Uitspraak Nº 21-005650-19. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 2020-07-30

Datum uitspraak:30 juli 2020
Uitgevende instantie::Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
 
GRATIS UITTREKSEL

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-005650-19

Uitspraak d.d.: 30 juli 2020

TEGENSPRAAK

Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Leeuwarden gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 22 oktober 2019 met parketnummer 16-095402-19 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,

wonende te [woonplaats] ,

thans uit anderen hoofde verblijvende in PI Noord Holland Noord, Unit Zuyder Bos te Heerhugowaard.

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 16 juli 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal, strekkende tot veroordeling van verdachte ter zake van mishandeling tot een gevangenisstraf voor de duur van 96 dagen, met aftrek van de tijd die door verdachte in voorarrest is doorgebracht. De advocaat-generaal heeft voorts gevorderd dat de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling met betrekking tot de zaak met v.i.-nummer 99/000064-25 gedeeltelijk zal worden toegewezen, te weten tot een periode van 365 dagen. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd.

Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. T.S.S. Overes, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

De rechtbank heeft bij vonnis van 22 oktober 2019, waartegen het hoger beroep is gericht, de verdachte ter zake van de tenlastegelegde mishandeling veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 96 dagen, zijnde de tijd die verdachte in voorarrest heeft gezeten, met aftrek van voornoemd voorarrest. Voorts heeft de rechtbank de vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling met betrekking tot de zaak met v.i.-nummer 99-000064-25 gedeeltelijk toegewezen en gelast dat een gedeelte, groot 365 dagen, dat als gevolg van de toepassing van de regeling van de voorwaardelijke invrijheidstelling niet ten uitvoer is gelegd, alsnog moet worden ondergaan.

Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden heeft beslist en zal het vonnis...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT