Uitspraak Nº 201908787/1/A3. Raad van State, 2020-07-29

Datum uitspraak:29 juli 2020
Uitgevende instantie::Raad van State
 
GRATIS UITTREKSEL

201908787/1/A3.

Datum uitspraak: 29 juli 2020

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

het college van burgemeester en wethouders van Groningen,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 23 oktober 2019 in zaak nr. 19/521 in het geding tussen:

[wederpartij], wonend te Haren, gemeente Groningen,

en

het college.

Procesverloop

Bij besluit van 2 november 2018 heeft het college de aanvraag van [wederpartij] voor een vergunning voor het omgezet houden van een zelfstandige woning in drie onzelfstandige woonruimten ten behoeve van kamerbewoning afgewezen.

Bij besluit van 31 januari 2019 heeft het college het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 23 oktober 2019 heeft de rechtbank het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 31 januari 2019 vernietigd, het besluit van 2 november 2018 herroepen en de aanvraag afgewezen. Deze uitspraak is aangehecht.

Tegen deze uitspraak heeft het college hoger beroep ingesteld.

[wederpartij] heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 23 juni 2020, waar het college, vertegenwoordigd door mr. R. Snel, advocaat te Groningen, en mr. N. Sewradj is verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. [wederpartij] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Groningen. Hij verhuurt sinds 2007 drie kamers aan drie personen in de woning. De gemeente heeft beoogd om per 1 juli 2015 het (omzetten en) omgezet houden van een zelfstandige woning in drie of meer onzelfstandige woonruimten vergunningplichtig te stellen. Pandeigenaren zoals [wederpartij] die al drie of meer onzelfstandige woonruimten verhuurden konden daarom tot 1 juli 2017 onder het overgangsrecht een vergunning aanvragen en verkrijgen. [wederpartij] heeft eind februari 2016 per gewone post een aanvraagformulier voor een vergunning voor zijn woning aan de [locatie] bij de gemeente ingediend. Het college stelt dat het dit aanvraagformulier nooit heeft ontvangen en heeft te kennen gegeven de aanvraag niet eerder dan 2 oktober 2018, en dus te laat, te hebben ontvangen. Het college heeft de aanvraag vervolgens getoetst aan het per 1 juli 2015 in de Huisvestingsverordening 2015 Gemeente Groningen (hierna: de Huisvestingsverordening) opgenomen nieuwe beleid en de aanvraag afgewezen, omdat de locatie zich volgens het nieuwe beleid niet bijzonder leent voor kamerverhuur. In een dergelijk...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT