Uitspraak Nº 21-004112-19. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 2020-07-29

Datum uitspraak:29 juli 2020
Uitgevende instantie::Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
 
GRATIS UITTREKSEL

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-004112-19

Uitspraak d.d.: 29 juli 2020

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem‑Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden,

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Midden-Nederland van 30 juli 2019 met parketnummer 16-073933-19 en de van dat vonnis deel uitmakende beslissing op de vordering tot tenuitvoerlegging, met parketnummer 16-227837-18, in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2001,

wonende te [woonplaats] , [woonadres] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 15 juli 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot bevestiging van het vonnis van de politierechter. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsman, mr. O. Bolluyt, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De politierechter heeft bij vonnis van 30 juli 2019, waartegen het hoger beroep is gericht, verdachte ter zake van diefstal in vereniging en met verbreking veroordeeld tot een jeugddetentie voor de duur van één week met aftrek van voorarrest. De politierechter heeft voorts de proeftijd ten aanzien van de voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie van twee weken verlengd met één jaar.

Het hof zal het vonnis waarvan beroep vernietigen en opnieuw rechtdoen.

De tenlastelegging

Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg –

tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 27 maart 2019 te [plaats] tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen een snorfiets/scooter, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of die weg te nemen snorfiets/scooter onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking.

Indien in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Bewezenverklaring

Door wettige bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, acht het hof wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 27 maart 2019 te [plaats] tezamen en in vereniging met anderen een snorfiets...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT