Uitspraak Nº 201709927/1/R3. Raad van State, 2019-05-29

Datum uitspraak:29 mei 2019
Uitgevende instantie::Raad van State
 
GRATIS UITTREKSEL

201709927/1/R3.

Datum uitspraak: 29 mei 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. [appellant sub 1] en anderen, allen wonend te Giethoorn, gemeente Steenwijkerland,

2. [appellant sub 2] en anderen, allen wonend te Giethoorn, gemeente Steenwijkerland,

3. [appellant sub 3], handelend onder de naam [bedrijf], wonend te Giethoorn, gemeente Steenwijkerland,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Steenwijkerland,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 17 oktober 2017 heeft de raad het bestemmingsplan "Giethoorn" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1] en anderen, [appellant sub 2] en anderen en [appellant sub 3] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft [belanghebbende] een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellant sub 1] en anderen, [appellant sub 2] en anderen, [appellant sub 3] en de raad hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 5 februari 2019, waar [appellant sub 1] en anderen, bij monde van [appellant sub 1], [appellant sub 2] en anderen, bij monde van [appellant sub 2], [appellant sub 3], bijgestaan door mr. T. van der Weijde, rechtsbijstandverlener te Amsterdam, en de raad, vertegenwoordigd door mr. J.G. Lindeman, zijn verschenen. Voorts zijn [belanghebbende] en SlootSchoon.nl, beide vertegenwoordigd door [gemachtigden], ter zitting gehoord.

Overwegingen

Inleiding

1. Het plan voorziet in een actueel juridisch-planologisch kader voor de woonkern van Giethoorn en de lintbebouwing langs de Beulakerweg. Met het plan worden meerdere bestemmingsplannen en beheersverordeningen vervangen.

2. [appellant sub 1] en anderen wonen aan de Meester K. Hoekstraweg, de Ds. J.J. Ketstraat en de Meester J.J. Hofstraat in Giethoorn. Zij vrezen voor aantasting van hun woon- en leefklimaat als gevolg van de toegekende woonbestemming aan hun achtererfgebieden.

[appellant sub 2] en anderen wonen aan de Beulakerweg in Giethoorn. Zij vrezen voor aantasting van hun woon- en leefklimaat als gevolg van Hotel De Harmonie, gevestigd aan de Beulakerweg 55, en de bedrijfsbestemming die is toegekend aan het perceel [locatie 1] in Giethoorn. Daarnaast vrezen zij voor aantasting van de natuurwaarden in de omgeving van de Beulakerweg.

[appellant sub 3] is exploitant van [bedrijf], gevestigd aan het [locatie 2] in Giethoorn. Hij exploiteert op deze locatie een bed and breakfast (hierna: b&b), een recreatieappartement en een botenverhuurbedrijf. [appellant sub 3] vreest negatieve gevolgen voor zijn bedrijfsvoering als gevolg van de toegekende woonbestemming aan het perceel [locatie 2] zonder specifieke aanduidingen ten behoeve van de recreatieve activiteiten.

De beroepen worden hieronder afzonderlijk van elkaar besproken.

3. De planregels die ten grondslag liggen aan de hierna volgende rechtsoverwegingen, zijn opgenomen in de bijlage van deze uitspraak.

Toetsingskader

4. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

Het beroep van [appellant sub 1] en anderen

Bebouwing achtererfgebied

5. [appellant sub 1] en anderen betogen dat de raad de gronden achter de Meester J.J. Hofstraat […] tot en met […], de Ds. J.J. Ketstraat […] tot en met […] en de Meester K. Hoekstraweg […] tot en met […] ten onrechte heeft aangewezen voor "Wonen - 1" met de aanduiding "bijgebouwen", als gevolg waarvan het planologisch is toegestaan om in het achtererfgebied bijgebouwen te plaatsen.

Volgens [appellant sub 1] en anderen heeft de raad ten onrechte een doorslaggevend belang toegekend aan het uniform toepassen van de regeling die bijgebouwen in het achtererfgebied toestaat. Daarvoor achten [appellant sub 1] en anderen van belang dat de bewoners van het merendeel van de adressen waarvan het achtererf voorheen was aangewezen voor de bestemming "Tuinen" geen behoefte hebben aan een verruiming van de bouwmogelijkheden in het achtererfgebied. Ter zitting hebben [appellant sub 1] en anderen benadrukt dat het hun daarbij niet uitsluitend gaat om het verlies van uitzicht, maar dat zij meer nog vrezen voor verrommeling van het achtererfgebied en dat het planologische toestaan van bebouwing in het achtererfgebied ten koste gaat van de zachte overgang naar het achterliggende landelijke gebied. In dat verband wijzen [appellant sub 1] en anderen op het goedkeuringsbesluit van het college van gedeputeerde staten van Overijssel van 8 juli 1980 en de daarin opgenomen motivering dat een aanvaardbare overgang naar het landelijke gebied wordt verkregen doordat bijgebouwen in tuinen die grenzen aan dit gebied niet zijn toegestaan. Dit uitgangspunt is volgens [appellant sub 1] en anderen tot uitdrukking gebracht in het voorheen geldende bestemmingsplan "Giethoorn - Ds. T.O. Hylkemaweg e.o." en gelet op de ongewijzigde ruimtelijke omstandigheden nog steeds opportuun.

Daarnaast is het plan wat betreft de uitbreiding van de bouwmogelijkheden in het achtererfgebied volgens [appellant sub 1] en anderen ten onrechte en in strijd met het uitgangspunt van de raad niet conserverend van aard, omdat de bouwmogelijkheden worden verruimd.

5.1. De raad heeft ervoor gekozen om de bijzondere planregeling die op grond van het voorheen geldende plan gold voor de percelen van [appellant sub 1] en anderen, niet langer te handhaven. In plaats daarvan heeft de raad voor die percelen een reguliere planregeling opgenomen waarbij aan het achtererfgebied een woonbestemming is toegekend en is voorzien in een aanduiding voor bijgebouwen. De regeling is volgens de raad in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening en past binnen de systematiek van het plan.

5.2. Voorheen gold ter plaatse van de percelen van [appellant sub 1] en anderen de "Beheersverordening Giethoorn", vastgesteld op 18 juni 2013. Blijkens de verbeelding van de beheersverordening liggen de percelen van [appellant sub 1] en anderen in het besluitvlak "Giethoorn - Ds. T.O. Hylkemaweg e.o.". In de beheersverordening is bepaald dat ter plaatse van dit besluitvlak de regeling geldt zoals opgenomen in Bijlage 6 (de voorschriften van het bestemmingsplan "Giethoorn - Ds. T.O. Hylkemaweg e.o.") en de daarbij horende kaart zoals opgenomen in Bijlage 7 (plankaart). Ingevolge artikel 6 van de regels van het bestemmingsplan "Giethoorn - Ds. T.O. Hylkemaweg e.o." waren de bouwmogelijkheden voor de achtertuinen van [appellant sub 1] en anderen beperkt tot bouwwerken, geen gebouwen zijnde, die horen bij tuinen en erven, met een maximaal toegestane bouwhoogte van 2,50 m.

In het bestreden plan zijn aan deze achtertuinen de bestemming "Wonen - 1" en de aanduiding "bijgebouwen" toegekend. Ingevolge artikel 26, lid 26.2.1, aanhef en onder b en e, van de planregels zijn op gronden met die bestemming en aanduiding bij woningen behorende bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, toegestaan.

5.3. De Afdeling stelt vast dat de bouwmogelijkheden in de achtertuinen van de percelen van onder meer [appellant sub 1] en anderen ten opzichte van het voorheen geldende planologische regime zijn verruimd en dat dit in zoverre het woon- en leefklimaat van [appellant sub 1] en anderen raakt. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat deze planologische wijziging in dit opzicht aanvaardbaar is. Daarbij heeft de raad mogen betrekken dat in het algemeen geen recht bestaat op blijvend vrij uitzicht en dat op grond van het voorheen geldende planologische regime ook bebouwing met een hoogte van 2,50 m in de achtertuinen mogelijk was. Ook is van belang dat het bebouwingsoppervlak en de bouwhoogte van de in het plan voorziene bijgebouwen beperkt zijn en het op grond van het Besluit omgevingsrecht in beginsel eveneens is toegestaan vergunningsvrij bepaalde bebouwing in het achtererfgebied op te richten.

Waar [appellant sub 1] en anderen betogen dat de raad ten onrechte afwijkt van de motivering uit het goedkeuringsbesluit van het college van gedeputeerde staten over een vorig plan uit 1980, overweegt de Afdeling dat dit besluit geen betrekking heeft op dit plan. Om die reden is de raad niet gehouden het daarin opgenomen uitgangspunt bij het plan te betrekken.

5.4. Over het beroep van [appellant sub 1] en anderen op het conserverende karakter van het plan overweegt de Afdeling dat de conserverende aard van een bestemmingsplan op zichzelf niet uitsluit dat daarin wijzigingen ten opzichte van het voorheen geldende bestemmingsplan worden opgenomen. De Afdeling verwijst bij wijze van voorbeeld naar de uitspraak...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT