Uitspraak Nº 21-001222-15. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 2017-03-13

Datum uitspraak:2017/03/13
Uitgevende instantie::Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
 
GRATIS UITTREKSEL

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-001222-15

Uitspraak d.d.: 13 maart 2017

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 16 februari 2015 met parketnummer 07-662490-10 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te distrikt [geboorteplaats] op [geboortedatum 1] ,

wonende te [adres 1] .

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van het hof van 18 maart 2016, 21 april 2016, 3 november 2016, 9 november 2016, 10 november 2016, 23 november 2016, 7 december 2016, 27 februari 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake de feiten 1, 2 en 3.A, 3.B en 3.D tot een gevangenisstraf voor de duur van vijf jaren. Daarnaast heeft de advocaat-generaal gevorderd dat verdachte wordt ontzet van het recht tot uitoefening van het beroep 'financieel-/hypotheekadviseur' voor de duur van 8 jaren en dat de vorderingen van de benadeelde partijen niet-ontvankelijk worden verklaard.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. R.A. Korver, naar voren is gebracht.

In eerste aanleg is verdachte door de rechtbank ter zake de feiten 1, 2, 3.A, 3.B en 3.D veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaar, met aftrek van voorarrest. Voorts heeft de rechtbank verdachte ontzet van het recht tot uitoefening van het beroep van financieel adviseur en hypotheekadviseur gedurende een periode van 6 jaar.

De ontvankelijkheid van verdachte in het hoger beroep

Feit 2 ( [adres 2] en bijbehorende geldbedragen) en feit 3.C

De officier van justitie heeft het hoger beroep niet bij akte beperkt. Uit de op 12 maart 2015 ingediende appelschriftuur en hetgeen de advocaat-generaal ter terechtzitting van het hof op 3 november 2016 heeft medegedeeld over de omvang van het appel, blijkt evenwel dat de grieven zich niet richten tegen de partiële vrijspraak ter zake feit 2 met betrekking tot de woning gelegen aan de [adres 2] en de daarbij behorende geldbedragen van € 130.356,05, € 51.167,94 en € 6.779,58 alsmede tegen de partiële vrijspraak van feit 3.C.

Nu er van de zijde van het openbaar ministerie geen grieven als bedoeld in artikel 410, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) zijn ingediend tegen deze vrijspraken en het hof ook zelf geen redenen ziet die een inhoudelijke behandeling van deze feiten noodzakelijk maken, zal het hof de officier van justitie op grond van het bepaalde in artikel 416, derde lid Sv niet-ontvankelijk verklaren in dat deel van het hoger beroep.

Het hoger beroep van verdachte is eveneens onbeperkt ingesteld en richt zich aldus mede tegen voornoemde partiële vrijspraken. Gelet op het bepaalde in artikel 404, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor een verdachte geen hoger beroep open tegen een vrijspraak. Het hof zal verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in zijn hoger beroep voor zover dit is gericht tegen voornoemde vrijspraken.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep - voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen - vernietigen omdat het tot een andere bewijsbeslissing komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep en voor zover in hoger beroep nog aan de orde - tenlastegelegd dat:

1 hij in de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 oktober 2011 in de gemeente [gemeente 1] en/of [gemeente 2] en/of [gemeente 3] , althans in Nederland heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het plegen van valsheid in geschrift ten behoeve van hypotheekfraude en/of vastgoedfraude en/of het verschaffen van verblijf/woonruimte aan illegale vreemdelingen in Nederland en/of het plegen van witwassen en/of het plegen van geweldsdelicten en/of bedreigen met geweldsdelicten, aan welke organisatie hij, verdachte heeft leiding gegeven.
2

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 oktober 2011 in de gemeente [gemeente 3] en/of [gemeente 1] , althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander althans alleen, (van) onderstaande voorwerp(en)

- de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats en/of vervreemding en/of verplaatsing heeft/hebben verborgen en/of verhuld, dan wel verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende op dat/die voorwerp(en) is/was en/of

- heeft/hebben verworven en/of voorhanden gehad en/of overgedragen en/of omgezet en/of gebruikt gemaakt, te weten

- (een) onroerende za(a)k(en)/woning(en) gelegen aan de

* [adres 3] (zaak 45) en/of

* [adres 4] (zaak 49) en/of

* [adres 5] (zaak 56) en/of

* [adres 6] (zaak 10) en/of

- (een) geldbedrag(en) van

* 138.363,16 Euro (zaak 45) en/of

* 9.126,85 Euro en/of 128.423,73 Euro (zaak 49 en/of 56) en/of

* 176.000 Euro (hypothecaire lening zaak 10) en/of

* 23.500 Euro (zaak 83),

althans enig geldbedrag en/of

- (een) geldbedrag(en) die/dat door hem, verdachte op/van door de bankrekening(en) van [betrokkene 5] (geboren op [geboortedatum 2] en/of medeverdachte [medeverdachte] en/of (haar zoon) [naam zoon] (geboren op [geboortedatum 3] , over wie zij, medeverdachte [medeverdachte] het gezag had) en/of medeverdachte [medeverdachte 2] werd(en) gestort en/of overgestort en/of opgenomen, voor/door verdachte en/of medeverdachte [medeverdachte] en/of een ander als ware het zijn, verdachtes eigen bankrekening(en) en/of

- (een) geldbedrag(en) van ongeveer 11.000 Euro en/of 4.310 Euro en/of 6.100 Euro, althans enig geldbedrag (aangetroffen in kleding en/of op een kast),

terwijl hij verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat dat/die voorwerpen) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf.

3.

A.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 oktober 2011 in de gemeente [gemeente 3] en/of [gemeente 1] , althans in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) een of meer geschrift(en) bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten loon/salarisafrekening(en) en/of specificatie(s) en/of loonsta(a)t(en) en/of werkgeversverklaring(en) heeft opgemaakt en/of vervalst met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen doen te gebruiken bestaande die valsheid uit het vermelden van onjuist(e) salaris(sen) en/of onjuiste salarisgegeven(s) en/of onjuiste salariscomponent(en) en/of onjuiste namen van werkgever(s) en/of dat gebruiken of doen gebruiken uit het overleggen van die valse/vervalste loon/salarisafrekening(en) en/of die salarisspecificatie(s) en/of loonsta(a)t(en) en/of werkgeversverklaring(en) aan banken ter financiering en verkrijging van een hypothecaire lening met betrekking tot de onroerende zaak/woning gelegen aan de [adres 6] (zaak 10);

en/of

B.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 oktober 2011 in de gemeente [gemeente 3] en/of [gemeente 1] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, valselijk (telkens) een of meer geschrift(en) bestemd om tot enig te bewijs te dienen, zijnde telkens (een) authentieke akte(n), heeft opgemaakt en of vervalst met het oogmerk om deze(n) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken bestaande die valsheid uit het vermelden op die akte(n) van de na(a)m(en) van (een) stroman(nen) (te weten: [stroman 1] (zaak 45) en/of [stroman 2] (zaak 49) en/of [stroman 3] (zaak 56) als koper(s)/verkoper(s)/schuldenaar(s) (terwijl de feitelijke koper(s)/verkoper(s)/schuldenaar(s) (telkens) verdachte [verdachte] zelf was) en/of dat gebruiken of doen gebruiken uit het laten inschrijven in het hypothecaire register en/of (laten) gebruiken als eigendomsbewijs met betrekking tot de onroerende za(a)k(en)/woning(en) gelegen aan de [adres 3] (zaak 45) en/of [adres 4] (zaak 49) en/of [adres 5] (zaak 56);

en/of

D.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 oktober 2011 in de gemeente [gemeente 3] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) een of meer geschrift(en) bestemd om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten (een) factu(u)r(en)...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT