Uitspraak Nº 21-002451-15. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 2017-11-01

Datum uitspraak: 1 november 2017
Uitgevende instantie::Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
 
GRATIS UITTREKSEL

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-002451-15

Uitspraak d.d.: 1 november 2017

TEGENSPRAAK

Promis

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 16 april 2015 met parketnummer 16-659801-14 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [1968] ,

wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte en de officier van justitie hebben tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 18 oktober 2017 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal (voor de inhoud van de vordering zie bijlage I). Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennis genomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw,
mr. M.J. van Essen, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen omdat het tot een andere strafoplegging komt en daarom opnieuw rechtdoen.

De raadsvrouw heeft betoogd dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging dient te worden verklaard. De raadsvrouw heeft daartoe het volgende aangevoerd.

Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie

De raadsvrouw heeft zich aangesloten bij het verweer dat door de raadsman in de zaken van medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] is gevoerd. In grote lijnen komt het verweer erop neer, dat de heer [medeverdachte 1] in strijd met het wetboek van Strafvordering en het Convenant betreffende de persoonsgerichte aanpak binnen de regio Utrecht door het

onderzoeksteam is onderzocht. Ten aanzien van hem maar ook zijn hele kring relaties om hem heen zijn, hoe ver verwijderd ook, op buitensporige wijze en voor een buitensporige periode bevoegdheden ingezet.

Indien het onderzoeksteam onder leiding van het OM niet op deze wijze onderzoek had verricht, was men ook niet op cliënt gestuit.

In casu zijn - zo stelt de raadsvrouw - bevoegdheden ingezet op een wijze die in strijd is met het wetboek van Strafvordering. Het nadeel dat cliënt ondervindt als gevolg van het schenden van het legaliteitsbeginsel is dan ook dat er wel willekeurig en onbeperkt tegen hem is opgetreden en hij getroffen wordt in zijn rechtsbescherming tegen de strafvorderlijke overheid.

Het hof heeft in de zaak tegen medeverdachte [medeverdachte 1] het gevoerde verweer gemotiveerd verworpen op grond van de volgende overwegingen die het hof als hier herhaald en ingelast beschouwt:
Volgens het politieproces-verbaal is het onderzoek op basis van het convenant en omdat er RCIE-informatie bekend was over verdachte opgestart.

De eerste onderzoekshandelingen zijn al in 2011 verricht, derhalve voor de inwerkingtreding van het convenant. Aan de verdediging kan worden toegegeven dat hetgeen in de politieprocessen-verbaal wordt gerelateerd over het convenant en het opnemen van verdachte in het ZwaCri-register, één van de lijsten die in het convenant wordt genoemd om in aanmerking te komen voor de persoonsgerichte aanpak, uiterst vaag en onvolledig en soms ook onnavolgbaar is. Niettemin verbindt het hof daar geen gevolgen aan.

De bij de Regionale Criminele Inlichtingen Eenheid (RCIE) van de politie in 2011 binnengekomen informatie is op zichzelf al voldoende om tot een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit te leiden en derhalve tot het opstarten van een onderzoek tegen verdachte [medeverdachte 1] .

Verdachten kunnen en mogen aan het convenant met betrekking tot de PGA niet het vertrouwen ontlenen dat zij niet worden vervolgd als zij niet aan de criteria van het convenant voldoen. Een PGA betekent niet dat andere aanleidingen om een onderzoek te starten moeten worden uitgesloten. Zoals reeds al opgemerkt was er RCIE-informatie aanwezig en die informatie was voldoende om een onderzoek naar verdachte op te starten. Het openbaar ministerie is derhalve ontvankelijk in de vervolging.

De tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1:
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 30 juni 2005 te Utrecht, althans in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- een werkgeversverklaring afgegeven door of namens [bedrijf 1] te Utrecht (p. 277), en/of

- een werkgeversverklaring afgegeven door of namens [bedrijf 2]

(p. 279)

- (telkens) zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken of vervalst en/of doen vervalsen, immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) valselijk en/of in strijd met de waarheid (zakelijk weergegeven)

op voornoemde werkgeversverklaring van [bedrijf 1] vermeld of doen vermelden dat

- [medeverdachte 1] een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft, en/of

- [medeverdachte 1] is aangesteld in vaste dienst, en/of

- het bruto jaarsalaris van EUR 33.000,- (en vakantiegeld van EUR 2.640,- en vaste

13e maand van EUR 2.750,-) bedraagt, en/of

- door ondertekening van die verklaring verklaard of doen verklaren dat die verklaring volledig naar waarheid was ingevuld, en/of

op voornoemde werkgeversverklaring van [bedrijf 2] vermeld of doen vermelden dat

- [medeverdachte 1] een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft, en/of

- [medeverdachte 1] is aangesteld in vaste dienst, en/of

- het bruto jaarsalaris van EUR 16.800,- (en vakantiegeld van EUR 1.344,-)

bedraagt, en/of

- door ondertekening van die verklaring verklaard of doen verklaren dat die verklaring volledig naar waarheid was ingevuld,

zulks (telkens) met het oogmerk om dat/die geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

en/of

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 30 juni 2005 te Utrecht, althans in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk gebruik heeft gemaakt of doen maken van een vals(e) of vervalst(e)

- werkgeversverklaring afgegeven door of namens [bedrijf 1] te Utrecht

(p. 277), en/of

- werkgeversverklaring afgegeven door of namens [bedrijf 2]

(p. 279), - (telkens) zijnde (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat/die geschrift(en) (telkens) echt en onvervalst, (telkens) bestaande dat gebruikmaken of doen gebruikmaken hierin dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s), voornoemde werkgeversverklaring(en) heeft/hebben verstrekt en/of doen verstrekken aan en/of overgelegd en/of doen overleggen aan [bedrijf 3] , en (telkens) bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat de in voornoemde werkgeversverklaring(en) genoemde [medeverdachte 1] niet werkzaam was voor en/of in dienst was van voornoemde [bedrijf 1] en/of [bedrijf 2] zoals (telkens) aangegeven op voornoemde werkgeversverklaring(en);

2:
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 augustus 2005 te Utrecht, althans in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een werkgeversverklaring afgegeven door of namens [bedrijf 2]

(p. 282) - (telkens) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt en/of doen opmaken of vervalst en/of doen vervalsen,

immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s), valselijk en/of in strijd met de waarheid (zakelijk weergegeven) op voornoemde werkgeversverklaring vermeld of doen vermelden dat:

- [medeverdachte 1] een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd heeft, en/of

- [medeverdachte 1] is aangesteld in vaste dienst, en/of - het bruto jaarsalaris van

EUR 28.800,- (en vakantiegeld van EUR 2.304,-) bedraagt, en/of

- door ondertekening van die verklaring verklaard of doen verklaren dat die verklaring volledig naar waarheid was ingevuld, zulks (telkens) met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken

en/of

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot en met 31 augustus 2005 te Utrecht, althans in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk gebruik heeft gemaakt of doen maken van een vals(e) of vervalst(e) werkgeversverklaring afgegeven door of namens [bedrijf 2] (p. 282) - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - als ware dat geschrift echt en onvervalst, (telkens) bestaande dat gebruikmaken of doen gebruikmaken hierin dat hij, verdachte en/of zijn mededader(s), voornoemde werkgeversverklaring heeft/hebben verstrekt en/of doen verstrekken aan en/of overgelegd en/of doen overleggen aan de [naam bank] , en (telkens) bestaande die valsheid of vervalsing hierin dat de in voornoemde werkgeversverklaring genoemde [medeverdachte 1] niet werkzaam was voor en/of in dienst was van voornoemd [bedrijf 2] zoals aangegeven op voornoemde werkgeversverklaring;


3:
hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 maart 2006 tot en met 31 mei 2006 te Utrecht, althans in Nederland,

(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT