Uitspraak Nº 201707519/1/A2, 201707521/1/A2, 201707502/1/A2, 201707510/1/A2, 201707512/1/A2 en 201707527/1/A2. Raad van State, 2018-12-19

Court
Docket Number201707519/1/A2, 201707521/1/A2, 201707502/1/A2, 201707510/1/A2, 201707512/1/A2 en 201707527/1/A2
ECLIECLI:NL:RVS:2018:4193

201707519/1/A2, 201707521/1/A2, 201707502/1/A2, 201707510/1/A2, 201707512/1/A2 en 201707527/1/A2.

Datum uitspraak: 19 december 2018

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

I. Uitspraak in zaak nrs. 201707519/1/A2 en 201707521/1/A2 op de beroepen van:

1. [appellant A sub 1] en anderen, zoals vermeld in de bijlage van deze uitspraak, wonend te [woonplaats],

2. de besliscommissie van het Schadeschap luchthaven Schiphol,

tegen de uitspraken van de rechtbank Noord-Holland van 8 augustus 2017 in zaak nrs. 16/295 e.v. en 17/1742 e.v. in het geding tussen:

[appellant A sub 1] en anderen

En

de besliscommissie.

II. Uitspraak in zaak nr. 201707527/1/A2 op het hoger beroep van:

de besliscommissie van het Schadeschap luchthaven Schiphol,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 8 augustus 2017 in zaak nrs. 16/1434 en 17/3248 in het geding tussen:

[appellant B], wonend te [woonplaats]

en

de besliscommissie.

III. Uitspraak in zaak nr. 201707510/1/A2 op de hoger beroepen van:

1. [appellant C sub 1], wonend te [woonplaats],

2. de besliscommissie van het Schadeschap luchthaven Schiphol,

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 8 augustus 2017 in zaak nrs. 16/1729, 16/1733, 16/1735, 16/1737, 17/1828, 17/1832, 17/1834 en 17/1836 in het geding tussen:

1. [appellant D sub 1], wonend te [woonplaats],

2. [appellant D sub 2], wonend te [woonplaats],

3. [appellant D sub 3], wonend te [woonplaats],

4. [appellant D sub 4], wonend te [woonplaats],

en

de besliscommissie.

IV. Uitspraak in zaak nr. 201707512/1/A2 op de hoger beroepen van:

1. [appellant E sub 1], wonend te [woonplaats],

2. de besliscommissie van het Schadeschap luchthaven Schiphol,

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 8 augustus 2017 in zaak nr. 16/1197 in het geding tussen:

[appellant E sub 1]

en

de besliscommissie.

V. Uitspraak in zaak nr. 201707502/1/A2 op de hoger beroepen van:

1. [appellant F sub 1], wonend te [woonplaats],

2. de besliscommissie van het Schadeschap luchthaven Schiphol,

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 8 augustus 2017 in zaak nrs. 16/3628 en 17/1856 in het geding tussen:

[appellant F sub 1]

en

de besliscommissie.

Procesverloop in zaak nr. 20170519/1/A2

Bij afzonderlijke besluiten uit 2011 en 2012 heeft de besliscommissie de aanvragen van [appellant A sub 1] en anderen om vergoeding van schade als gevolg van de uitbreiding van het luchtvaartterrein van de luchthaven Schiphol met een vijfde baan (hierna ook: de Polderbaan) afgewezen.

Bij afzonderlijke besluiten, genomen tussen 24 december 2015 en 2 mei 2016, heeft de besliscommissie de door [appellant A sub 1] en anderen daartegen gemaakte bezwaren gegrond verklaard en aan [appellant A sub 1] en anderen een bedrag toegekend ter vergoeding van schade. De besliscommissie heeft tevens wettelijke rente, deskundigenkosten en kosten van rechtsbijstand in de bezwaarfase vergoed. De besliscommissie heeft de door [appellant A sub 1A], [appellant A sub 1B] en [appellant A sub 1C] gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.

Bij afzonderlijke besluiten van 1 februari 2016 heeft de besliscommissie de beslissingen op bezwaar, gericht aan [appellant A sub 1D], [appellant A sub 1E] en [appellant A sub 1F], [appellant A sub 1G], [appellant A sub 1H] en [appellant A sub 1I], [appellant A sub 1J] en [appellant A sub 1K], [appellant A sub 1L] en [appellant A sub 1M], [appellant A sub 1N] en [appellant A sub 1O], [appellant A sub 1P], [appellant A sub 1Q] en [appellante A sub 1R] en [appellant A sub 1S] en [appellant A sub 1T] gewijzigd wat betreft de ingangsdatum van de toegekende wettelijke rente.

Bij uitspraak van 8 augustus 2017 heeft de rechtbank de beroepen van [appellant A sub 1D], [appellant A sub 1E] en [appellant A sub 1F], [appellant A sub 1G], [appellant A sub 1H] en [appellant A sub 1I] (hierna: [appellant A sub 1H]), [appellant A sub 1J] en [appellant A sub 1K] (hierna: [appellant A sub 1J]), [appellant A sub 1L] en [appellant A sub 1M] (hierna: [appellant A sub 1L]), [appellant A sub 1N] en [appellant A sub 1O] (hierna: [appellant A sub 1N]), [appellant A sub 1P], [appellant A sub 1Q] en [appellante A sub 1R](hierna: [appellant A sub 1Q]) en [appellant A sub 1S] en [appellant A sub 1T] (hierna: [appellant A sub 1S]) tegen de besluiten van 24 december 2015, zoals herzien bij besluiten van 1 februari 2016 niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft de beroepen van [appellant A sub 1] en anderen tegen de afzonderlijke besluiten, genomen tussen 24 december 2015 en 2 mei 2016 gegrond verklaard, die besluiten vernietigd en de besliscommissie opgedragen nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van de uitspraak. De rechtbank heeft de besliscommissie veroordeeld tot het betalen aan [appellant A sub 1] en anderen van een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Deze uitspraak is aangehecht.

[appellant A sub 1] en anderen hebben hoger beroep ingesteld en een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De besliscommissie heeft hoger beroep ingesteld en een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellant A sub 1] en anderen en de besliscommissie hebben nadere stukken ingediend.

Procesverloop in zaak nr. 201707521/1/A2

Bij afzonderlijke besluiten van februari en maart 2017 heeft de besliscommissie op verzoek van [appellant A sub 1] en anderen aan een aantal van hen aanvullende schadevergoeding toegekend.

Bij afzonderlijke besluiten van februari en maart 2017 heeft de besliscommissie geweigerd aan een aantal van [appellant A sub 1] en anderen een aanvullende schadevergoeding toe te kennen.

[appellant A sub 1] en anderen hebben tegen die besluiten met toepassing van artikel 7:1a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) en met instemming van de besliscommissie rechtstreeks beroep bij de rechtbank ingesteld.

De rechtbank heeft bij gerectificeerde uitspraak van 8 augustus 2017 een aantal beroepen gegrond verklaard, de besluiten gericht aan [appellant A sub 1A], [appellant A sub 1Q], [appellant A sub 1T] en [appellant A sub 1U] (hierna: [appellant A sub 1T]), [appellant A sub 1V] en [appellant A sub 1W] (hierna: [appellant A sub 1V]), [appellant A sub 1X], [appellant A sub 1Y], [appellant A sub 1B], [appellant A sub 1Z], [appellant A sub 1AA] en [appellante A sub 1AB] (hierna: [appellant A sub 1AA]) en [appellant A sub 1C] vernietigd en de besliscommissie opgedragen opnieuw te beslissen op hun aanvragen om aanvullende schadevergoeding.

[appellant A sub 1] en anderen hebben hoger beroep ingesteld en een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De besliscommissie heeft hoger beroep ingesteld en een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellant A sub 1] en anderen en de besliscommissie hebben nadere stukken ingediend.

Procesverloop in zaak nr. 201707527/1/A2

Bij besluit van 6 december 2012 heeft de besliscommissie de aanvraag van [appellant B] om vergoeding van schade afgewezen.

Bij besluit van 14 maart 2016 heeft de besliscommissie het daartegen door [appellant B] gemaakte bezwaar gegrond verklaard en een schadevergoeding toegekend van € 26.580,00.

Bij besluit van 4 april 2017 heeft de besliscommissie geweigerd aan [appellant B] een aanvullende schadevergoeding toe te kennen.

[appellant B] heeft tegen dat besluit met toepassing van artikel 7:1a, eerste lid, van de Awb en met instemming van de besliscommissie rechtstreeks beroep bij de rechtbank ingesteld.

De rechtbank heeft bij uitspraak van 8 augustus 2017 het beroep van [appellant B] tegen de besluiten van 14 maart 2016 en 4 april 2017 gegrond verklaard, deze besluiten vernietigd en de besliscommissie opgedragen opnieuw te beslissen op de aanvragen om (aanvullende) schadevergoeding.

De besliscommissie heeft hoger beroep ingesteld.

[appellant B] heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Procesverloop in zaak nr. 201707510/1/A2

Bij besluiten van 3 en 7 maart 2016 heeft de besliscommissie aan [appellant D sub 1], [appellant D sub 2], [appellant D sub 3] en [appellant D sub 3] 50% van een schadevergoeding toegekend. Aan hun ex-echtgenoten is eveneens 50% toegekend.

Bij besluiten van 11 april 2016 heeft de besliscommissie de besluiten van 3 en 7 maart 2016 ingetrokken. Aan de ex-echtgenoten van [appellant D sub 1], [appellant D sub 2], [appellant D sub 3] en [appellant D sub 3] heeft de besliscommissie bij afzonderlijke besluiten alsnog een volledige schadevergoeding toegekend.

Bij besluiten van 20 maart 2017 heeft de besliscommissie geweigerd aan [appellant D sub 1], [appellant D sub 2], [appellant D sub 3] en [appellant D sub 3] een aanvullende schadevergoeding toe te kennen.

[appellant D sub 1], [appellant D sub 2], [appellant D sub 3] en [appellant D sub 4] hebben tegen die besluiten met toepassing van artikel 7:1a, eerste lid, van de Awb en met instemming van de besliscommissie rechtstreeks beroep bij de rechtbank ingesteld.

De rechtbank heeft de beroepen van [appellant D sub 1], [appellant D sub 2], [appellant D sub 3] en [appellant D sub 4] tegen de besluiten van 11 april 2016 ongegrond verklaard, de beroepen tegen de besluiten van 20 maart 2017 gegrond verklaard, die besluiten vernietigd en de besliscommissie opgedragen nieuwe besluiten te nemen.

[appellant C sub 1] heeft hoger beroep ingesteld en een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De besliscommissie heeft hoger beroep ingesteld en een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Procesverloop in zaak nr. 201707512/1/A2

Bij besluit van 9 januari 2014 heeft de besliscommissie het verzoek van [appellant E sub 1] om vergoeding van schade in de vorm van waardedaling van zijn agrarische bedrijfswoning en bedrijfsschade als gevolg van vervuiling afgewezen.

Bij besluit van 2 februari 2016 heeft de besliscommissie het daartegen door [appellant E sub 1] gemaakt bezwaar ongegrond verklaard.

De rechtbank...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT