Uitspraak Nº 21-006346-17. Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, 2020-07-03

CourtGerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Nederland)
Docket Number21-006346-17
ECLIECLI:NL:GHARL:2020:5393

Afdeling strafrecht

Parketnummer: 21-006346-17

Uitspraak d.d.: 3 juli 2020

TEGENSPRAAK

Verkort arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem,

gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland van 14 november 2017 met parketnummer 16-706448-15 in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993,

wonende te [woonplaats] .

Het hoger beroep

De verdachte heeft tegen het hiervoor genoemde vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van het hof van 19 juni 2020 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422 van het Wetboek van Strafvordering, het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.

Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. Deze vordering is na voorlezing aan het hof overgelegd. Het hof heeft voorts kennisgenomen van hetgeen door verdachte en zijn raadsvrouw, mr. I.N. Weski, naar voren is gebracht.

Het vonnis waarvan beroep

Het hof zal het vonnis waarvan beroep om proceseconomische redenen vernietigen en zal daarom opnieuw rechtdoen.

Ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het EVRM.

In eerste aanleg is op 14 november 2017 vonnis gewezen. Verdachte heeft op 15 november 2017 hoger beroep ingesteld. Na het instellen van hoger beroep door verdachte tot aan de uitspraak van het hof zijn ruim twee jaren en negen maanden verstreken. De behandeling in hoger beroep is derhalve niet binnen twee jaar met een einduitspraak afgerond, terwijl er geen redenen zijn die deze lange termijn rechtvaardigen. Echter, volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad kan overschrijding van de redelijke termijn niet leiden tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie in de vervolging. Gelet op het vorenstaande wordt het verweer verworpen. Het Openbaar Ministerie is ontvankelijk in de vervolging. Het beroep op schending van het recht op berechting binnen een redelijke termijn komt verder aan de orde bij de strafbepaling.

De tenlastelegging

Aan verdachte is -na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg- tenlastegelegd dat:

1.
hij in of omstreeks de periode van 22 juni 2014 tot en met 13 oktober 2015 te Utrecht en/of

te Amsterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (een of meer)

voorwerp(en), te weten:

- ( in totaal) een geldbedrag en/of bitcoins ter waarde van € 5.075.169,00 in elk geval een

(groot) geldbedrag en/of een (groot) aantal bitcoins, en/of

- een auto (Mercedes A180, voorzien van het kenteken [kenteken] ) en/of

- een auto (Mercedes C350, voorzien van het kenteken [kenteken] ) en/of

- een auto (Volkswagen Polo, Blue Motion, voorzien van het kenteken [kenteken] ) en/of

- een contant geldbedrag van (in totaal) € 12.390,57, althans een (groot) contant geldbedrag:

- banktegoeden ter hoogte van (in totaal) een bedrag van € 65.482,40, althans een of

meerdere banktegoeden, en/of

- een hoeveelheid van 5.22 bitcoins ter waarde van € 1.515,44,

heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen en/of heeft omgezet

en/of

van (een of meer van) bovengenoemde voorwerpen de werkelijke aard en/of de herkomst

en/of de vindplaats en/of de vervreemding en/of de verplaatsing heeft verborgen en/of heeft

verhuld en/of

van (een of meer van) bovengenoemde voorwerpen gebruik heeft gemaakt,

terwijl hij wist, althans redelijkerwijs moest vermoeden, dat die voorwerpen geheel of

gedeeltelijk - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf,

en hij van het plegen van dit feit een gewoonte heeft gemaakt;


2.
hij in of omstreeks de periode van 24 juni 2014 tot en met 12 oktober 2015 te Utrecht en/of

te Amsterdam. althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen.

opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval

opzettelijk aanwezig heeft gehad.

een of meer(grote) hoeveelheden amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een

materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de

Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van

die wet en/of

een of meer (grote) hoeveelheden MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende MDMA. zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende

lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet en/of

een of meer (grote) hoeveelheden 2-CB, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende 2-CB, zijnde 2-CB een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst

I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet en/of

een of meer (grote) hoeveelheden LSD, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende LSD, zijnde LSD een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,

dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3. primair
hij in of omstreeks de periode van 24 juni 2014 tot en met 12 oktober 2015 te Utrecht en/of

te Amsterdam, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen.

opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 5

van de Opiumwet,

een of meer (grote) hoeveelheden amfetamine. in elk geval een hoeveelheid van een

materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de

Opiumwet behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van

die wet en/of

een of meer (grote) hoeveelheden MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende

lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet en/of

een of meer (grote) hoeveelheden 2-CB, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende 2-CB. zijnde 2-CB een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst

I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet en/of

een of meer (grote)hoeveelheden LSD. in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende LSD, zijnde LSD een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,

dan wel aangewezen krachtens liet vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.
subsidiair
hij in of omstreeks de periode van 24 juni 2014 tot en met 12 oktober 2015 te Utrecht en/of

te Amsterdam, althans in Nederland.

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

ter voorbereiding van het/de te plegen misdrijf/misdrijven:

opzettelijk buiten liet grondgebied van Nederland brengen, als bedoeld in artikel 1 lid 5 van

de Opiumwet, van:

een of meer (grote) hoeveelheden amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een

materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de

Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van

die wet en/of

een of meer (grote) hoeveelheden MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende MDMA. zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende

lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet en/of

een of meer (grote) hoeveelheden 2-CB, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende 2-CB, zijnde 2-CB een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst

I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet en/of

een of meer (grote) hoeveelheden LSD, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende LSD, zijnde LSD een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,

dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet,

opzettelijk een of meer voorwerp(en) en/of stof(fen), te weten:

(een of) meerdere hoeveelheden (van de hiervoor beschreven) verdovende middelen en/of

(een of) meerdere enveloppen, met daarin luchtdicht verpakte en/of gesealede (meerdere)

hoeveelheden verdovende middelen, welke enveloppen waren voorzien van een adressering

in het buitenland en/of een of meer (internationale) postzegel(s),

welke voorwerp(en) en/of stof(fen), al dan niet in combinatie met elkaar, kennelijk bestemd

waren tot het in vereniging, althans alleen, begaan van dat/die misdrijf/misdrijven, heeft

vervaardigd en/of voorhanden heeft gehad;


4.
hij op of omstreeks 13 oktober 2015 te Amsterdam, althans in Nederland.

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen.

opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 1597,4 gram amfetamine, in elk geval een

hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als

bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid

van artikel 3a van die wet en/of

ongeveer 828,68 gram MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende

MDMA. zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan

wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet en/of

ongeveer 715 pillen/eenheden MDMA, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal

bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet en/of

ongeveer 30 pillen 2-CB, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende 2-CB,

zijnde 2-CB een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel

...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT