Uitspraak Nº 201608423/1/R6 en 201703826/1/R6. Raad van State, 2018-02-21

Datum uitspraak:21 februari 2018
Uitgevende instantie::Raad van State
 
GRATIS UITTREKSEL

201608423/1/R6 en 201703826/1/R6.

Datum uitspraak: 21 februari 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. appellant sub 1A] en [appellant sub 1B], beiden wonend te Stadskanaal,

2. Erfgoedvereniging Bond Heemschut (hierna: Bond Heemschut), gevestigd te Amsterdam,

3. [ appellant sub 3], wonend te 2e Exloërmond, gemeente Borger-Odoorn,

4. [ appellant sub 4], gevestigd te 2e Exloërmond, gemeente Borger-Odoorn,

5. [ appellant sub 5], wonend te Gasselternijveenschemond, gemeente Aa en Hunze,

6. [ appellant sub 6], wonend te Gasselternijveen, gemeente Aa en Hunze,

7. [ appellant sub 7], wonend te Gieterveen, gemeente Aa en Hunze,

8. [ appellant sub 8], wonend te Gieterveen, gemeente Aa en Hunze,

9. [ appellant sub 9], wonend te Valthermond, gemeente Borger-Odoorn,

10. [ appellant sub 10A], handelend onder de naam [bedrijf A], [appellante sub 10B] en [appellant sub 10C] (hierna tezamen: [appellanten sub 10]), allen wonend te Gieterveen, gemeente Aa en Hunze,

11. [ appellant sub 11A] en [appellante sub 11B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 11]), beiden wonend te Stadskanaal,

12. [ appellant sub 12], wonend te Nieuwediep, gemeente Aa en Hunze, handelend onder de naam [bedrijf B] (hierna: [appellant sub 12]),

13. Stichting Het Drentse Landschap (hierna: Het Drentse Landschap), gevestigd te Assen,

14. Stichting Platform Storm, gevestigd te Nieuw-Buinen, gemeente Borger-Odoorn, en anderen (hierna: Platform Storm en anderen),

15. Stichting Platform Storm, gevestigd te Nieuw-Buinen, gemeente Borger-Odoorn, en anderen (hierna: Platform Storm),

16. Stichting WindNEE, gevestigd te Aa en Hunze, en anderen (hierna: WindNEE en anderen),

17. [ appellant sub 17A] en [appellant sub 17B], beiden wonend te 2e Exloërmond, gemeente Borger-Odoorn,

18. Vereniging Dorpsbelangen Gasselternijveenschemond (hierna: Dorpsbelangen Gasselternijveenschemond), gevestigd te Gasselternijveenschemond, gemeente Aa en Hunze,

19. [ appellante sub 19], wonend te Gieterveen, gemeente Aa en Hunze,

20. [ appellante sub 20], wonend te Gasselternijveenschemond, gemeente Aa en Hunze,

21. [ appellant sub 21A] en [appellante sub 21B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 21]), beiden wonend te 2e Exloërmond, gemeente Borger-Odoorn,

appellanten,

en

1. de minister van Economische Zaken, thans: de minister van Economische Zaken en Klimaat, en de minister van Infrastructuur en Milieu, thans de minister van Infrastructuur en Waterstaat, (hierna: de ministers),

2. het college van gedeputeerde staten van Drenthe (hierna: het college),

3. de staatssecretaris van Economische Zaken (hierna: de staatssecretaris), thans: de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

verweerders.

Procesverloop

Bij besluit van 16 september 2016 heeft het college aan Raedthuys Windenergie B.V., Windpark Oostermoer Exploitatie B.V. en Duurzame Energieproductie Exloërmond B.V. (hierna: Raedthuys en andere) een vergunning op grond van artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998 (hierna: Nbw 1998) verleend voor het windpark De Drentse Monden en Oostermoer.

Bij besluit van 22 september 2016 hebben de ministers het inpassingsplan "Windpark De Drentse Monden en Oostermoer" (hierna: het plan) vastgesteld.

Bij besluiten van 22 september 2016 hebben de ministers aan Raedthuys en andere omgevingsvergunningen op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder a en e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo) verleend voor de windturbines. De vier omgevingsvergunningen betreffen elk een deelgebied van het windpark.

Deze besluiten zijn gecoördineerd voorbereid.

Bij besluit van 28 februari 2017 heeft de staatssecretaris een ontheffing van de verbodsbepalingen uit de artikelen 3.1 en 3.5 van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) verleend.

Bij besluit van 22 maart 2017 heeft het college de vergunning op grond van de Nbw 1998 van 16 september 2016 gewijzigd.

Bij besluiten van 24 maart 2017 hebben de ministers de omgevingsvergunningen van 22 september 2016 gewijzigd.

Deze besluiten zijn eveneens gecoördineerd voorbereid.

Tegen één of meer van deze besluiten hebben appellanten beroep ingesteld.

De ministers, het college en de staatssecretaris hebben verweerschriften ingediend.

Raedthuys en andere hebben, hiertoe in de gelegenheid gesteld, een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (hierna: StAB) heeft desverzocht een deskundigenbericht uitgebracht.

Een aantal partijen heeft een zienswijze daarop naar voren gebracht.

Een aantal partijen heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaken ter zitting behandeld op 14 en 15 september 2017, waar een aantal partijen is verschenen of zich heeft doen vertegenwoordigen. Ook verweerders hebben zich doen vertegenwoordigen. Voorts zijn Raedthuys en andere ter zitting als partij gehoord.

Overwegingen

INLEIDING

1. De bestreden besluiten maken de oprichting van Windpark De Drentse Monden en Oostermoer met bijbehorende voorzieningen mogelijk. Het windpark ligt grotendeels op het grondgebied van de gemeenten Aa en Hunze en Borger-Odoorn en bestaat uit 45 windturbines met een maximale ashoogte van 145 m en een maximale rotordiameter van 131 m. De windturbines worden geplaatst in 6 lijnopstellingen en hebben samen een vermogen van ongeveer 150 MW. Raedthuys en andere zijn de initiatiefnemers van het project en de beoogde exploitanten van het windpark.

Met het windpark wordt beoogd een bijdrage te leveren aan de doelstelling voor de opwekking van duurzame energie uit het Nationaal Energieakkoord en aan de doelstelling uit de Structuurvisie Windenergie op land om voor 2020 in de daarvoor aangewezen gebieden grootschalige windprojecten te realiseren met een vermogen van in totaal 6.000 MW. Het plangebied is een van de locaties die in de Structuurvisie zijn aangewezen.

2. Het windpark is planologisch mogelijk gemaakt in het inpassingsplan. Ter uitvoering van het inpassingsplan zijn omgevingsvergunningen, een vergunning op grond van de Nbw 1998 en een ontheffing op grond van de Wnb verleend.

3. Appellanten zijn bewoners en ondernemers uit het plangebied of de omgeving daarvan, bewonersorganisaties en rechtspersonen die opkomen voor algemene belangen op het gebied van onder meer natuur, milieu, landschap en cultuurhistorie. Zij verzetten zich tegen de aanleg van het windpark.

OPZET UITSPRAAK

4. De Afdeling zal hierna als eerste ingaan op de ontvankelijkheid van de beroepen (overwegingen 6-9) en de omvang van het geding (overwegingen 10-17). Daarna wordt het toetsingskader voor de beoordeling van de bestreden besluiten vermeld (overwegingen 18-21). Vervolgens worden de beroepsgronden behandeld die zijn gericht tegen het inpassingsplan, de omgevingsvergunningen en de Nbw-vergunning. Hierbij zullen achtereenvolgens de volgende onderwerpen aan de orde komen:

- toepassing van de rijkscoördinatieregeling (overwegingen 22-25);

- Verdrag van Aarhus (overwegingen 26-31);

- overige procedurele beroepsgronden (overwegingen 32-40);

- deskundigenbericht van de StAB (overwegingen 41-43);

- objectiviteit van de onderzoeken (overweging 44);

- draagvlak, nut en noodzaak en locatiekeuze (overwegingen 45-60);

- milieueffectrapportage (overwegingen 61-70);

- voorlopige bestemming op grond van artikel 7o van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (hierna: het Besluit uitvoering Chw) (overwegingen 71-84);

- afwijken van de Structuurvisie Windenergie op land en de provinciale Omgevingsvisie (overweging 85);

- sfeerwoningen (overwegingen 86-92);

- geluid (overwegingen 93-129);

- slagschaduw (overwegingen 130-146);

- obstakelverlichting en lichtschittering (overwegingen 147-153);

- veiligheid (overwegingen 154-181);

- trilling, waterhuishouding en bodem (overwegingen 182-186);

- gezondheidseffecten anders dan vanwege geluid (overwegingen 187-190);

- LOFAR, spraak- en datasignalen, ballonvaart, zweefvliegveld Veendam, Luchthaven Ede (overweging 191);

- natuur (overwegingen 192-194);

- landschappelijke waarden (overwegingen 195-206);

- cultuurhistorische waarden (overwegingen 207-209);

- sociaaleconomische gevolgen, leefbaarheid en sociale cohesie (overweging 210);

- uitvoerbaarheid van het inpassingsplan (overwegingen 211-225);

- beroepsgronden van [appellanten sub 10] over het vogelpark (overwegingen 226-229);

- overige beroepsgronden over de gevolgen voor het woon- en leefklimaat van afzonderlijke appellanten en schade (overwegingen 230-233);

- overige beroepsgronden over de planregels (overwegingen 234-252);

- overige beroepsgronden over de omgevingsvergunningen (overwegingen 253-269)

- vragen aan Europese instellingen (overweging 270).

Aan het einde van de uitspraak staat de conclusie (overweging 271).

5. De relevante regelgeving is opgenomen in de uitspraak dan wel in bijlage I bij deze uitspraak. De in bijlage I opgenomen regelgeving is de regelgeving geldend ten tijde van het nemen van de bestreden besluiten. Bijlage I maakt deel uit van de uitspraak.

ONTVANKELIJKHEID

6. Uit artikel 8:1 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), in samenhang gelezen met artikel 8:6 van de Awb en artikel 2 van bijlage 2 bij de Awb, volgt dat uitsluitend belanghebbenden beroep kunnen instellen tegen de bestreden besluiten. Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT