Uitspraak Nº 21/1193, 22/1049, 22/2531 en 23/182. College van Beroep voor het bedrijfsleven, 2023-09-07

ECLIECLI:NL:CBB:2023:476
Docket Number21/1193, 22/1049, 22/2531 en 23/182
Date07 September 2023
IssuerCollege van Beroep voor het bedrijfsleven (Nederland)

Zaaknummers 21/1193, 22/1049, 22/2531 en 23/182

Datum: 7 september 2023

Raadsheer AdvocaatGeneraal

mr. R.J.G.M. Widdershoven

Conclusie in:

1. (21/1193) verzet tegen de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 17 mei 2022, nr. 21/1193, in het geding tussen [naam 1] B.V. en de minister van Economische Zaken en Klimaat (hierna: de minister).

2. (22/1049) verzet tegen de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 17 mei 2022, nr. 22/1049, in het geding tussen [naam 2] B.V. en de minister.

3. (22/2531) verzet tegen de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 21 februari 2023, nr. 22/2531, in het geding tussen [naam 3] B.V. en de minister.

4. (23/182) beroep tegen het besluit van 8 november 2022 van de minister, waarbij deze het bezwaar van [naam 4] B.V. ongegrond heeft verklaard.

1 Samenvatting
1.1

Deze conclusie wordt genomen in vier zaken, waarin de betrokken ondernemingen de bezwaren- of beroepstermijn tegen een voor hen negatief subsidiebesluit hebben overschreden en waarin deze overschrijding volgens de huidige strenge rechtspraak van de hoogste bestuursrechters waarschijnlijk niet verschoonbaar of verontschuldigbaar is op grond van artikel 6:11 Awb. Dit heeft als gevolg dat het bezwaar of beroep niet-ontvankelijk is. In zijn conclusieverzoek werpt de president van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (hierna: College of CBb) de vraag op of er reden is dat bezwareninstanties en rechters bij de handhaving van bezwaar- en beroepstermijnen in bepaalde gevallen een minder strikte koers gaan varen.

1.2

In deze conclusie wordt betoogd dat die reden er inderdaad is. Daartoe zou het College in de eerste plaats moeten bepalen dat de rechters de ambtshalve toetsing van overschrijdingen van termijnen in de eigen instantie in de toekomst achterwege laten en overschrijdingen alleen nog afstraffen als een andere partij daaromtrent een grond heeft aangevoerd. Verder moeten de rechters en bezwareninstanties de mogelijkheid om binnen de bezwaren- of beroepstermijn pro forma een bezwaar of (hoger) beroep op nader aan te voeren gronden te maken, vermelden in de wettelijk verplichte rechtsmiddelvoorlichting.

1.3

Verder moeten bezwareninstanties en rechters in tweepartijenverhoudingen artikel 6:11 Awb, inzake de verschoonbaarheid van termijnoverschrijdingen, ruimer toepassen. Die verruiming betreft rechtsmiddelen ingesteld door individuele burgers en kleine bedrijven. Daarvoor heeft in de eerste plaats te gelden dat een beperkte overschrijding van de bezwaar- of beroepstermijn van minder dan één week generiek verschoonbaar is. Dit, omdat alle burgers te maken kunnen hebben met een beperkt doenvermogen en voor allen dus moet gelden dat zo’n beperkte overschrijding geen heel ingrijpende consequenties zou moeten hebben. In de tweede plaats mag een beroep op verschoonbaarheid wegens beperkt doenvermogen als gevolg van ziekte en andere ernstige persoonlijke problematiek niet worden afgewezen, omdat betrokkene niet direct een derde als gemachtigde heeft ingeschakeld of met de stelling dat het instellen van rechtsmiddel niet veel moeite kost, omdat volstaan kan worden met een summier of pro forma bezwaar- of beroepschrift. In de derde plaats moet niet alleen psychisch onvermogen, ernstige ziekte of ongeval van de indiener of diens naasten, reden kunnen zijn voor een verschoonbare overschrijding, maar ook overbelasting of stress als gevolg van externe gebeurtenissen, zoals een aardbeving, watersnood of brand.

1.4

Als de burger zich laat vertegenwoordigen door een professionele rechtshulpverlener of een andere deskundige adviseur, komt het procesrechtelijke handelen van deze persoon, en dus ook een eventuele termijnoverschrijding, voor rekening van de burger die de persoon heeft ingeschakeld. Wel zouden bezwareninstanties en rechters ernstige ziekte van zo’n gemachtigde of andere ingrijpende gebeurtenissen die zich op een laat moment in de procedure manifesteren, vaker als grond voor verschoonbaarheid moeten aanmerken. Dat geldt voor rechtshulpverleners en adviseurs die werkzaam zijn als eenmansbedrijf of bij een klein kantoor, maar onder omstandigheden ook voor medewerkers van een groot kantoor.

1.5

Verder stelt de voorzitter nog twee samenhangende vragen. Over de eerste vraag wordt betoogd dat belanghebbenden die geen rechtsmiddel hebben aangewend tegen een besluit, omdat zij met dat besluit niet bekend waren of konden zijn, op grond van artikel 6:11 Awb, alsnog een termijn van zes weken voor het maken van bezwaar of beroep moet worden gegund, nadat zij van het besluit hebben kunnen kennisnemen. Deze regel geldt zowel in twee- als in drie- of meerpartijengeschillen.

Over de tweede vraag wordt gesteld dat een bestuursorgaan verplicht is om een te laat gemaakt – en dus niet-ontvankelijk – bezwaar ambtshalve op te vatten als een verzoek tot heroverweging van het daardoor in rechte onaantastbaar geworden besluit. Dat verzoek tot heroverweging moet worden afgewezen als de belangen van derden zich tegen honorering verzetten. Het verzoek moet worden toegewezen als nieuwe feiten en omstandigheden daartoe nopen of als het besluit onmiskenbaar onjuist is en de weigering om het te heroverwegen daarom evident onredelijk. Als belangen van derden zich niet tegen heroverweging verzetten, is het bestuursorgaan bevoegd om het besluit te heroverwegen maar niet verplicht. Van deze bevoegdheid zouden bestuursorganen vaker gebruik kunnen maken, waarbij het fiscale ambtshalve-verminderingsbeleid inspiratie kan bieden.

2 Feiten en procesverloop

A. Zaaknummer 21/1193 – [naam 1] B.V. / minister EZK

Verzet tegen uitspraak van het College waarbij beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring in bezwaar ongegrond is verklaard.

Bestuurlijke fase

2.1

[naam 1] B.V. (hierna: [naam 1] ) is actief in de passagiersvaart in [plaats 1] . Het bedrijf heeft als enige aandeelhouder [naam 5] B.V.. [naam 5] B.V. heeft op haar beurt twee aandeelhouders, beide voor 50% van de aandelen, [naam 6] B.V. (waarvan [naam 7] voor 100% aandeelhouder is) en [naam 8] B.V. (hierna: [naam 8] ). [naam 7] is ook bestuurder bij [naam 1] .

2.2

De passagiersvaart is door de Covid-pandemie zwaar getroffen. Vanaf begin oktober 2020 moest [naam 1] zijn vaartuigen helemaal uit de vaart nemen. Op 26 november 2020 heeft het bedrijf voor het kwartaal 2020 Q4 een aanvraag ingediend om in aanmerking te komen voor subsidie op grond van Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (hierna TVL). Op 16 december 2020 heeft de minister hierop een positieve beslissing genomen en een voorschot van € 33.682,88 aan [naam 1] verstrekt.

2.3

Op 28 april 2021 heeft [naam 7] , als bestuurder van [naam 1] , een aanvraag ingediend tot vaststelling van de subsidie voor kwartaal 2020 Q4. 10 juni 2021 kreeg het bedrijf het bericht dat er beschikkingen waren genomen op zijn aanvragen. Omdat [naam 1] geen omzet had gegenereerd, ging [naam 7] ervan uit dat de tegemoetkomingen waren toegekend. Dit heeft hij gecontroleerd voor Q2 en Q3 2021. Hij heeft de beschikking voor Q4 2020 niet meer geopend, omdat hij geen reden had om aan te nemen dat deze anders zou luiden dan de beschikkingen voor Q2 en Q3. In het besluit van 10 juni 2021 voor Q4 2020 heeft de minister de subsidie echter vastgesteld op € 0,- en heeft hij het voorschot teruggevorderd.

2.4

Aangezien de aanvragen over 2021 het bedrag van € 100.000,- overschreden, waarvoor een accountantsrapport nodig is, heeft [naam 7] bijstand verzocht van registeraccountants. Deze wezen hem op 17 augustus 2021 erop dat de aanvraag voor Q4 2020 niet was toegekend. Op diezelfde dag heeft [naam 1] tegen het besluit bezwaar gemaakt. Op 15 september 2021 heeft de minister het bezwaar van [naam 1] niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaarschrift buiten de bezwaartermijn, die afliep op 22 juli 2021, was ontvangen.

Beroep en verzet

2.5

Tegen het besluit op bezwaar heeft [naam 1] tijdig beroep ingesteld bij het College. Volgens [naam 1] kan haar in de gegeven omstandigheden geen verwijt worden gemaakt dat zij aanvankelijk geen kennis heeft gekomen van de vaststellingsbeschikking voor kwartaal Q4. Zij heeft vervolgens, nadat zij alsnog kennis kreeg van deze afwijzing, zo spoedig als redelijkerwijs mogelijk is alsnog bezwaar gemaakt. Daarom moet de overschrijding verschoonbaar worden geacht. In verweer stelt de minister zich op het standpunt dat TVL Q4 2020, Q2 en Q3 2021 verschillende perioden zijn en dat voor elke periode andere regels gelden. Aan besluiten tot verlening van een subsidie voor Q2 en Q3 2021 kan [naam 1] geen gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen voor de inhoud van een besluit tot vaststelling van Q4 2020. In lijn met dit verweer heeft het College bij uitspraak van 17 mei 2022, met toepassing van 8:54 Awb het beroep (kennelijk) ongegrond verklaard.

2.6

Op 29 juni 2022 heeft [naam 1] verzet gedaan tegen de uitspraak van het College, een verzet waarvan de gronden op 2 augustus 2022 zijn aangevuld. In verzet voert zij onder meer aan dat het begrip ‘verschoonbare termijnoverschrijding’ als bedoeld in art. 6:11 Awb, in het licht van recente inzichten ruimhartiger zou moeten worden ingevuld. Daartoe verwijst zij naar de opvatting van minister van Rechtsbescherming Weerwind, die voorstander is van een meer ruimhartige invulling en naar een uitspraak van de rechtbank Limburg, waarin art. 6:11 Awb vanwege het gebrekkig doenvermogen van veel burgers en de roep om een responsieve overheid al ruimhartiger is toegepast.1 Daaraan voegt [naam 1] toe dat het enige belang dat gediend is met de strikte hantering van termijnen, het voorkomen van extra belasting van de overheid, niet kan opwegen tegen het belang van het bieden van ruimhartige rechtsbescherming. Daarbij acht zij van belang dat er in...

Om verder te lezen

Begin Gratis

Ontgrendel volledige toegang met een gratis proefperiode van 7 dagen

Transformeer je juridische onderzoek met vLex

  • Volledige toegang tot de grootste verzameling common law-rechtspraak op één platform

  • Genereer AI-samenvattingen van zaken die direct de belangrijkste juridische kwesties belichten

  • Geavanceerde zoekfuncties met nauwkeurige filter- en sorteermogelijkheden

  • Uitgebreide juridische inhoud met documenten uit meer dan 100 rechtsgebieden

  • Vertrouwd door 2 miljoen professionals, waaronder toonaangevende internationale kantoren

  • Toegang tot AI-aangedreven onderzoek met Vincent AI: zoekopdrachten in natuurlijke taal met geverifieerde citaten

vLex

Ontgrendel volledige toegang met een gratis proefperiode van 7 dagen

Transformeer je juridische onderzoek met vLex

  • Volledige toegang tot de grootste verzameling common law-rechtspraak op één platform

  • Genereer AI-samenvattingen van zaken die direct de belangrijkste juridische kwesties belichten

  • Geavanceerde zoekfuncties met nauwkeurige filter- en sorteermogelijkheden

  • Uitgebreide juridische inhoud met documenten uit meer dan 100 rechtsgebieden

  • Vertrouwd door 2 miljoen professionals, waaronder toonaangevende internationale kantoren

  • Toegang tot AI-aangedreven onderzoek met Vincent AI: zoekopdrachten in natuurlijke taal met geverifieerde citaten

vLex

Ontgrendel volledige toegang met een gratis proefperiode van 7 dagen

Transformeer je juridische onderzoek met vLex

  • Volledige toegang tot de grootste verzameling common law-rechtspraak op één platform

  • Genereer AI-samenvattingen van zaken die direct de belangrijkste juridische kwesties belichten

  • Geavanceerde zoekfuncties met nauwkeurige filter- en sorteermogelijkheden

  • Uitgebreide juridische inhoud met documenten uit meer dan 100 rechtsgebieden

  • Vertrouwd door 2 miljoen professionals, waaronder toonaangevende internationale kantoren

  • Toegang tot AI-aangedreven onderzoek met Vincent AI: zoekopdrachten in natuurlijke taal met geverifieerde citaten

vLex

Ontgrendel volledige toegang met een gratis proefperiode van 7 dagen

Transformeer je juridische onderzoek met vLex

  • Volledige toegang tot de grootste verzameling common law-rechtspraak op één platform

  • Genereer AI-samenvattingen van zaken die direct de belangrijkste juridische kwesties belichten

  • Geavanceerde zoekfuncties met nauwkeurige filter- en sorteermogelijkheden

  • Uitgebreide juridische inhoud met documenten uit meer dan 100 rechtsgebieden

  • Vertrouwd door 2 miljoen professionals, waaronder toonaangevende internationale kantoren

  • Toegang tot AI-aangedreven onderzoek met Vincent AI: zoekopdrachten in natuurlijke taal met geverifieerde citaten

vLex

Ontgrendel volledige toegang met een gratis proefperiode van 7 dagen

Transformeer je juridische onderzoek met vLex

  • Volledige toegang tot de grootste verzameling common law-rechtspraak op één platform

  • Genereer AI-samenvattingen van zaken die direct de belangrijkste juridische kwesties belichten

  • Geavanceerde zoekfuncties met nauwkeurige filter- en sorteermogelijkheden

  • Uitgebreide juridische inhoud met documenten uit meer dan 100 rechtsgebieden

  • Vertrouwd door 2 miljoen professionals, waaronder toonaangevende internationale kantoren

  • Toegang tot AI-aangedreven onderzoek met Vincent AI: zoekopdrachten in natuurlijke taal met geverifieerde citaten

vLex

Ontgrendel volledige toegang met een gratis proefperiode van 7 dagen

Transformeer je juridische onderzoek met vLex

  • Volledige toegang tot de grootste verzameling common law-rechtspraak op één platform

  • Genereer AI-samenvattingen van zaken die direct de belangrijkste juridische kwesties belichten

  • Geavanceerde zoekfuncties met nauwkeurige filter- en sorteermogelijkheden

  • Uitgebreide juridische inhoud met documenten uit meer dan 100 rechtsgebieden

  • Vertrouwd door 2 miljoen professionals, waaronder toonaangevende internationale kantoren

  • Toegang tot AI-aangedreven onderzoek met Vincent AI: zoekopdrachten in natuurlijke taal met geverifieerde citaten

vLex