Uitspraak Nº 201807760/1/R3. Raad van State, 2019-12-24

Datum uitspraak:24 december 2019
Uitgevende instantie::Raad van State
 
GRATIS UITTREKSEL

201807760/1/R3.

Datum uitspraak: 24 december 2019

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak, onderscheidenlijk tussenuitspraak met toepassing van artikel 8:51d van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) in het geding tussen:

1. [appellant sub 1] en anderen, wonend te Giethoorn, gemeente Steenwijkerland,

2. [appellanten sub 2], wonend te Giethoorn, gemeente Steenwijkerland,

3. [appellant sub 3], wonend te Giethoorn, gemeente Steenwijkerland,

4. [appellant sub 4], wonend te Giethoorn, gemeente Steenwijkerland,

appellanten,

en

1. de raad van de gemeente Steenwijkerland,

2. het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland,

verweerders.

Procesverloop

Bij besluit van 19 juni 2018 heeft de raad het bestemmingsplan "Giethoorn-uitbreiding hotel de Harmonie" vastgesteld.

Bij besluit van 13 augustus 2018, kenmerk WABO/2014/2492, heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een uitbreiding van hotel de Harmonie en het graven van watergangen.

Bij besluit van 11 maart 2014 heeft de raad besloten voornoemde besluiten gecoördineerd voor te bereiden en bekend te maken, zoals bedoeld in artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro)

Tegen deze besluiten hebben [appellant sub 1] en anderen, [appellanten sub 2], [appellant sub 3] en [appellant sub 4] beroep ingesteld.

De raad en het college hebben een verweerschrift ingediend.

[appellant sub 1] en anderen, [appellanten sub 2], [appellant sub 3] en de raad en het college hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de behandeling van het beroep aangehouden in verband met de prejudiciële vragen over het Programma Aanpak Stikstof (hierna: PAS) die de Afdeling in zaken over vergunningen voor veehouderijen heeft gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie bij uitspraak van 17 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1259.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 september 2019, waar zijn verschenen: [appellant sub 1] en anderen, bij monde van [appellant sub 1], [appellanten sub 2], bijgestaan door mr. drs. R.S. Wertheim, advocaat te Zwolle, [appellant sub 3], bijgestaan door mr. drs. R.S. Wertheim als voornoemd, [appellant sub 4], en de raad en het college, vertegenwoordigd door mr. M.R. Kruisselbrink, advocaat te Zwolle, vergezeld door drs. L. Verhees, J.G. Lindeman en M.A. Hoven. Ter zitting is hotel de Harmonie, vertegenwoordigd door mr. S.D. van Reenen, als partij gehoord.

Overwegingen

Inleiding

1. Het plan en de omgevingsvergunning zijn gecoördineerd voorbereid en bekendgemaakt en maken - kort gezegd - de uitbreiding van hotel de Harmonie aan de Beulakerweg 55 in Giethoorn mogelijk. De uitbreiding bestaat uit een nieuw gebouw voor 27 hotelkamers. Het gebouw heeft een goothoogte van maximaal 6,5 meter en een bouwhoogte van maximaal 11,5 meter. De uitbreiding wordt verbonden met de bestaande bebouwing door een corridor met een goot- en bouwhoogte van maximaal 3,5 meter. Daarnaast maakt het plan een nieuw parkeerterrein met 100 parkeerplaatsen mogelijk en zal er een aantal watergangen op het perceel worden gegraven. Het geheel is voorzien op gronden waaraan in het vorige plan een agrarische bestemming is toegekend.

2. Appellanten zijn omwonenden die aantasting van hun woon- en leefklimaat vrezen als gevolg van de uitbreiding van het hotel.

3. De regelgeving die relevant is voor de hierna volgende overwegingen is opgenomen in de uitspraak dan wel, onder aanduiding van de betrokken overweging(en), in de bijlage bij deze uitspraak

Belanghebbendheid

4. [appellant sub 4] woont aan de [locatie A] ten noorden van het plangebied, op een afstand van ongeveer 1 km van hotel de Harmonie. Hij vreest een verkeersonveilige situatie op de Beulakerweg als gevolg van een toename van verkeer vanwege de uitbreiding van het hotel. Hij voert aan dat navigatiesoftware het verkeer over de Beulakerweg leidt in plaats van over de N334.

4.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 23 augustus 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2271) is het uitgangspunt dat degene die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit die het besluit - zoals een bestemmingsplan of een vergunning - toestaat, in beginsel belanghebbende is bij dat besluit. Het criterium ‘gevolgen van enige betekenis’, dat is vermeld in de uitspraak van de Afdeling van 16 maart 2016, ECLI:NL:RVS:2016:737, dient als correctie op dit uitgangspunt. Gevolgen van enige betekenis ontbreken indien de gevolgen wel zijn vast te stellen, maar de gevolgen van de activiteit voor de woon-, leef- of bedrijfssituatie van betrokkene dermate gering zijn dat een persoonlijk belang bij het betrokken besluit ontbreekt. Daarbij wordt acht geslagen op de factoren afstand tot, zicht op, planologische uitstraling van en milieugevolgen (onder andere geur, geluid, licht, trilling, emissie, risico) van de activiteit die het besluit toestaat, waarbij die factoren zo nodig in onderlinge samenhang worden bezien. Ook aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn.

4.2. Niet in geschil is dat [appellant sub 4] vanaf zijn perceel en/of vanuit zijn woning geen zicht heeft op het plangebied. De Afdeling overweegt dat de uitbreiding van hotel de Harmonie met 27 kamers weliswaar tot enige verkeerstoename zal leiden, maar dat die verkeerstoename - mede in het licht van twee mogelijke routes naar het hotel - niet dusdanig zal zijn dat als gevolg daarvan moet worden geoordeeld dat ondanks de afstand van 1 km een objectief en persoonlijk belang van hem rechtstreeks door de besluiten wordt geraakt. De enkele stelling dat navigatiesoftware het verkeer over de Beulakerweg leidt, maakt dit niet anders. [appellant sub 4] heeft ook anderszins geen feiten of omstandigheden aangevoerd in verband waarmee zou moeten worden geoordeeld dat toch een objectief en persoonlijk belang van hem rechtstreeks door de besluiten zou worden geraakt.

De conclusie is dat [appellant sub 4] geen belanghebbende is bij de bestreden besluiten als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb en dat hij daartegen ingevolge artikel 8:1 van de Awb, in samenhang gelezen met artikel 8:6 van de Awb en artikel 2 van bijlage 2 bij de Awb, geen beroep kan instellen.

Het beroep van [appellant sub 4] is niet-ontvankelijk.

Procedurele aspecten

5. [appellant sub 3] en [appellanten sub 2] stellen dat de gemeentelijke coördinatieregeling ten onrechte is toegepast, omdat in het coördinatiebesluit de exploitatie en verhuur van rondvaartboten en pleziervaartuigen niet is vermeld, terwijl het bestemmingsplan daar wel in voorziet.

5.1. Uit artikel 3.30 van de Wro volgt dat de raad kan besluiten bepaalde besluiten - zoals een bestemmingsplan en een omgevingsvergunning - gecoördineerd voor te bereiden en bekend te maken. In dat zogenoemde coördinatiebesluit worden de besluiten nader aangeduid die bij de coördinatie worden betrokken. In dit geval heeft de raad besloten tot een gecoördineerde voorbereiding en bekendmaking van het bestemmingsplan "Giethoorn-uitbreiding hotel de Harmonie" en de omgevingsvergunning voor het bouwen van een uitbreiding van hotel de Harmonie en het graven van watergangen.

Uit artikel 3.31, derde lid, aanhef en onder b van deze wet volgt dat het college de ontwerpen van de besluiten kan samenvoegen in een kennisgeving. In de kennisgeving in de Staatscourant van 21 november 2017, nr. 66815, heeft het college kennis gegeven van het ontwerpbestemmingsplan en omgevingsvergunning Giethoorn - uitbreiding hotel de Harmonie met 27 hotelkamers. In die kennisgeving staat ook dat de raad op 11 maart 2014 heeft besloten de coördinatieregeling van de Wro toe te passen op de procedures voor deze ontwikkeling.

Gelet hierop is duidelijk om welke ontwikkeling en welke besluiten het gaat en is in zoverre voldaan aan de artikelen 3.30 en 3.31, derde lid, aanhef en onder b, van de Wro. Er is geen aanleiding voor het oordeel dat de raad geen toepassing heeft mogen geven aan de coördinatieregeling. Dat naar de mening van [appellant] niet expliciet de mogelijkheid van exploitatie en verhuur van rondvaartboten en pleziervaartuigen is vermeld, doet daar niet aan af. Hierbij tekent de Afdeling aan dat voor zover appellanten menen dat het bestemmingsplan voorziet in een uitbreiding van de mogelijkheden voor vaarverkeer, dit hierna inhoudelijk aan de orde zal komen.

Het betoog faalt.

Het bestemmingsplan

Toetsingskader

6. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening.

Ladder voor duurzame verstedelijking

7. [appellanten sub 2] stellen dat de behoefte aan de uitbreiding van hotel de Harmonie onvoldoende is onderzocht en beschreven. Er is volgens hen geen onderzoek gedaan naar de bezettingsgraad van hotels in de gemeente Steenwijkerland. Het rapport van Rho van 27 februari 2018 hanteert volgens hen ten onrechte en zonder onderbouwing de aanname dat de bezettingsgraad minimaal op het gemiddelde van Overijssel ligt.

7.1. Artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening luidt:

"[..]

2. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT