Uitspraak Nº 201706845/1/R6. Raad van State, 2018-09-19

Court
Docket Number201706845/1/R6
ECLIECLI:NL:RVS:2018:3063

201706845/1/R6.

Datum uitspraak: 19 september 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. [appellant sub 1], wonend te Maasdijk, gemeente Westland,

2. Songrow B.V., gevestigd te Maasdijk, gemeente Westland,

3. [appellant sub 3], wonend te Maasdijk, gemeente Westland,

4. [appellant sub 4], wonend te Maasdijk, gemeente Westland,

5. [appellant sub 5A] en [appellante sub 5B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 5]), wonend te Maasdijk, gemeente Westland,

6. [appellant sub 6], wonend te Maasdijk, gemeente Westland,

7. VDH B.V., gevestigd te Maasdijk, gemeente Westland,

8. [appellant sub 8], wonend te Maasdijk, gemeente Westland,

9. Natuurlijk Goed B.V., gevestigd te Maasdijk, gemeente Westland,

10. [appellant sub 10], wonend te Maasdijk, gemeente Westland,

11. [appellant sub 11A] en [appellant sub 11B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 11]), wonend te Maasdijk, gemeente Westland,

12. [appellant sub 12A] en [appellant sub 12B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 12A]), wonend te Maasdijk, gemeente Westland,

13. [appellant sub 13A] en [appellant sub 13B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 13A]), wonend te Maasdijk, gemeente Westland,

14. [appellant sub 14A] en [appellante sub 14B] (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant sub 14]), wonend te Maasdijk, gemeente Westland,

en

de raad van de gemeente Westland,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluiten van 27 juni 2017 heeft de raad het bestemmingsplan "Honderdland fase 2" en het daarbij behorende exploitatieplan vastgesteld.

Tegen deze besluiten zijn de beroepen gericht.

De raad van de gemeente Westland heeft verweerschriften ingediend.

Songrow, [appellant sub 3], [appellant sub 4], [appellant sub 11], [appellant sub 12A], [appellant sub 14] en de raad hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 en 29 mei 2018, waar een aantal partijen is verschenen of zich heeft doen vertegenwoordigen. Ook verweerder heeft zich ter zitting doen vertegenwoordigen.

Overwegingen

Het bestemmingsplan

Het plan

1. Het plan biedt een planologisch kader voor het noordelijke deel van de polder Honderdland. Het zuidelijke gedeelte van deze polder is vanaf 2000 ontwikkeld tot bedrijventerrein. Dit betreft fase 1. Fase 1 is volledig ontwikkeld en bestaat uit een bedrijventerrein voor bedrijven tot en met categorie 4.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten.

Voorliggend plan maakt op het noordelijke deel van de polder Honderdland de herontwikkeling van glastuinbouwgebied tot het nieuwe bedrijventerrein Honderdland fase 2 mogelijk. De ontwikkeling van fase 2 bestaat uit verschillende deelgebieden. De toekomstige grootschalige bedrijvigheid richt zich met name op de transport-, agro- en foodsector.

2. [appellant sub 1] woont in het plangebied en exploiteert een kleinschalig groenteteelt- en sierfruitbedrijf. Hij vreest zijn bedrijfsvoering te moeten staken.

[appellant sub 3] woont in het zuidwesten van het plangebied. Hij vreest een toename van geluidhinder als gevolg van het plangebied.

[appellant sub 4] woont op een afstand van ongeveer 100 m ten noorden van het plangebied en zijn bedrijfsperceel ligt deels in het plangebied. Hij vreest een toename van geluidhinder.

[appellant sub 5], [appellant sub 6], [appellant sub 11], [appellant sub 12A], en [appellant sub 13A] wonen aan de westzijde in het plangebied. Zij vrezen voor de bereikbaarheid van hun woningen, een toename van geluidhinder, een inperking van de bouw- en gebruiksmogelijkheden van hun woningen en aantasting van hun woon- en leefklimaat als gevolg van het in het plan voorziene industrieterrein.

De woning van [appellant sub 14] bevindt zich ten zuiden van het plangebied en ten noorden van het industrieterrein Honderdland fase I. Hij vreest een toename van geluidhinder en aantasting van zijn woon- en leefklimaat.

[appellant sub 10] en [appellant sub 8] wonen in het plangebied. Daar is tevens het glastuinbouwbedrijf Natuurlijk Goed B.V. gevestigd. Deze woningen en dit bedrijf, alle gelegen in het noorden van het plangebied, zijn niet als zodanig bestemd. Aan de betreffende gronden is in het bestemmingsplan de bestemming "Bedrijventerrein - 1" toegekend.

Toetsingskader

3. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

4. De regelgeving die relevant is voor de hierna volgende overwegingen is opgenomen in de uitspraak dan wel, onder aanduiding van de betreffende overweging(en), in de bijlage bij deze uitspraak.

Procedureel

5. [appellant sub 1] betoogt dat de nota beantwoording zienswijzen na de vaststelling van het bestemmingsplan, in strijd met artikel 3.8, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: de Wro), niet beschikbaar is gesteld. Als gevolg daarvan beschikte hij bij de aanvang van de beroepsprocedure niet over een volledig dossier.

5.1. Deze mogelijke onregelmatigheid, wat daarvan ook zij, dateert van na het nemen van het bestreden besluit en kan reeds hierom de rechtmatigheid van dit besluit niet aantasten.

Het betoog faalt.

Ladder voor duurzame verstedelijking/nut en noodzaak

6. [appellant sub 4] stelt zich op het standpunt dat het rapport "Nut en noodzaak functies Honderdland fase 2", geen deel uitmaakt van het plan, terwijl de raad er wel naar verwijst. [appellant sub 4] zet vraagtekens bij de onafhankelijkheid en objectiviteit van dit rapport, omdat dit is opgesteld in opdracht van de initiatiefnemer Honderdland Ontwikkelings Combinatie Beheer B.V. (hierna: HOC).

6.1. De raad heeft zich bij de onderbouwing van de ladder voor duurzame verstedelijking gebaseerd op het door Rho-Adviseurs voor leefruimte opgestelde rapport "Nut en noodzaak functies Honderdland fase 2" van 16 februari 2017 (hierna: het Rho-rapport). Dit rapport is opgenomen als bijlage 3 bij de toelichting bij het bestemmingsplan. Deze beroepsgrond mist in zoverre feitelijke grondslag.

De Afdeling overweegt dat de enkele omstandigheid dat het rapport is opgesteld door Rho-adviseurs in opdracht van HOC, op zichzelf onvoldoende is om te twijfelen aan de onafhankelijkheid en objectiviteit van Rho-adviseurs. Omdat [appellant sub 4] zijn betoog niet nader heeft geconcretiseerd, ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat het rapport op zodanige wijze tot stand is gekomen dat de raad dit niet in redelijkheid aan de besluitvorming ten grondslag heeft kunnen leggen. In zoverre slaagt de beroepsgrond niet. De Afdeling tekent hierbij aan dat voor zover twijfels zijn geuit over de juistheid van dit rapport, dit hierna nog aan de orde zal komen bij de inhoudelijke beoordeling ervan.

7. [appellant sub 8], Natuurlijk Goed B.V. en [appellant sub 10] betogen dat het nut en de noodzaak van het plan niet zijn aangetoond. Daartoe voeren zij aan dat, gezien de herkomst en de bestemming van de af- en aanvoer van de producten, een agro-logistieke functie op deze locatie niet doelmatig is.

Verder betoogt [appellant sub 1] dat op onjuiste wijze toepassing is gegeven aan de in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: het Bro) neergelegde ladder voor duurzame verstedelijking. Daartoe voert hij allereerst aan dat niet inzichtelijk is gemaakt dat de voorgenomen ontwikkeling voor wat betreft de bedrijfsfunctie in een actuele regionale behoefte voorziet. Volgens hem is in dit kader niet gewerkt met actuele gegevens, terwijl die wel voorhanden zijn, waardoor ten onrechte nabijgelegen concurrerende bedrijventerreinen buiten beschouwing zijn gebleven. Voorts voert hij aan dat het opnemen van gemengde bestemmingen slechts is toegestaan indien de laddertoets voor alle bestemde functies met goed gevolg wordt doorlopen. Die situatie doet zich hier niet voor, nu ook voor de binnen de bestemming "Gemengd" mogelijk gemaakte functies de actuele regionale behoefte ontbreekt. In dit kader voert [appellant sub 1] tot slot aan dat de in de planregels opgenomen wijzigingsbevoegdheid niet houdbaar is. Zoals volgt uit de jurisprudentie van de Afdeling (vergelijk onder meer de uitspraak van 25 september 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1275) dienen de aanvaardbaarheid en de uitvoerbaarheid van de nieuwe bestemming reeds in het kader van het opnemen van de wijzigingsbevoegdheid te worden onderzocht. Ook hieraan staat de ontbrekende actuele regionale behoefte derhalve in de weg.

7.1. De raad wijst in dit kader op het Rho-rapport, waarin de ontwikkeling van Honderdland is getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Daarbij zijn de meest recente cijfers gehanteerd, zoals onder meer neergelegd in de provinciale ramingen, opgenomen in de Visie Ruimte en Mobiliteit (hierna: de VRM) en het Programma Ruimte van de provincie Zuid-Holland. Uit het rapport volgt dat het bedrijventerrein Honderdland fase 2 voorziet in een actuele regionale behoefte. De gestelde leegstand binnen het bedrijventerrein Nieuw Rijerwaard in Ridderkerk leidt volgens de raad niet tot een andere conclusie, aangezien het aanbod van Nieuw Rijerwaard buiten het marktgebied ligt van bedrijven die aan het Westlandse cluster zijn verbonden.

Voorts stelt de raad dat binnen de bestemming "Gemengd" diverse functies die aanvankelijk mogelijk werden gemaakt zijn verwijderd, waarna de functies brandstofvoorziening, fast-servicehoreca, afhaalpunt...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT