilig land van herkomst is dus niet de door dat artikel voorgeschreven informatiebronnen heeft betrokken. Anders dan de rechtbank verder heeft overwogen, heeft hij deugdelijk gemotiveerd dat uit de door hem wel geraadpleegde bronnen blijkt dat in Marokko daadwerkelijk bescherming wordt geboden, aldus de staatssecretaris.

Onderzoek en beoordeling van informatiebronnen in algemene zin (artikel 3.105ba, tweede lid, van het Vb 2000)

5.1. De staatssecretaris heeft in het hogerberoepschrift, bij brief van 30 november 2016, waarin hij vragen van de Afdeling beantwoordt, en ter zitting bij de Afdeling toegelicht dat hij, als hij overweegt een land als veilig land van herkomst aan te wijzen, het Team Onderzoek en Expertise Land en Taal (hierna: het TOELT) van de Immigratie- en Naturalisatiedienst inschakelt. Het TOELT zoekt naar betrouwbare informatiebronnen, die een uitgebreid overzicht geven van de situatie in een land, en maakt hiervoor veelvuldig gebruik van het European Country of Origin Information Network (ECOI), een landeninformatiesysteem uit Oostenrijk. Hij heeft verder toegelicht dat, voor zover beschikbaar, de algemene ambtsberichten van de minister van Buitenlandse Zaken, maar ook documenten en rapporten van het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken (hierna: het EASO), de United Nations High Commissioner for Refugees (hierna: de UNHCR) en de Raad van Europa worden geraadpleegd. Daarnaast heeft hij toegelicht dat veelvuldig gebruik wordt gemaakt van informatie van het U.S. Department of State, voortgangsrapportages van de Europese Commissie over mogelijke, toekomstige lidstaten, Human Rights Watch en Amnesty International. Het Freedom House en de Fragile States Index van The Fund for Peace geven volgens de staatssecretaris ook goed inzicht in de situatie in een land van herkomst van asielzoekers dat hij overweegt als veilig land aan te wijzen. De...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT